Per 1 januari 2027 verandert de procedure voor voorgenomen sluitingen of opschortingen van acute zorg. Een burgemeester kan op grond van het gewijzigde artikel 3a Wkkgz een zwaarwegend advies uitbrengen. Ook moet het college van burgemeester en wethouders eerder worden betrokken. Voor zorgaanbieders betekent dit dat lokale belangen eerder en aantoonbaar in de besluitvorming moeten worden meegenomen en dat een negatief advies tot aanvullende procedurestappen leidt. Wij zetten hierna uiteen wat er verandert en hoe zorgaanbieders zich daarop kunnen voorbereiden.
Wat verandert er per 1 januari 2027?
Ziekenhuizen, huisartsenspoedposten, ggz-aanbieders die acute zorg aanbieden en dienstapotheken moeten bij een voorgenomen (gedeeltelijke) sluiting of opschorting van een acute zorglocatie de zorgvuldige besluitvormingsprocedure van artikel 8a.4 Uitvoeringsbesluit Wkkgz volgen.
Vanaf 1 januari 2027 worden aan dit proces stappen toegevoegd. De burgemeester krijgt een zwaarwegend adviesrecht. Voordat de burgemeester dat advies uitbrengt, overlegt deze met de zorgaanbieder, het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ), burgemeesters van omliggende gemeenten en inwoners uit de omgeving.
Bij een negatief advies kan de zorgaanbieder alleen gemotiveerd afwijken. De (gedeeltelijke) sluiting kan vervolgens pas definitief doorgaan nadat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een zwaarwegend advies heeft uitgebracht over de motivering van de zorgaanbieder en het advies van de burgemeester. De beslissingsbevoegdheid blijft bij de zorgaanbieder, maar de procedure en motivering worden zwaarder.
Ook moet het college van burgemeester en wethouders eerder worden betrokken. In artikel 8a.4, eerste lid, onderdelen d en e, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz wordt verduidelijkt dat de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de omgeving al ‘vroegtijdig’ bij de voorbereiding van de besluitvorming moeten worden betrokken, in plaats van ‘tevoren’. Het overleg mag dus niet pas plaatsvinden wanneer het voorgenomen besluit feitelijk al vaststaat.
Daarnaast wordt aan artikel 8a.4 een nieuw lid 2 toegevoegd, dat zorgaanbieders verplicht mee te werken als de bereikbaarheidsnorm voor acute zorg met de voorgenomen sluiting of opschorting wordt overschreden. Deze 45-minutennorm houdt in dat inwoners in beginsel binnen 45 minuten per ambulance een afdeling spoedeisende hulp of een locatie voor acute verloskunde moeten kunnen bereiken. Op verzoek van een zorgverzekeraar moet de zorgaanbieder de medewerking verlenen die redelijkerwijs van hem kan worden gevergd en die noodzakelijk is om de zorgverzekeraar in staat te stellen aan zijn zorgplicht te voldoen (artikel 11 Zvw).
Waarom wordt de procedure uitgebreid?
De wijziging volgt uit een aangenomen amendement van de leden Bushoff (PvdA) en Krul (CDA). Volgens de indieners hebben sluitingen van acute zorgvoorzieningen grote gevolgen voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid van zorg in een regio. Gemeenten en inwoners ervaren daarbij dat zij te weinig invloed hebben wanneer voorzieningen verdwijnen.
Het doel is daarom om gemeenten en inwoners eerder en nadrukkelijker bij de besluitvorming te betrekken. Voor zorgaanbieders betekent dit dat regionale en lokale belangen niet pas bij een vrijwel afgerond besluit aan de orde mogen komen.
De gemeente en de zorgaanbieder moeten eerder met elkaar in gesprek. Inspraak van inwoners en overleg met betrokken partijen moeten plaatsvinden voordat onomkeerbare keuzes zijn gemaakt. Een zorgaanbieder die afwijkt van een negatief advies moet inzichtelijk maken hoe de ingebrachte belangen zijn gewogen en waarom andere belangen desondanks zwaarder wegen.
