In 2026 veranderen enkele belangrijke zaken in het staatssteunrecht. Twee ontwikkelingen springen eruit: de verplichte registratie van de-minimissteun en de uitbreiding van het DAEB-vrijstellingsbesluit voor betaalbare middenhuur. Deze wijzigingen raken overheden, woningcorporaties en bedrijven.
Verplichte de-minimis registratie
De-minimissteun is een vorm van staatssteun die zo gering is dat deze geen merkbare invloed heeft op het handelsverkeer; daarom geldt een vrijstelling van de meldplicht, mits het totaal per onderneming niet meer bedraagt dan € 300.000 (of € 750.000 voor steun voor diensten van algemeen economisch belang) over een periode van drie belastingjaren. Om te controleren of het de-minimisplafond niet wordt overschreden, moeten overheden momenteel bij elke steunverlening een schriftelijke of digitale verklaring opvragen waarin de onderneming aangeeft welke de-minimissteun zij in de afgelopen drie jaar heeft ontvangen. Vanaf 1 januari 2026 zijn overheden verplicht om elke toekenning van de-minimissteun vast te leggen in een centraal register. Deze verplichting vloeit voort uit de reguliere de-minimisverordening en de DAEB-de-minimisverordening. Nederland gaat gebruik maken van het centrale EU-register, het eAidRegister. Door gebruik te maken van dit register voldoen decentrale overheden aan artikel 6, lid 1 van de de-minimisverordeningen. De registratie moet binnen 20 werkdagen na toekenning plaatsvinden.
In de komende drie jaar wordt het register gebruikt om nieuwe de-minimissteun vast te leggen. Decentrale overheden voeren elke verleende steun in via het register. Tegelijk blijft de bestaande verplichting om een de-minimisverklaring op te vragen bij de onderneming van kracht. Bij elke de-minimis steunverlening moet de overheid dus zowel registreren als een verklaring laten ondertekenen. Deze overgangsperiode loopt tot 1 januari 2029. Daarna kan de registratie in veel gevallen de verklaring vervangen. Let wel: waar sprake is van verbonden ondernemingen (bijvoorbeeld via meerderheidsstemrechten of controle), zal aanvullende informatie nodig blijven om te toetsen of de steun echt binnen het plafond valt; een register toont immers niet automatisch de relaties die voor de ‘één onderneming’-regel relevant zijn.
De verplichting stopt niet bij registratie. Lidstaten moeten ook zelf een nationaal register bijhouden met alle geregistreerde gegevens, gedurende tien jaar vanaf de datum waarop de de-minimissteun is verleend (artikel 6, lid 3 van de reguliere en DAEB-de-minimisverordeningen). Het Rijk dient deze gegevens te verzamelen uit het eAidRegister. In de Nederlandse inrichting van het register vallen provincies, gemeenten en samenwerkingsverbanden onder het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden bij het ministerie van BZK, terwijl waterschappen vallen onder het ministerie van IenW.
Verder is van belang om op te merken dat voor steun in de landbouwsector de registratieplicht pas ingaat op 1 januari 2027. Voor steun aan ondernemingen in de visserij is er nog geen verplichte registratie bekend.
Herziening DAEB-vrijstellingsbesluit: ruimte voor middenhuur
Naast registratie introduceert de EU een belangrijke inhoudelijke ontwikkeling: een herziening van het DAEB-vrijstellingsbesluit. Het doel: niet alleen sociale huur, maar ook betaalbare middenhuur onder de vrijstelling brengen. Op 8 januari 2026 is het Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie in werking getreden.
Op 16 december 2025 presenteerde de Europese Commissie het Europese plan voor betaalbare huisvesting in combinatie met een herziening van de staatssteunregels voor diensten van algemeen economisch belang, om betaalbare huisvesting beter te ondersteunen. Dit volgt op een evaluatie die de Commissie heeft uitgevoerd naar de toepassing van het huidige DAEB-vrijstellingsbesluit in de praktijk. Daaruit bleek dat de huidige staatssteunregels onvoldoende mogelijkheden bieden voor lidstaten om de woningcrisis, die de hele EU treft, effectief aan te pakken. Bovendien was het oude besluit op onderdelen toe aan actualisatie, verduidelijking en vereenvoudiging. Om die redenen heeft de Commissie een concept voor een herzien DAEB-vrijstellingsbesluit opgesteld, waarin ervaringen uit de praktijk, economische ontwikkelingen (waaronder de woningcrisis) en markttrends zijn verwerkt. Over de aanloop naar het besluit schreven wij eerder deze blog.
De Europese Commissie heeft de belangrijkste begrippen en voorwaarden voor huisvestingssteun opgenomen in de bijlage bij het herziene DAEB-vrijstellingsbesluit. Een DAEB voor sociale huisvesting wordt omschreven als een dienst voor kansarme huishoudens of sociaal minder bevoorrechte groepen, waaronder daklozen. Voor betaalbare huisvesting gaat het om huishoudens die niet tot deze groepen behoren, maar door marktfalen geen toegang hebben tot woningen tegen betaalbare voorwaarden.
Tevens zal per 1 januari 2028 een verplichting gelden voor steunbedragen van meer dan € 1 miljoen per onderneming en per DAEB om te worden vastgelegd in een centraal register.
Voor de Nederlandse praktijk is het relevant dat nationale uitwerking volgt op het Europese besluit. Het ministerie van VRO heeft aangegeven de Woningwet te willen aanpassen om middenhuur als DAEB doel expliciet mogelijk te maken, met oog op WSW borging voor corporaties.
Heeft u vragen over staatssteun bij uw woningbouwproject of wilt u meer weten? Neem dan gerust contact met ons op.


