In een uitspraak van 14 januari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:193) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State haar rechtspraak over intern salderen bij bestemmingsplannen gewijzigd. Die wijziging komt er kort gezegd op neer dat intern salderen met de referentiesituatie niet langer bij de voortoets, maar enkel als mitigerende maatregel betrokken mag worden in de passende beoordeling. Daarnaast gaat ook het additionaliteitsvereiste gelden voor het intern salderen bij plannen. Met deze wijziging van de rechtspraak trekt de Afdeling haar rechtspraak over intern salderen bij plannen gelijk met de rechtspraak over intern salderen bij projecten (waarover wij eerder dit blog schreven).
Gevolgen voor de gemeentelijke praktijk
De gewijzigde rechtspraak heeft belangrijke gevolgen voor gemeenten:
- Vaker een passende beoordeling
Doordat intern salderen niet meer in de voortoets kan worden betrokken, zal bij de voorbereiding van bestemmingsplannen en wijzigingen van het omgevingsplan sneller een passende beoordeling nodig zijn. Bij die beoordeling mag intern salderen met de referentiesituatie als mitigerende maatregel worden betrokken.
- Zwaardere motivering bij intern salderen
Intern salderen met de referentiesituatie is alleen mogelijk als wordt gemotiveerd dat wordt voldaan aan het additionaliteitsvereiste. Dat houdt in dat intern salderen alleen kan worden ingezet als de wijziging of beëindiging van de referentiesituatie niet ook nodig is als instandhoudings- of passende maatregel voor het behalen van de natuurdoelen of het voorkomen van verslechtering van de natuur. Aan die motiveringsplicht kan de raad kort gezegd voldoen door zich ervan te vergewissen dat in openbaar raadpleegbare gegevens geen aanwijzingen staan dat het Rijk en de provincie de wijziging of beëindiging van de referentiesituatie nodig achten als instandhoudings- of passende maatregel.
- Sneller een plan-MER(plicht)
Op grond van artikel 16.36, tweede lid, Omgevingswet geldt dat voor een omgevingsplan een milieueffectrapport moet worden opgesteld indien bij de voorbereiding daarvan een passende beoordeling vereist is. De gewijzigde rechtspraak leidt er daarmee toe dat ook de plan-MER(plicht) vaker aan de orde zal zijn.
Betekenis voor lopende procedures
De wijziging van de rechtspraak is direct van toepassing en heeft dus ook gevolgen voor lopende procedures over bestemmingsplannen. Indien voor de motivering van vastgestelde, nog niet onherroepelijke bestemmingsplannen in de voortoets gebruik is gemaakt van intern salderen, zal mogelijk alsnog een passende beoordeling (met motivering van de additionaliteit) moeten worden opgesteld.


