Op 21 mei jl. heeft het Hof van Justitie van de EU een belangrijk arrest gewezen over een nationale meldingsplicht voor voedingssupplementen (zaak C 626/24, Pragon). De kernvraag: hoe ver mogen lidstaten gaan bij het verplicht vooraf melden van producten uit andere lidstaten? Het arrest benadrukt het belang van een evenwicht tussen enerzijds de bescherming van volksgezondheid en consument en anderzijds vrij verkeer van goederen. Artikel 9 lid 7 Verordening (EU) 2017/625 is precies bedoeld om die balans te bewaken en moet daarom restrictief worden uitgelegd.

De casus

Tsjechië verplicht bedrijven om minimaal 24 uur vooraf te melden wanneer voedingssupplementen uit een andere lidstaat worden ontvangen. Daarbij moeten gedetailleerde gegevens worden doorgegeven (zoals herkomst, hoeveelheid en datum van aankomst), zodat de toezichthouder controles kon plannen.

 

Een Tsjechisch bedrijf (Pragon) verzette zich hiertegen. Volgens het bedrijf vormde deze verplichting een belemmering van het vrije verkeer van goederen.

 

Wat zegt het Hof?

Het Hof maakt allereerst een principieel punt:
de regels voor officiële controles in de voedselketen zijn in de EU volledig geharmoniseerd via Verordening (EU) 2017/625.

 

Dat betekent volgens het Hof:

  • Nationale maatregelen moeten primair aan die verordening worden getoetst, en
  • Niet (of minder) rechtstreeks aan de artikelen 34 en 36 VWEU

 

Wanneer mag een meldingsplicht wél?

Artikel 9 lid 7 van Verordening (EU) 2017/625 biedt lidstaten ruimte om de melding van de aankomst van dieren of goederen uit een andere lidstaat verplicht te stellen, maar alleen:

  • In uitzonderlijke omstandigheden, en
  • Als dit strikt noodzakelijk is

 

Het Hof benadrukt dat “strikt noodzakelijk” een zware toets is. Er mogen geen minder belastende alternatieven bestaan, en de maatregel mag niet verder gaan dan nodig.

 

De Tsjechische regeling voldoet niet aan deze voorwaarden. Hoewel voedingssupplementen inderdaad specifieke risico’s kunnen inhouden (verboden stoffen, vervalsing, verontreinigingen), rechtvaardigt dit geen systematische voorafgaande meldingsverplichting voor alle producten uit alle lidstaten. Andere instrumenten bieden al voldoende bescherming, zoals bijvoorbeeld risicogebaseerde controles op basis van eerdere waarnemingen of de administratieve uitwisseling van informatie tussen lidstaten.

 

Wat betekent dit in de praktijk?

De uitspraak dwingt lidstaten om meldingsplichten risicogebaseerd en doelgericht in te richten.

Een meldingsplicht voor alle levensmiddelen uit andere lidstaten en voor alle bedrijven is te algemeen.

 

Voor vragen over marktregulering, waaronder de levensmiddelenregels, kunt u terecht bij één van onze specialisten