Annechien Beijering-Beck

Annechien Beijering-Beck

Advocaat

De Rechtbank Oost-Brabant oordeelde recent over een aanvullende voorwaarde in de verordening aan een formele hulpverlener die via een PGB ondersteuning bood. In deze casus stelde de gemeente aan een formele hulpverlener de voorwaarde dat de hulpverlener is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en beschikt over relevante diploma’s. Hulpverleners die niet aan beide vereisten voldoen, worden als informele hulpverleners beschouwd en ontvangen een lagere vergoeding dan de formele hulpverleners.

De rechtbank stelt vast dat het vereiste tot inschrijving in het Handelsregister geen directe relatie heeft met de kwaliteitsvereisten als bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid sub c van de Wmo. Daarnaast stelt de rechtbank dat de inschrijving in het Handelsregister geen grondslag vindt in artikel 2.1.3. lid 2 sub a. Daarmee biedt volgens de rechtbank de Wmo geen grondslag om een hulpverlener als informele hulpverlener aan te merken, slechts vanwege het ontbreken van een inschrijving in het Handelsregister. In deze procedure leidde deze conclusie ertoe dat de voorwaarde buiten toepassing werd gelaten. De rechtbank heeft zelf in de zaak voorzien en alsnog het formele tarief toegekend.

 

Wij signaleren dat meerdere gemeenten deze eis hebben opgenomen in de huidige verordening maatschappelijke ondersteuning of sociaal domein. Het is voor gemeenten van belang zich bewust te zijn van de ontwikkeling in de rechtspraak dat het ontbreken van een inschrijving in het Handelsregister geen rechtmatige grond is voor het afwijzen van een pgb-aanvraag, dan wel de toekenning van het informele tarief. In een eventuele procedure zal de voorwaarde die ziet op inschrijving in de KvK buiten toepassing worden gelaten.

 

Heeft u vragen over de toekenning van een maatwerkvoorziening of andere vragen over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015? Neem gerust contact op met onze advocaten gezondheidsrecht.