De energietransitie vraagt om het snel zetten van grote stappen om de CO2-uitstoot te reduceren, met name na het verschijnen van het IPCC-rapport Sixth Assessment Report (ipcc.ch) op 9 augustus 2021, waaruit blijkt dat het klimaat hard achter uitgaat.

Inzet waterstof

Er zijn verschillende manieren om bij te dragen aan de energietransitie, en op dit moment wordt veel gesproken over het op grote schaal inzetten van duurzame waterstof als energiedrager, ook reeds voor publicatie van het IPCC-rapport. In de Green Deal van de EU wordt ook onder meer ingezet op groene waterstof, mede door middel van een waterstofstrategie. Door het gebruik van groene waterstof kan de CO2-uitstoot aanzienlijk worden verminderd, maar om waterstof op grote schaal in te kunnen zetten moet er nog veel gebeuren. Zo is onder meer een transportnet van belang. In de Kamerbrief van 30 juni 2021 is de staatssecretaris van EZK daarop ingegaan, mede naar aanleiding van het eindrapport HyWay27 als vervolg op de Kabinetsvisie waterstof. Binnen het project Hyway27 is onderzocht of, en onder welke voorwaarden, delen van het bestaande gastransportnet kunnen worden hergebruikt voor het transport van waterstof.

Hyway27

In het Hyway27-rapport zijn de volgende conclusies getrokken:

  • In een klimaatneutrale economie is een waterstoftransport op basis van buisleidingen nodig om gebruikers efficiënt te verbinden met aanbieders van groene waterstof en opslag.
  • Om de ambitie voor 2030 te realiseren, is de komende jaren transportcapaciteit nodig gericht op het faciliteren van de eerste groene waterstofprojecten. Daarbij ontstaat transportvraag als gevolg van opslagbehoefte.
  • Het bestaande aardgastransportnet kan de interregionale waterstofstromen invullen die op termijn worden verwacht: belangrijke tracés kunnen worden vrijgespeeld en technisch geschikt worden gemaakt voor waterstoftransport.
  • Hergebruik van aardgasnetten is goedkoper dan de aanleg van nieuwe leidingen voor waterstoftransport. Een transportnet waarin alle industriële clusters zijn verbonden met producenten en opslaglocaties vergt een investering van ongeveer € 1,5 miljard.
  • Het hergebruiken van transportnetten vereist overheidsinterventie omdat investeringen worden gekenmerkt door hoge vollooprisico’s en een sterke samenhang met de ontwikkeling van de gehele waterstofketen.

Verder wordt in het rapport geadviseerd om het principebesluit te nemen, om een deel van de bestaande aardgasnetten in te zetten voor het transport van waterstof; om de 2030-ambities te halen is het nodig nu de besluitvorming daartoe in te zetten.

Gefaseerde uitrol landelijk waterstoftransportnet

Op korte termijn zal er vooral vraag naar waterstof ontstaat vanuit de industrie en de mobiliteit. Op langere termijn is de verwachting van de staatssecretaris dat ook vanuit de sectoren gebouwde omgeving en de elektriciteitssector (CO2-vrij regelbaar vermogen) concrete vraag naar waterstof zal ontstaan. Op basis van het Hyway27-rapport stelt de staatssecretaris vast dat een transportnet voor waterstof noodzakelijk is in een CO2-vrije waterstofketen en dat deze (omwille van kosteneffectiviteit) voor een zo groot mogelijk deel zal bestaan uit hergebruik van bestaande leidingen voor het transport van aardgas, die beschikbaar komen door het versneld sluiten van het Groningenveld. Om die reden start het kabinet met de ontwikkeling van een plan voor een onderbouwde en gefaseerde uitrol van een landelijk waterstoftransportnet.

 

Met een gefaseerde uitrol kan op verschillende locaties begonnen worden met de ontwikkeling van delen van het net, maar wel steeds met als uitgangspunt dat uiteindelijk een geïntegreerd transportnet kan ontstaan. Er wordt op gewezen dat de belangrijkste input voor een uitrolplan een nadere inschatting is van de ontwikkeling van vraag en aanbod, zowel qua locatie als volume. Ook eventuele verbindingen met de buurlanden kunnen een rol spelen in het uitrolplan.

