Het kabinet wil de compensatieregeling voor de wettelijke transitievergoeding bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid voor alle werkgevers afschaffen en heeft daartoe een wetsvoorstel ingediend. Het vorige kabinet heeft eerder in de tijd nog voorgesteld dat kleine werkgevers aanspraak zouden kunnen blijven maken op compensatie, maar met de nota van wijziging van 2 juni 2026 heeft het kabinet die uitzondering geschrapt. Als het wetsvoorstel door de Eerste en Tweede Kamer wordt aangenomen, zal de wet per 1 januari 2027 voor alle werkgevers in werking treden — groot én klein. Nu 2027 dichterbij komt, is het verstandig om tijdig in kaart te brengen wat deze wijziging voor uw organisatie betekent.
Betekenis van de afschaffing
De compensatieregeling maakte het mogelijk dat werkgevers de betaalde transitievergoeding vergoed kregen bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (na het verstrijken van een periode van twee jaar arbeidsongeschiktheid) en bij ontslag wegens bedrijfsbeëindiging door pensionering of overlijden van de werkgever.
Vanaf 1 januari 2027 vervalt deze tegemoetkoming volledig. Werkgevers zullen de transitievergoeding dus volledig zelf moeten dragen, zonder mogelijkheid tot terugvordering bij het UWV. Overigens zal in deze blog enkel de afschaffing van compensatie bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid verder besproken worden.
Waarvoor was de compensatieregeling ooit bedoeld?
De compensatieregeling werd in het leven geroepen om een einde te maken aan de zogenoemde slapende dienstverbanden. Wanneer een werkgever na de twee jaar arbeidsongeschiktheid de arbeidsovereenkomst met een langdurig zieke werknemer niet beëindigt, wordt het dienstverband “slapend”. De arbeidsovereenkomst bestaat nog, maar heeft geen inhoudelijke invulling meer. Dienstverbanden werden slapend gehouden om de (soms aanzienlijke) transitievergoeding te vermijden. De compensatieregeling moest dat financiële obstakel wegnemen.
Het Xella-arrest
In 2019 oordeelde de Hoge Raad in het Xella-arrest dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap verplicht is mee te werken aan de beëindiging van een slapend dienstverband als de werknemer daarom verzoekt. De compensatieregeling was de sleutel tot deze redenering, aangezien de financiële impact van zo’n beëindiging (grotendeels) door het UWV zou worden opgevangen door de door de werkgever betaalde transitievergoeding aan deze werkgever te vergoeden. Er was geen rechtvaardiging meer om het dienstverband in stand te houden.
Met de afschaffing van de compensatieregeling valt die pijler weg — de financiële impact ligt voortaan volledig bij de werkgever. De toekomst zal moeten uitwijzen hoe rechters zullen omgaan met verzoeken van werknemers om werkgevers te dwingen het dienstverband te beëindigen onder toekenning van een transitievergoeding.
Overgangsrecht: wanneer nog wel recht op compensatie?
Het wetsvoorstel is nog niet definitief, maar het kabinet laat duidelijk zien de compensatieregeling te willen beëindigen. Daarom is het verstandig eventuele risico’s in kaart te brengen.
Compensatie van de transitievergoeding bij beëindiging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid blijft mogelijk voor gevallen waarin de dag ná het verstrijken van het opzegverbod na twee jaar ziekte is gelegen vóór de inwerkingtreding van deze wet (1 januari 2027). Situaties waarbij de tweejaarstermijn wordt verlengd vanwege een loonsanctie blijven voor het overgangsrecht buiten beschouwing.
Ons advies is om de ontwikkelingen rondom het wetsvoorstel goed te blijven volgen om te voorkomen dat u straks te laat bent met het indienen van een verzoek tot compensatie van de transitievergoeding na beëindiging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Het zou natuurlijk heel vervelend zijn als u buiten het net vist.
Heeft u vragen over de gevolgen van deze wijziging voor uw organisatie, of wilt u weten welke stappen u het beste kunt zetten? Wij adviseren u graag. Neem gerust contact op.