Kritiek op de uitvoerbaarheid en toegevoegde waarde
De Afdeling advisering van de Raad van State betwijfelde of het zwaarwegend advies voldoende meerwaarde heeft naast de bestaande zorgvuldige besluitvormingsprocedure, waarin gemeenten en inwoners al vroegtijdig moeten worden betrokken. Het adviesrecht creëert mogelijk een tweede moment waarop grotendeels dezelfde belangen worden ingebracht.
Ook lost het adviesrecht de oorzaken van een voorgenomen sluiting niet op. Besluiten over acute zorg hangen vaak samen met kwaliteitseisen, personeelstekorten, capaciteit en financiële haalbaarheid. Een lokaal advies neemt deze knelpunten niet weg.
Verder neemt de regeldruk toe en kan bij gemeenten en inwoners de verwachting ontstaan dat de burgemeester een sluiting kan blokkeren. Zorgaanbieders doen er daarom goed aan om vanaf het begin helder te communiceren over de ruimte voor lokale invloed én over de grenzen daarvan.
Ook de IGJ is kritisch. De nieuwe adviestaak vraagt de inspectie om zich uit te spreken over de afweging tussen de kwaliteit van zorg en andere belangen, terwijl dit volgens de IGJ niet goed aansluit bij haar toezichtstaak. Voor zorgaanbieders is het desondanks van belang dat het dossier de gemaakte belangenafweging volledig en navolgbaar weergeeft.
Wat betekent dit concreet voor zorgaanbieders?
Gelet op deze wijzigingen is raadzaam om vroegtijdig aandacht te besteden aan stakeholdermanagement. Daarbij kan in kaart worden gebracht welke gemeenten, omliggende burgemeesters, inwonersvertegenwoordigers, ketenpartners en het ROAZ door het voorgenomen besluit worden geraakt. Ook is het verstandig vast te leggen wanneer zij worden betrokken, welke zorgen zij uiten en hoe daarop wordt gereageerd.
Daarnaast is het belangrijk een controleerbaar besluitvormingsdossier op te bouwen. Daarin kunnen de aanleiding voor de voorgenomen wijziging, de onderzochte alternatieven en de gevolgen voor kwaliteit, continuïteit, bereikbaarheid en toegankelijkheid worden onderbouwd. Het is daarbij van belang inzichtelijk te maken hoe lokale belangen zijn meegewogen en waarom een bepaalde uitkomst noodzakelijk en proportioneel wordt geacht.
In dat verband adviseren wij om de volgende onderdelen voor te bereiden:
- Een tijdlijn waarin de vroegtijdige betrokkenheid van het college van burgemeester en wethouders aantoonbaar is verwerkt;
- Een consultatie- en communicatieplan voor inwoners en regionale partijen;
- Een scenario voor een negatief zwaarwegend advies, inclusief interne besluitvorming en aanvullende motivering;
- Een compleet dossier dat zo nodig snel aan de IGJ kan worden voorgelegd;
- Een communicatieplan over de beslissingsbevoegdheid van de zorgaanbieder en de betekenis van het adviesrecht.
Conclusie
Het zwaarwegend adviesrecht verandert niet wie het uiteindelijke besluit neemt, maar wel hoe zorgvuldig en transparant dat besluit tot stand moet komen. Zorgaanbieders moeten lokale partijen eerder betrekken, de belangenafweging beter documenteren en rekening houden met een extra procedurestap bij een negatief advies. De belangrijkste voorbereiding ligt daarom vóórdat een concreet sluitingsbesluit wordt genomen. Wie vroegtijdig overleg organiseert, alternatieven zichtbaar onderzoekt en de medische, organisatorische en maatschappelijke afweging helder vastlegt, verkleint het risico op vertraging en discussie. De regeling treedt per 1 januari 2027 in werking; het is verstandig om besluitvormingsprotocollen en communicatielijnen ruim daarvoor aan te passen.