Helderheid en committment

Door het voortouw te nemen bij de ontwikkeling van het waterstoftransportnet, wil het kabinet tegemoet gekomen aan het oplossen van het coördinatieprobleem rondom CO2-vrije waterstof, en dus bijdragen aan meer helderheid. In de Kamerbrief wordt erop gewezen dat bedrijven die werken aan een businesscase voor elektrolyse weten willen welke potentiële afnemers ze kunnen bereiken en of ze toegang zullen hebben tot opslagfaciliteiten. Bedrijven die denken over het inzetten van CO2-vrije waterstof om te verduurzamen hebben inzicht nodig in de beschikbaarheid van infrastructuur om waterstof af te kunnen nemen. Productie komt maar in beperkte mate van de grond zonder afzetmogelijkheden, de vraag komt maar moeilijk van de grond zonder de zekerheid van levering en de ontwikkeling van infrastructuur kent belemmeringen vanwege de vele onzekerheden die bij een investering komen kijken. Volgens de staatssecretaris zal een uitrolplan helderheid moeten gaan bieden waar en wanneer het transportnet zal worden ontwikkeld en dus ook waar (voorlopig) niet en welke budgettaire middelen daarvoor nodig zijn.

 

Naast een rol van de overheid, acht het kabinet ook commitment van marktpartijen om hun plannen ook daadwerkelijk te realiseren, van belang, zodat de infrastructuur ook daadwerkelijk wordt gebruikt, betaalbaar is en blijft, en de investeringsrisico’s van het ontwikkelen van het net worden geminimaliseerd

ACM pleit voor stapsgewijze uitrol waterstoftransportnet

Met het oog op de toenemende aandacht voor waterstof en de plannen van het kabinet, heeft de ACM haar visie over de ontwikkeling en regulering van de waterstofinfrastructuur, vervat in de “ACM-notitie ‘Ontwikkeling en regulering van waterstofinfrastructuur’”. De ACM wil daarmee haar eerste verkennende inzichten geven over de ontwikkeling van benodigde infrastructuur voor het transport van waterstof en over de noodzaak voor regulering van deze infrastructuur.

 

Wat betreft de waterstofinfrastructuur benadrukt de ACM dat deze stapsgewijs uitgerold zou moeten worden en dat er dus niet op grote schaal een (landelijk) transportnet moet worden ontwikkeld. Zonder (de ontwikkeling van) productie en consumptie van waterstof en dus enig zicht op behoefte aan transport is er volgens de ACM in beginsel ook geen reden om waterstofinfrastructuur te ontwikkelen. Hoewel er steeds meer concrete plannen voor waterstofprojecten bijkomen en de ambities bij uiteenlopende partijen aanzienlijk zijn, constateert de ACM dat de daadwerkelijke productie en consumptie van duurzame waterstof op dit moment nog nagenoeg afwezig zijn. Door een uitrol zoals de ACM die voor zich ziet, kunnen in de visie van de ACM onnodige risico’s op overinvestering en ‘stranded assets’ – en daarmee onnodige kosten voor de gebruikers – worden vermeden. Er moet in haar ogen dan ook sprake zijn van een gedegen onderbouwing van nut en noodzaak voor de aanleg van een transportnet. Het gebruik van het bestaande aardgastransportnet vindt de ACM een gedegen optie.

 

De ACM ziet eveneens dat de vraag naar waterstof in eerste instantie vanuit de industrie zal komen. Aangezien de meeste industriële clusters in Nederland aan de kust liggen en zich in de nabijheid van zeehavens bevinden, zijn vanwege duurzame elektriciteitsproductie via wind op zee en mogelijke aanvoer van waterstof per schip, die industriële clusters naar verwachting de meest aangewezen locaties voor de productie en import van duurzame waterstof. Als het gaat om Chemelot in Limburg waar mogelijk geen lokaal aanbod van waterstof aanwezig is, ziet de ACM een waterstofleiding vanuit bijvoorbeeld de haven van Rotterdam als een oplossing. De ACM voorziet dat coördinatie nodig kan zijn om investeringen in consumptie van duurzame waterstof en in de daarvoor benodigde infrastructuur tijdig van de grond te krijgen en te voorkomen dat partijen op elkaar blijven wachten. Daarom ziet zij daar een rol voor de overheid. Dat sluit ook aan bij de visie van het kabinet zoals blijkt uit de hiervoor genoemde Kamerbrief.

