Iedereen is het erover eens dat gezondheid een groot goed is dat in een welvarend land als Nederland de hoogste prioriteit behoort te krijgen. Tegelijkertijd moet er iets gedaan worden om de kostenstijging van de zorg te beteugelen. In het zorgakkoord zijn er daarom afspraken gemaakt om de kosten te beheersen, op een wijze die tegelijkertijd een kwaliteitsverhoging van de zorg waarborgt. Dit behelst een herschikking van het zorglandschap. Inzet hierbij is het bieden van de juiste zorg op de juiste plek. Deze herschikking vraagt echter wel om andere afspraken over betaling door de zorgverzekeraars. We spraken met Michiel van Roozendaal, voorzitter van de Raad van Bestuur van Rivas Zorggroep.
Zorg op de juiste plek, dus niet per se in het ziekenhuis. Wat is daar de gedachte achter?
Dat je altijd moet redeneren vanuit de patiënt. Waar heeft de patiënt het meeste behoefte aan en wat helpt hem nou het meest? En dat betekent volgens mij twee dingen. Ten eerste dat je met elkaar goed de tijd neemt. Dat zit hem vooral in het gesprek tussen de huisarts en de patiënt. Die moeten samen goed bekijken wat er aan de hand is en welke behandeling het beste is. Daar begint het mee. Ten tweede, als een patiënt voor een simpele ingreep naar het ziekenhuis moet, probeer dat dan te doen in een ziekenhuis dicht bij huis. Specialisten, huisartsen en zorginstellingen werken samen om de zorg voor de patiënt dichtbij en kwalitatief zo goed mogelijk te regelen.
De kleine regionale ziekenhuizen die simpele ingrepen zelf doen, laagdrempelige zorg door generalistische artsen, hebben een belangrijke functie. Je wordt behandeld en gaat vervolgens naar huis. Vroeger kreeg je bij cardiologie een stent, en vervolgens werd je elk jaar terug naar de poli geroepen voor controle. Wij zeggen inmiddels: zo’n controle kan prima door de huisarts gedaan worden. Als zo’n patiënt bij de huisarts komt en de huisarts twijfelt, dan neemt deze direct contact op met de specialist in het ziekenhuis. Ik heb meegemaakt dat een huisarts tijdens een consult twee specialisten moest bellen en beiden ook vrijwel direct te spreken kreeg. De patiënt zit daarnaast, ziet dat er overleg is en gaat opgelucht en gerustgesteld naar huis, met wellicht wat medicatie of een advies.
Daarom richten we ons op de goede samenwerking tussen huisartsen en de kleine regionale ziekenhuizen.
Tegelijkertijd zie je een toenemende subspecialisatie in de ziekenhuizen. Vroeger had je een internist die alles deed, maar nu heb je er verschillende die allemaal in een heel specifieke operatie gespecialiseerd zijn. Het wordt steeds complexer. Dat betekent dat een regionaal ziekenhuis niet meer in staat is om die zeer gespecialiseerde ingrepen te doen omdat je niet aan de wettelijke vereiste minimaal aantal jaarlijkse ingrepen komt. Dus een stuk van de zorg gaat naar de topklinische of academische ziekenhuizen. Ons Beatrixziekenhuis krijgt daardoor fors minder inkomsten.
Dat bekent een andere financieringsstructuur. Welke oplossing heeft u voor ogen?
De manier waarop contracten met zorgverzekeraars worden afgesloten zal moeten veranderen. Ik pleit ervoor om de streekziekenhuizen, die een belangrijke regionale functie hebben, op een andere manier te financieren. Dus niet op basis van het uitvoeren van aantallen verrichtingen, want dat leidt tot een perverse prikkel voor ziekenhuizen om meer te produceren. Dan wordt er zorg aangeboden die niet nodig is. Want zonder voldoende inkomsten kunnen zij hun noodzakelijke voorzieningen als een elektronisch patiëntendossier en de kosten van het gebouw niet bekostigen.
We moeten meer toe naar een vast budget, op basis van de populatie die het ziekenhuis bedient, uitgaande van een minimale schaal die je nodig hebt.
Dat vergt een ander soort afspraken met de zorgverzekeraars. Al in 2015 hebben wij een meerjarenafspraak gemaakt met VGZ. Vijf jaar lang krijgen wij een vast budget met een zekere afslag. Er zijn behoorlijke incentives in het contract opgenomen, dus daar moeten we hard voor werken. Maar het is een werkbare, langdurige afspraak, waardoor we ons niet het hele jaar gek aan het rekenen zijn of we het wel gaat redden. Zo krijgen wij de tijd en de ruimte om te besparen waar dat kan. Wij hebben dat de afgelopen jaren gedaan. Maar nu zitten we echt aan een ondergrens. Ik geef u een voorbeeld. Op de afdeling cardiologie hebben wij vijf cardiologen werken. Daar kun je net 24/7 diensten mee draaien. Als het er vier worden, en er is er eentje op vakantie, dan krijg je je diensten niet meer rond.
Er is geen laaghangend fruit meer, geen onderdeel waar we tien of vijftien procent op kunnen besparen.
VGZ is echt onze partner in deze regio, maar met alleen een afspraak met VGZ kom ik er niet, de anderen moeten ook over de brug komen. Het kan namelijk niet zo zijn dat je met de ene verzekeraar een afspraak maakt in de context waar ik in geloof en met de andere een traditionele afspraak op basis van het aantal verrichtingen. We streven naar een cultuuromslag in het ziekenhuis, en die kun je niet differentiëren naar verschillende patiënten en verschillende verzekeraars.
De samenwerking met de huisartsen brengt met zich mee dat deze meer werk en verantwoordelijkheden krijgen. Kunnen de huisartsen het wel aan? De werkdruk is al enorm hoog.
Nee, daarom moet er meer geld naar de huisartsen. Op dit moment heeft een huisartsenpraktijk zo’n 2200 patiënten. Als je dit goed wilt doen moet je terug naar 1600 of 1700. Dat betekent dat er meer huisartsen of huisartsondersteuners moeten zijn. En ja, ook al zal de huisartsenzorg duurder worden, ben ik ervan overtuigd dat dit in combinatie met een andere contractstructuur voor de regionale ziekenhuizen uiteindelijk leidt tot de beteugeling van de zorgkosten. Wij hebben echt een enorm goede samenwerking met de huisartsen, we zitten vaak bij elkaar. In die samenwerking wordt het beste gedaan voor de patiënt en ook het beste voor de ontwikkeling van de zorgkosten in de regio. De zorgkosten in onze regio zijn acht procent lager dan het landelijk gemiddelde. En de populatie is vergelijkbaar met andere regio’s. Tegelijkertijd is ons Beatrixziekenhuis al twee jaar op rij het beste ziekenhuis van Nederland. Dus het werkt. Maar de verzekeraars moeten wel hun verantwoordelijkheid nemen en de rijen sluiten.


