Op 16 februari 2026 is het langverwachte wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet in internetconsultatie gegaan. Tot 13 april 2026 kan op het voorstel worden gereageerd op www.internetconsultatie.nl. Wij signaleren in dit blog mogelijke aandachtspunten.
De kernpunten van het wetsvoorstel
Het ontwerp wetsvoorstel introduceert een aantal fundamentele wijzigingen in de structuur van de Jeugdwet:
- Verplichte lokale teams: elke gemeente moet een lokaal team inrichten. Dit team beoordeelt wat de jeugdige en/of ouders nodig heeft en betrekt daarbij zo mogelijk hulpvragen binnen het gezin op andere leefdomeinen (onderwijs, schuldhulp, volwassenenzorg). Daarnaast kan het lokale team zelf jeugdhulp verlenen.
- Aanscherping van de jeugdhulpplicht: preventie en basisjeugdhulp zijn voorliggend op aanvullende jeugdhulp. Zowel basisjeugdhulp als aanvullende jeugdhulp wordt waar mogelijk op groepsbasis ingezet.
- Verduidelijking afwegingskader: hiertoe wordt onder meer vastgelegd welke criteria worden gebruikt om te beoordelen of er sprake is van eigen kracht. Opvallend is dat de mogelijkheid om een inkomen te vergaren nu expliciet als afwegingsfactor kan worden meegenomen. Ook wordt dwingend voorgeschreven dat de ernst van de problematiek wordt meegenomen en dat wordt afgewogen of sprake is van gebruikelijke hulp.
- Versterking positie lokale teams vs. verwijzers: omdat de lokale teams op dit moment nog onvoldoende berust zijn op hun nieuwe taak, wordt er in deze fase geen wezenlijke wijziging aangebracht in de verwijsbevoegdheid van arts, jeugdarts of medisch specialist. Echter, het kabinet voorziet dat in een volgende fase de verwijsroute wordt afgesneden en alle jeugdhulp wordt geïndiceerd door het lokale team. Artsen mogen dan alleen nog bepalen dát jeugdhulp nodig is, waarna het lokale team zal bepalen welke jeugdhulp zal worden ingezet.
Punten waarop wat ons betreft verduidelijking kan worden gevraagd
Wat ons betreft verdienen in ieder geval de volgende aspecten van het wetsvoorstel verduidelijking:
- Borging van professionalisering lokale teams: het kabinet heeft voor ogen dat de lokale teams zullen groeien in hun rol als centrale spil in het jeugdstelsel. Voor de nodige professionalisering wordt verwezen naar het convenant stevige lokale teams dat naar verwachting in 2026 wordt vastgesteld. Gelet op de belangrijke taken die de lokale teams toebedeeld krijgen is deze professionaliseringsslag van cruciaal belang, mede in het licht van het voornemen de medische verwijsroute af te sluiten. Wij vragen ons af of de randvoorwaarden voor de professionaliseringsslag niet bij wet geregeld moeten worden, in plaats van in een convenant waarop slechts de daarbij aangesloten partijen elkaar kunnen aanspreken.
- De juridische positionering van de lokale teams: volgens de toelichting kunnen de lokale teams binnen of buiten de gemeente worden georganiseerd. Voorts wordt toegelicht dat de lokale teams bestuursorganen zijn gelet op de publieke taak-jurisprudentie, maar tevens onder de definitie van jeugdhulpaanbieder vallen zodra de lokale teams zelf basisjeugdhulp gaan verlenen. Wij vragen ons af hoe deze dubbelrol van het lokale team in de huidige wet past. Als lokale teams tevens jeugdhulpaanbieders zijn, zijn dan alle verplichtingen voor jeugdhulpaanbieders in hoofdstuk 4 integraal van toepassing op lokale teams, bijvoorbeeld ten aanzien van de meldingsplicht, governance vereisten en de klachtenregeling? En welke informatie mogen beide functies van de lokale teams met elkaar uitwisselen, indachtig het beroepsgeheim van jeugdhulpverleners?
- Basisjeugdhulp: de vraag komt op welke jeugdhulp naar zijn aard geschikt is om aan te bieden als basisjeugdhulp. Het voorbeeld in de toelichting, een standaard aantal gesprekken met een psychiater, geeft het probleem goed weer: dient psychiatrische hulp niet per definitie afgestemd te zijn op de psychische problematiek van een jeugdige? Wij voorzien dat bij een verschuiving van jeugdhulp naar basisjeugdhulp dergelijke afbakeningsvraagstukken een rol gaan spelen. Het zou daarom nuttig zijn als het kabinet verduidelijkt welke vormen van jeugdhulp naar hun aard wel en niet geschikt zijn om te worden aangeboden als basisjeugdhulp.
- Beoordeling inkomen: de uitwerking van het afwegingskader sluit vooral aan op huidige kaders gebaseerd op de rechtspraak van de CRvB en de VNG model verordening Jeugdwet. Het ontwerp voorstel brengt daarvoor weinig nieuwe aanknopingspunten. Uitzondering daarop is dat voorgesteld wordt om in de Jeugdwet een grondslag te bieden om bij verordening te regelen dat van ouders mag worden verwacht dat zij de verantwoordelijkheid nemen voor een evenwichtige combinatie van zorg voor hun kind en werk, zolang nog kan worden voorzien in het eigen inkomen. Inmiddels is de ervaring dat het aan gemeenten overlaten om dergelijke algemene criteria in de verordening nader uit te werken niet tot de gewenste resultaten leidt. Gemeenten krijgen de ondankbare taak te bepalen wanneer volgens hen nog voldoende wordt voorzien in een eigen inkomen en hoe dit moet worden beoordeeld. Is een bijstandsuitkering bijvoorbeeld een voldoende eigen inkomen? Speelt het VN Vrouwenverdrag hier nog een rol? Welke financiële gegevens mag het college verzamelen en wat zijn de gevolgen als ouders de verstrekking daarvan weigeren? Om deze bevoegdheid daadwerkelijk handen en voeten te geven, is wat ons betreft een nadere uitwerking nodig in de wet. Dit geldt temeer omdat gemeenten regionaal moeten samenwerken op het gebied van specialistische jeugdhulp en het om die reden van belang is dat de verordeningen van samenwerkende gemeenten op dit punt met elkaar overeenstemmen.
- Belang van medische verwijsroute: het kabinet beoogt de medische verwijsroute af te snijden. In de memorie van toelichting bij de Jeugdwet wordt juist uitgebreid ingegaan op het belang van deze verwijsbevoegdheid van artsen. De onderhavige toelichting mist een overweging waarom deze belangen nu kennelijk niet meer zo zwaar wegen. Gelet op de ingrijpende gevolgen van deze beleidswijziging mag dat wat ons betreft wel worden verwacht.
Hoe nu verder?
De internetconsultatie loopt tot 13 april 2026. Dit is hét moment voor de sector om de uitvoerbaarheid van deze plannen kritisch tegen het licht te houden. Wij blijven de ontwikkelingen rondom dit wetsvoorstel uiteraard op de voet volgen. Heeft u vragen over wat dit wetsvoorstel betekent voor u of heeft u behoefte aan advies over uw reactie op deze consultatie? Neem dan gerust contact met ons op.


