De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:7) heeft op 5 januari 2018 bepaald dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant terecht in 2016 de vervroegde onteigening van de Hedwigepolder heeft uitgesproken.
Zojuist heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:7) bepaald dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant terecht in 2016 de vervroegde onteigening van de Hedwigepolder heeft uitgesproken. Het door eigenaar De Cloedt ingestelde cassatieberoep slaagt niet. Eerder adviseerde de AG nog om het vonnis van de rechtbank te vernietigen. De rechtbank zou met name het zelfrealisatieverweer van De Cloedt onvoldoende hebben weerlegd.
De Cloedt had daarnaast in cassatie onder meer geklaagd over het verloop van de administratieve onteigeningsprocedure en de door de Kroon toe te passen algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Op dit blog bespreken wij in een reeks de verschillende cassatiemiddelen en het oordeel van de Hoge Raad:
- Geen zelfrealisatie Hedwigepolder
- Uniforme openbare voorbereidingsprocedure KB
- Toets onteigeningsrechter


