Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Het verzoek voorlopig getuigenverhoor/deskundigenverhoor, een recht of toch niet altijd?

maandag 16 oktober 2017

De mogelijkheid van een voorlopig getuigenverhoor / deskundigenbericht/deskundigenverhoor

Wanneer iemand van plan is om een procedure tegen een ander te starten, is het van belang dat hij zijn kansen en risico’s van die procedure vooraf goed afweegt. Daarvoor is niet altijd voldoende materiaal beschikbaar. Het kan dan nuttig zijn om voorafgaand aan de procedure al vast getuigen te doen horen of een deskundige in te schakelen om onderzoek te doen en een rapport uit te brengen. De wet geeft de mogelijkheid om dat via de rechter te doen. Volgens art. 186 en art. 202 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan iemand de rechter verzoeken om een voorlopig getuigenverhoor respectievelijk een voorlopig deskundigenbericht/voorlopig deskundigenverhoor te gelasten.

Beperkte afwijzingsgronden

De rechter is niet vrij om een verzoek tot voorlopig getuigenverhoor dan wel voorlopig deskundigenbericht/verhoor ‘naar eigen believen’ toe of af te wijzen. Wanneer het verzoek aan de wettelijke vereisten voldoet, moet de rechter het toewijzen tenzij er een duidelijke afwijzingsgrond bestaat. Er is blijkens de rechtspraak slechts een beperkt aantal gronden waarop een verzoek tot voorlopig getuigenverhoor of deskundigenbericht/verhoor kan worden afgewezen. De eerste afwijzingsgrond is dat de verzoeker onvoldoende belang heeft bij zijn verzoek zoals bedoeld in art. 3:303 BW. De tweede afwijzingsgrond is dat de verzoeker misbruik maakt van zijn bevoegdheid om gebruik te maken van dit middel. De derde en vierde afwijzingsgrond zijn strijd met de goede procesorde dan wel een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar. Het bestaan van deze afwijzingsgronden wordt niet snel aangenomen. Afwijzing van een verzoek tot voorlopig getuigenverhoor of voorlopig deskundigenbericht/verhoor is in feite slechts aan de orde als de inzet van dat middel disproportioneel moet worden geacht.

Het oordeel van de rechtbank Den Haag van 1 juni 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:6378

Onlangs heeft de rechtbank Rotterdam in een geval waarin een voorlopig deskundigenverhoor was verzocht één van de hiervoor weergegeven afwijzingsgronden aanwezig geacht. De verzoeker van het voorlopig deskundigenverhoor was de vader van een man die na aanhouding door de politie in een politiecel was overleden. Volgens de vader was het overlijden te wijten aan het geweld dat de politie bij de aanhouding had gebruikt. Naar het door de vader veronderstelde verband tussen het bij de aanhouding gebruikte geweld en het overlijden was in het kader van het strafrechtelijk onderzoek op verzoek van de officier van justitie en de rechter-commissaris door meerdere deskundigen onderzoek gedaan en schriftelijk gerapporteerd. Op basis van deze onderzoeken was geen verband tussen het politiegeweld en het overlijden vastgesteld. De vader van de overleden man wilde vervolgens enkele van de deskundigen die reeds schriftelijk hadden gerapporteerd door de rechter doen horen. Ter onderbouwing daarvan beriep hij zich op een door hem zelf uitgelokt rapport van een andere deskundige, waarin kritische kanttekeningen bij de eerder genoemde rapporten waren gesteld.

De rechtbank oordeelde dat verzoeker geen rechtens te respecteren belang bij zijn verzoek had. Volgens de rechtbank moet verzoeker aan de hand van alle reeds aanwezige onderzoeksrapporten zeer wel in staat worden geacht zijn procespositie te beoordelen. Het enkele feit dat de door verzoeker zelf ingeschakelde deskundige kritische kanttekeningen plaatst bij (enkele) eerdere onderzoeken, is geen argument om twee andere deskundigen te bevragen over hun rapporten. Deze twee deskundigen hebben schriftelijk gerapporteerd en van hen kan niet worden verlangd dat zij vervolgens — in het kader van een voorlopig deskundigenverhoor — mondeling in discussie gaan met (één van) partijen. Verzoeker kan zijn bezwaren tegen de eerdere rapporten, zo vervolgt de rechtbank, desgewenst in de door hem te starten bodemprocedure aan de rechtbank voorleggen. Bovendien staat het verzoeker geheel vrij het rapport van de door hem ingeschakelde deskundige aan de eerdere deskundigen toe te zenden met het verzoek aan te geven of dat rapport aanleiding geeft tot wijziging van hun oordeel. Daarvoor is een voorlopig deskundigenverhoor niet nodig.

Zo blijkt dat iemand die over voldoende materiaal beschikt om zijn proceskansen te beoordelen en een voorlopig getuigenverhoor of voorlopig deskundigenbericht/verhoor verzoekt om het reeds beschikbare materiaal nog eens te laten beoordelen nul op het rekest kan krijgen.

Meer informatie

Neem voor meer informatie over dit of andere aansprakelijkheidsrechtelijke onderwerpen contact op met Anneke Bolt, advocaat en aansprakelijkheidsrechtspecialist, E: anneke.bolt@nysingh.nl | T: 026 – 357 5718 | M: 06 51 76 29 56

Actueel