Sinds 1 januari 2022 is de wetgeving ten aanzien van consumentenkoop aangepast. De nieuwe regels zijn het gevolg van de implementatie van de Europese richtlijn (EU) 2019/771 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen (hierna: “Herziene Richtlijn Consumentenkoop”) en de Europese richtlijn (EU) 2019/770 levering digitale inhoud. De implementatiewet is op 26 januari 2022 door de Tweede Kamer als hamerstuk afgedaan.

Doel van de nieuwe regels

De Herziene Richtlijn Consumentenkoop beoogt een hoog en zo uniform mogelijk niveau van consumentenbescherming te bewerkstelligen. Eenduidige en geharmoniseerde regels binnen de lidstaten kunnen een positief effect hebben op het vergroten van grensoverschrijdende handel. Dit maakt het voor handelaren eenvoudiger om hun producten op de interne markt te verkopen en daarbij kosten te besparen. Tegelijkertijd krijgen consumenten meer zekerheid over hun rechten bij grensoverschrijdende aankopen en worden daarmee in staat gesteld meer te profiteren van online grensoverschrijdend winkelen.

Reikwijdte

De Herziene Richtlijn Consumentenkoop introduceert nieuwe regels voor koopovereenkomsten tussen een handelaar en een consument (B2C) waarbij roerende tastbare zaken (welke als “goederen” in de Herziene Richtlijn Consumentenkoop worden gedefinieerd) tegen betaling van een prijs in geld worden geleverd aan de consument.

 

Onder goederen worden ook roerende tastbare zaken verstaan waarin digitale inhoud of digitale diensten zijn verwerkt of die daarmee onderling verbonden zijn. Voorbeelden van zulke goederen met digitale elementen zijn een e-reader, smartphone, een smart TV of bijvoorbeeld een “slimme” wasmachine.

 

De Herziene Richtlijn Consumentenkoop is van toepassing op koopovereenkomsten die vanaf 1 januari 2022 zijn gesloten.

Belangrijkste wijzigingen sinds 1 januari 2022

Conformiteit

De implementatie van de Herziene Richtlijn Consumentenkoop heeft tot gevolg dat het begrip conformiteit gedetailleerder is uitgewerkt. Een product dient te voldoen aan zowel objectieve als subjectieve conformiteitsvereisten. Met objectieve conformiteitsvereisten wordt bedoeld dat een goed geschikt moet zijn voor de doeleinden waarvoor goederen van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt en dat een goed moet beschikken over de kwaliteit van en beantwoorden aan de beschrijving van een monster of model dat de handelaar de consument ter beschikking heeft gesteld. Met subjectieve conformiteitsvereisten wordt bedoeld dat de geleverde goederen moeten voldoen aan dat wat in de koopovereenkomst is afgesproken.

 

Non-conformiteit

Teneinde te zorgen voor voldoende flexibele regels, bijvoorbeeld met betrekking tot de verkoop van tweedehandsgoederen, moet het mogelijk zijn voor partijen om af te wijken van de objectieve conformiteitsvereisten. Een dergelijke afwijking is alleen mogelijk indien de consument hiervan uitdrukkelijk in kennis is gesteld én de consument die afwijking uitdrukkelijk en afzonderlijk heeft aanvaard (de “dubbele uitdrukkelijkheidstoets”).  Het verschaffen van informatie in de algemene voorwaarden en toestemming verlenen door middel van het aanvaarden van de algemene voorwaarden volstaat niet.

 

Deze dubbele uitdrukkelijkheidstoets is een aanscherping van het oude (soepelere) artikel 7:17 lid 5 BW op grond waarvan de consument zich niet op non-conformiteit kon beroepen indien het gebrek ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn.  Sinds 1 januari 2022 moet de consument uitdrukkelijk in kennis worden gesteld van de betreffende afwijking én de afwijking van de objectieve conformiteitseis uitdrukkelijk en afzonderlijk aanvaarden.

 

Bewijsvermoeden

De wetgever komt de consument tegemoet; sinds 1 januari 2022 geldt als hoofdregel dat er bij consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord indien het gebrek zich binnen één jaar na aflevering openbaart. Gedurende dit eerste jaar is het de verantwoordelijkheid van de handelaar om het tegendeel te bewijzen. Dit bewijsvermoeden was voorheen altijd zes maanden.

 

Recht op updates

Indien digitale elementen worden meegeleverd met het goed, bevat de nieuwe conformiteitseis specifieke regels ten aanzien van de updates die consumenten mogen verwachten.  Op grond van artikel 7:18 lid 4 BW geldt sinds 1 januari 2022 een verplichting voor de handelaar om updates te verstrekken indien het een goed betreft met digitale elementen gedurende de periode die de consument redelijkerwijs kan verwachten gezien de aard en het doel van het goed met digitale elementen. De handelaar en de consument kunnen overeenkomen dat de handelaar geen updates zal verstrekken, mits aan de dubbele uitdrukkelijkheidstoets wordt voldaan.

 

Commerciële garantie

Indien een commerciële garantie door de handelaar wordt afgegeven, dient het garantiebewijs aan de consument te worden verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Hieronder wordt bijvoorbeeld een e-mail verstaan. Het garantiebewijs kan dus niet langer alleen schriftelijk worden verstrekt. Daarnaast wordt nu in artikel 7:6a van het Burgerlijk Wetboek nader gespecificeerd welke gegevens het garantiebewijs in ieder geval dient te bevatten:

  • een duidelijke verklaring van de rechten of vorderingen die de consument kosteloos toekomen als de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt en dat deze niet worden aangetast door de commerciële garantie;
  • de naam en het adres van de handelaar of de producent;
  • de procedure die de consument moet volgen om de nakoming van de commerciële garantie te verkrijgen;
  • de aanduiding van de onder de commerciële garantie vallende zaak of zaken;
  • de commerciële garantievoorwaarden.