De Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) bevat tien gedragsregels die als doel hebben de kwaliteit en zorgvuldigheid van letselschadeafhandeling te waarborgen en te verbeteren. De GBL richt zich op professionals die beroepsmatig betrokken zijn bij de behandeling van letselschadezaken, zoals verzekeraars, belangenbehartigers en schaderegelaars. Sinds 2024 is de GBL (gedeeltelijk) wettelijk verankerd. Daarmee is de naleving van de GBL niet langer uitsluitend een kwestie van zelfregulering. Wat betekent dat voor de praktijk?
De GBL in het kort
De GBL bestaat uit tien gedragsregels die onderverdeeld kunnen worden in twee typen normen. Het eerste type betreffen de open normen. De open normen beschrijven hoe letselschadezaken inhoudelijk behandeld moeten worden en hoe de betrokken partijen met elkaar om behoren te gaan. Een voorbeeld hiervan is gedragsregel 5:
“Partijen streven naar passende oplossingen in de persoonlijke omgeving en werkomgeving van de benadeelde door zich gedegen te verdiepen in diens persoonlijke situatie, ambities en mogelijkheden.”
Het tweede type betreffen de procedurele normen. Deze normen bevatten concrete termijnen waar de betrokken partijen (in het bijzonder verzekeraars) zich aan moeten houden. Een voorbeeld hiervan is gedragsregel 4:
“Binnen drie maanden na ontvangst van de aansprakelijkstelling neemt de verzekeraar een onderbouwd standpunt over de aansprakelijkheid in.”
De GBL is een vorm van zelfregulering. De gedragsregels zijn dus door verschillende partijen uit de sector zelf opgesteld, onder leiding van de Letselschade Raad. Hoewel deze gedragsregels voor de wettelijke verankering niet in de wet stonden, was de GBL wel al bindend voor verzekeraars die zich aan de gedragsregels hadden gecommitteerd. Zo kon op de naleving van de GBL gehandhaafd worden, bijvoorbeeld via audits en klachteninstituten.
Waarom een wettelijke verankering?
De Universiteit Utrecht heeft in 2020 onderzoek gedaan naar de oorzaken van langlopende letselschadezaken. De onderzoekers kwamen tot een genuanceerde conclusie: er zijn vele veroorzakers aan te wijzen voor de omstandigheid dat letselschadeprocedures een lange doorlooptijd kennen. Eén dominante oorzaak hebben de onderzoekers niet kunnen aanwijzen. Uit het onderzoek is verder gebleken dat in (slechts) 8% van de gevallen de lange duur te wijten is aan niet-voortvarend handelen van de verzekeraar. Gevoelsmatig ligt dit percentage voor slachtoffers echter veel hoger: zij hebben het gevoel dat de voortvarendheid van de verzekeraars ver onder maats is en wijzen dit vaak aan als oorzaak voor de lange doorlooptijd van letselschadeprocedures.
Naar aanleiding van bovengenoemd onderzoek werd door de Tweede Kamer een motie aangenomen om de GBL wettelijk te verankeren. Slachtoffers moesten meer grip op de schadebehandeling krijgen, en de afstand met verzekeraars moest worden verkleind. Uit de praktijk kwam echter veel kritiek op het wetsvoorstel, onder andere van het Verbond van Verzekeraars, De Letselschade Raad en ook de Raad van State. Men vreesde bijvoorbeeld dat twee aparte trajecten zouden ontstaan met een eigen dynamiek (de zelfregulering en de wettelijke regeling), wat het gezag van de GBL zou aantasten. Ook zou de wet slechts gelden voor een beperkt aantal Nederlandse verzekeraars, hetgeen het evenwicht in de markt zou kunnen verstoren. Niet iedere verzekeraar heeft zich immers gecommitteerd aan de GBL.
Wat staat er voortaan in de wet?
De wet is er toch gekomen. De wetgever heeft ervoor gekozen om de procedurele normen uit de GBL op te nemen in het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo), dat een uitwerking is van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Alleen de gedragsregels die bepaalde termijnen voor verzekeraars bevatten, staan in de wet. De verzekeraar moet:
- Binnen 2 weken de ontvangst van de aansprakelijkstelling schriftelijk bevestigen;
- Direct na de aansprakelijkstelling onderzoek doen;
- Binnen 6 weken reageren op de inhoudelijke correspondentie van de benadeelde en diens belangenbehartiger;
- Binnen 3 maanden na de ontvangst van de aansprakelijkstelling een onderbouwd standpunt innemen;
- Ten minste 1 maal per jaar persoonlijke contact hebben met de benadeelde;
- Binnen 14 dagen na de definitieve vaststelling de schade uitkeren;
- Indien de schadebehandeling langer duurt dan 2 jaar, nagaan wat de oorzaak daarvan is.
De wet geldt alleen voor schadeverzekeraars met een zetel in Nederland die zich bezighouden met de afhandeling van letselschade bij aansprakelijkheid bij bedrijfsongevallen en beroepsziekten. De regels gelden dus niet voor bijvoorbeeld buitenlandse verzekeraars, tussenpersonen en belangenbehartigers. De regels zijn bovendien niet van toepassing op andere vormen van aansprakelijkheid dan degene die expliciet in de wet zijn opgenomen. Daarmee heeft de wet, in het licht van het totale spectrum aan aansprakelijkheidszaken, een relatief beperkte reikwijdte.
Toezicht, handhaving en praktische gevolgen
De AFM is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de gedragsregels die wettelijk verankerd zijn. Dat betekent echter niet dat zij zich gaat mengen in de inhoud van individuele schadezaken. De AFM krijgt wel de bevoegdheid om op te treden als verzekeraars structureel de wettelijke termijnen of verplichtingen uit het BGfo niet naleven. In dat geval kan de AFM handhavend optreden door een aanwijzing te geven, een last onder dwangsom op te leggen of in het uiterste geval een boete uit te delen.
Bedrijven en organisaties die werkzaam zijn in de letselschadebranche kunnen ongetwijfeld de gevolgen van de wettelijke verankering van de GBL gaan merken. De verzekeraar moet immers beschikken over adequate procedures en maatregelen die waarborgen dat de termijnen in de praktijk worden nageleefd. Voor verzekeraars betekent dit mogelijk aanpassing van IT-systemen en workflows, formalisering van communicatieprocessen en aanscherping van interne procedures. Ook vraagt het om training en bewustwording van medewerkers, en om nauwere samenwerking met belangenbehartigers en andere partijen.
De toekomst zal uit moeten wijzen of de wettelijke verankering daadwerkelijk leidt tot snellere en zorgvuldigere schadeafhandeling, of dat het vooral een nieuwe regelgeving toevoegt aan een toch al complexe praktijk.