Regulering waterstofmarkt

Wat betreft de marktordening is het voornemen van het kabinet om Gasunie te vragen de ontwikkeling van het transportnet voor waterstof op zich te nemen en om gasleidingen daadwerkelijk vrij te spelen om te kunnen hergebruiken, zo blijkt uit de eerder genoemde Kamerbrief. De precieze invulling van de rol van Gasunie zal nog, mede aan de hand van het uitrolplan, verder worden uitgewerkt. Ook wordt in dat verband gekeken welke regulering nodig is.

 

Op dit moment is er geen specifieke regulering van waterstof. Met het oog op waterstofexperimenten heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) eerder het ministerie van EZK opgeroepen om spoedig met wetgeving voor waterstof te komen, zie hierover ons eerdere blog.

 

Als het gaat om het transport van waterstof, blijkt uit de genoemde ACM-notitie dat de ACM het nu te vroeg vindt voor sectorspecifieke regulering, omdat er nog geen sprake is van grootschalige productie, consumptie en transportinfrastructuur. Voor de toekomst pleit de ACM voor een flexibele en geleidelijke benadering voor de regulering van waterstofinfrastructuur, waarbij een balans moet worden gevonden om de markt de kans te geven zich te ontwikkelen en tegelijkertijd te voorkomen dat marktmacht wordt misbruikt.

Uitgewerkte en coherente visie en aanzienlijke investeringen vereist

Uit de reeds genoemde Kamerbrief volgt dat, om de waterstofplannen daadwerkelijk tot uitvoering te kunnen brengen, besluitvorming van een volgend kabinet nodig is, ook ten aanzien van de ter beschikkingstelling van financiële middelen en de marktordening. Dat er veel geïnvesteerd moet worden is evident, alleen gaat dat nog niet snel genoeg. Er wordt getracht daar iets aan te doen. Zo heeft de staatssecretaris van EZK in een Kamerbrief van 8 oktober 2021 aangegeven dat, om de opschaling van duurzame waterstof te versnellen, een voorstel uitgewerkt wordt om in 2023 en 2024 de jaarverplichting Energie voor Vervoer open te stellen voor het gebruik van hernieuwbare waterstof voor de productie van brandstoffen. De verwachting van de staatssecretaris is dat vóór 2025 bijgedragen kan worden aan de realisatie van projecten met een totale omvang van circa 400 MW, waarmee een enorme stap gezet kan worden in de realisatie van de kabinetsambities van 500 MW elektrolyse in 2025

 

Een volgend kabinet zal desalniettemin ook het waterstofdossier met grote voortvarendheid moeten oppakken, omdat marktpartijen wachten op de inzet en regie van de overheid. Zo heeft Tata onlangs bekendgemaakt volop te koersen op de productie van staal met de inzet van groene waterstof (de CCS-route waarbij CO2 wordt afgevangen en opgeslagen wordt daarmee verlaten). Tata vraagt wel de landelijke en regionale overheid om steun zoals subsidies en het aanleggen van infrastructuur. Gezien de geluiden in de maatschappij zal het kabinet ook met een uitgewerkt en coherente plan moeten komen, waarbij de verschillende vraagstukken met elkaar worden verweven.

 

Ondertussen spelen namelijk ook andere prangende vraagstukken met betrekking tot groene waterstof, zoals de vraag of er voldoende hernieuwbare energie beschikbaar is om op grote schaal groene waterstof te produceren voor gebruik door de industrie. Voor de productie van groene waterstof door middel van elektrolyse is elektriciteit nodig die door middel van hernieuwbare bronnen is opgewekt, denk aan windparken. De duurzaam geproduceerde energie is nu onvoldoende om op grote schaal groene energie te produceren. Ook daar zullen de nodige investeringen moeten worden gedaan, evenals in de aansluiting van de hernieuwbare energiebronnen op het elektriciteitsnet – waarbij het elektriciteitsnet ook nog eens te kampen heeft met capaciteitsproblemen. De ACM heeft in verband met de kosten van de energietransisitie onlangs een bericht uitgebracht waarin zij aangeeft dat bij het bepalen van de netwerktarieven, zij rekening houd met de kosten die nodig zijn voor de energietransitie.

 

Ook op het punt van wetgeving zal snel helderheid moeten worden gegeven, om bedrijven rechtszekerheid te bieden. Het doen van investeringen in waterstof vergt immers duidelijkheid vooraf.

 

Voor meer informatie of vragen hierover kunt u contact opnemen met Ekram Belhadj, specialist in ons team Energie & Duurzaamheid.