Het tuchtrecht voor de gezondheidszorg krijgt mogelijk een meer afgebakende rol binnen het bredere stelsel van klachtbehandeling in de zorg. Als het aan Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Mirjam Sterk (“de Minister”) ligt, wordt het tuchtrecht in de toekomst nog slechts ingezet voor klachten die betrekking hebben op ernstige gedragingen of herhaaldelijk tekortschieten van beroepsbeoefenaren. Minder ernstige klachten zouden via de klachtenprocedure van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (“Wkkgz”) worden afgehandeld. Wat betekent deze voorgestelde herziening voor de praktijk?
Hoe toekomstbestendig is het huidige medisch tuchtrecht?
Het tuchtrecht voor de gezondheidszorg heeft als doel de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de zorg te bewaken en te bevorderen. Uit de derde evaluatie van de Wet BIG blijkt echter dat het huidige systeem verschillende knelpunten kent die de werking van het tuchtrecht onder druk zetten. Zo wordt een tuchtprocedure door veel zorgverleners als zeer ingrijpend en belastend ervaren.
Hoewel het tuchtrecht bedoeld is om de kwaliteit van zorg te bewaken, laat de evaluatie zien dat zorgverleners het ook kunnen ervaren als een juridische dreiging. Dat kan leiden tot risicomijdend en defensief handelen. Daarnaast schiet de lerende werking tekort en lukt het onvoldoende om de instroom van klachten te sturen. Daar komt bij dat de zorg de afgelopen decennia sterk is veranderd. Waar het tuchtrecht vooral gericht is op het handelen van individuele beroepsbeoefenaren, wordt zorg tegenwoordig steeds vaker verleend binnen teams en samenwerkingsverbanden. Daardoor sluit het systeem niet altijd meer goed aan bij de huidige inrichting van de zorg.
Op basis van deze bevindingen worden er vraagtekens geplaatst bij de toekomstbestendigheid van het tuchtrecht. Daarom zijn twee toekomstscenario’s uitgedacht:
- Scenario 1: ‘Handhaving van de huidige koers binnen het tuchtrecht’: het eerste scenario bouwt voort op de koers die sinds 2015, en met name met de wetswijziging van 2019, is ingezet. In dit scenario blijft het tuchtrecht zowel een corrigerende als een lerende functie vervullen.
- Scenario 2: ‘Oriëntatie op nieuwe koers binnen het tuchtrecht’: het tweede scenario kiest voor een andere benadering en heeft als uitgangspunt dat het tuchtrecht moet terugkeren naar zijn oorspronkelijke correctieve functie. Het tuchtrecht zal dan uitsluitend nog bedoeld zijn voor klachten die zien op ernstige gedragingen of herhaaldelijk tekortschieten van individuele beroepsbeoefenaren, waarbij correctie van de betrokken beroepsbeoefenaar aangewezen is. De verantwoordelijkheid voor het leren van fouten komt dan bij zorginstellingen en de beroepsgroepen zelf te liggen.
In de derde evaluatie van de Wet BIG wordt het tweede scenario uiteindelijk het meest toekomstbestendig geacht.
De minister kiest een nieuwe koers
In haar verzamelbrief van 7 oktober 2026 aan de Tweede Kamer maakt de Minister duidelijk dat zij de voorkeur geeft aan het tweede scenario. Volgens de Minister blijft het tuchtrecht een belangrijk instrument voor patiëntveiligheid en kwaliteitsbewaking in de zorg. Tegelijkertijd benadrukt zij dat zorgverleners voldoende ruimte moeten krijgen voor professionele terughoudendheid, gezamenlijke besluitvorming en om doelmatig om te gaan met schaarse zorgcapaciteit.
Met de voorgestelde herziening van het tuchtrecht wil de Minister voorkomen dat zorgverleners onnodig terughoudend worden in hun handelen. Het tuchtrecht dient enkel te worden ingezet wanneer sprake is van ernstig of herhaaldelijk tekortschieten door een individuele beroepsbeoefenaar. Daarmee verschuift het zwaartepunt naar gevallen waarin sprake is van ernstige risico’s voor kwaliteit en veiligheid van zorg. Klachten die niet aan deze drempel voldoen, zouden via de klachtenprocedure van de Wkkgz kunnen worden behandeld.
De koers is zichtbaar, de bestemming ligt nog niet vast
Hoewel Minister Sterk een duidelijke richting heeft gekozen, is daarmee nog niet gezegd hoe het toekomstige tuchtrecht er precies uit zal komen te zien. De gekozen koers zal nog moeten worden uitgewerkt in wetgeving. Daarbij ligt een belangrijke vraag open: wanneer is precies sprake van “ernstig of herhaaldelijk tekortschieten”? Hoewel deze begrippen een centrale plaats innemen in het voorgestelde toekomstbeeld, biedt de evaluatie nog weinig handvatten voor de praktische invulling daarvan. Daarmee wordt de nadere invulling in belangrijke mate overgelaten aan de wetgever. Juist die invulling zal uiteindelijk bepalend zijn voor de vraag hoe ingrijpend de herziening van het tuchtrecht wordt.
Kortom: de precieze invulling van de herziening van het tuchtrecht staat nog niet vast. Wel is duidelijk dat de discussie over de toekomst van het tuchtrecht een nieuwe fase is ingegaan.
Heeft u vragen over het medisch tuchtrecht of de Wet BIG, neem dan contact op met onze sectie gezondheidszorg. We adviseren u graag.


