In Amsterdam dook een recreant in ondiep natuurwater, waardoor hij zeer ernstig letsel opliep. Hoewel de gemeente het zwemverbod niet handhaafde en niet had gewaarschuwd voor de ondiepte, oordeelde het Hof Amsterdam dat de gemeente niet aansprakelijk was voor dit uitzonderlijke risico (ECLI:NL:GHAMS:2026:2495).

Op 15 juni 2020 dook een recreant vanaf de kade van de Bogortuin in Amsterdam ‘head first’ het water in. De recreant liep daarbij ernstig en blijvend letsel op, waaronder een dwarslaesie.

 

Omdat de Bogortuin grenst aan een vaarweg gold er een zwemverbod, maar dit verbod werd ten tijde van het ongeval niet gehandhaafd door de gemeente Amsterdam. Daarnaast bleek het water op de plek van de duik slechts 30 tot 80 centimeter diep door een onderwaterconstructie met aflopende terrastreden. Ten tijde van het ongeval werd hiervoor niet gewaarschuwd. Na het voorval plaatste de gemeente een waarschuwingsbord voor onderwaterobstakels en een bord met een verbod om te duiken.

 

Waar de deelgeschilrechter geen aansprakelijkheid aannam, oordeelde de rechtbank in de bodemprocedure – op basis van nieuwe feiten – dat de gemeente wel aansprakelijk was op grond van artikel 6:162 BW. Wegens eigen schuld van de recreant werd de schadevergoedingsplicht vastgesteld op 80% van de schade. Tegen dit oordeel stelden de gemeente en haar aansprakelijkheidsverzekeraar hoger beroep in.

De recreant baseerde zijn vordering primair op artikel 6:174 BW. Op grond van deze bepaling rust op de bezitter van een opstal een risicoaansprakelijkheid indien de opstal niet voldoet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld, daardoor gevaar oplevert en dat gevaar zich vervolgens voordoet.

 

Ten aanzien van de onderwaterconstructie kon de gemeente niet als bezitter worden aangemerkt, zodat het hof het beroep op artikel 6:174 BW afwees. Voor zover de gemeente bezitter was van de kademuur, was volgens het hof geen sprake van een gebrekkige opstal. Niet de kademuur zelf vormde namelijk een gevaar, maar het algemene risico van duiken in ondiep natuurwater had zich verwezenlijkt. Dat risico leverde geen gebrek op in de zin van artikel 6:174 BW, zodat het beroep op opstalaansprakelijkheid niet slaagde.

 

Ook het subsidiaire beroep op artikel 6:162 BW hield geen stand. Hoewel de gemeente wist dat er ondanks het zwemverbod bij de Bogortuin werd gezwommen, hoefde zij onder de gegeven omstandigheden geen specifieke maatregelen te treffen. De ondiepte bij de terrastreden was immers duidelijk zichtbaar en duiken in natuurwater brengt een algemeen bekend risico mee. Zwemmers hadden daarom een eigen verantwoordelijkheid om de diepte te controleren. De kans dat iemand vanaf een twee meter hoge kademuur precies op deze ondiepe plek ‘head first’ zou duiken, achtte het hof zo klein dat de gemeente hiermee geen rekening hoefde te houden. Daarbij woog mee dat zich eerder geen vergelijkbare incidenten hadden voorgedaan en dat andere recreanten van delen van de kade sprongen waar het water wél diep genoeg was.

 

Bovendien achtte het hof het selectief plaatsen van waarschuwingsborden verdedigbaar, omdat daarmee wordt voorkomen dat op locaties zonder borden ten onrechte een indruk van veiligheid ontstaat. Dat na het ongeval alsnog borden zijn geplaatst, betekende volgens het hof niet dat de gemeente voorafgaand aan het incident al tot dergelijke maatregelen verplicht was. De gemeente voerde daarnaast aan dat van haar niet kon worden verlangd om kilometers aan hekwerk langs het water te plaatsen. Op dat argument ging het hof niet in, waarschijnlijk omdat het al had geoordeeld dat het risico op een dergelijk duikongeval te gering was om maatregelen te verlangen.

Hoewel van gemeenten veel wordt verwacht op het gebied van veiligheid, benadrukt dit arrest dat hun zorgplicht begrensd blijft tot reële en kenbare gevaren. Wanneer het gevaar zichtbaar is en sprake is van een algemeen bekend risico, rust een belangrijke mate van verantwoordelijkheid op de recreant zelf. In dat geval hoeven gemeenten geen maatregelen te treffen die een vals veiligheidsgevoel creëren of praktisch onuitvoerbaar zijn. Daarmee wordt bevestigd dat niet elk incident in de openbare ruimte automatisch tot aansprakelijkheid van de overheid leidt.

 

Heeft u vragen over deze blog of bent u als overheid aansprakelijk gesteld? Neem dan gerust contact met ons op.