Na succes vorig jaar ziet VarioHippique zich opnieuw geconfronteerd met een gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht (BP) voor realisatie en instandhouding van de Randstad 380 kV hoogspanningsverbinding Beverwijk-Vijfhuizen.
Na succes vorig jaar ziet VarioHippique zich opnieuw geconfronteerd met een gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht (BP) voor realisatie en instandhouding van de Randstad 380 kV hoogspanningsverbinding Beverwijk-Vijfhuizen. De verzochte voorlopige voorziening is bij uitspraak van 27 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2166) afgewezen.
Nieuwe gedoogplicht VarioHippique
Bij besluit van 30 mei 2016 neemt de minister opnieuw het standpunt in dat de belangen van VarioHippique redelijkerwijs geen onteigening vorderen. De minister legt hier verschillende rapporten van de Wageningen UR en KEMA aan ten grondslag waaruit volgt dat na realisering van het werk het resterende gedeelte van het perceel bruikbaar blijft voor het beweiden van paarden. De gronden waar het opstijgpunt, de mast en de toegangsweg worden gerealiseerd maken bovendien, volgens de minister, een relatief beperkt deel uit van het totale grondoppervlak, waar de bedrijfsvoering plaatsvindt. De uitspraak van de voorzieningenrechter geeft overigens geen percentage weer.
Voorlopige voorziening
TenneT is voornemens begin augustus 2016 de (vanwege de eerdere uitspraak stilgelegde) werkzaamheden ter plaatse te vervolgen. VarioHippique vraagt om een voorlopige voorziening, nameljik dat deze werkzaamheden worden opgeschort totdat op haar beroep tegen de gedoogbeschikking door de Afdeling is beslist.
De voorzieningenrechter wijst dit verzoek af. Hij oordeelt dat het geschil tussen partijen over de mogelijke gevolgen op het gedrag van paarden die in de nabijheid van het opstijgpunt in de wei staan, beoordeeld dient te worden aan de hand van nader onderzoek. Deze procedure leent zich daar niet voor, hiervoor zal de bodemprocedure bij de Afdeling afgewacht dienen te worden. Of voorafgaand aan de uitkomst van die bodemprocedure een voorlopige voorziening moet worden getroffen, beantwoordt de voorzieningenrechter aan de hand van een belangenafweging.
Belangenafweging
Gelet op de door TenneT toegezegde maatregelen en handreikingen acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk gemaakt door VarioHippique dat zij haar bedrijfsvoering niet kan voorzetten gedurende de periode dat de hoofdzaak in behandeling is. Derhalve is niet aannemelijk dat VarioHippique in een financiële noodsituatie zal komen te verkeren wanneer de voorlopige voorziening niet wordt getroffen. Afgezet tegen de belangen van TenneT en de minister, zo spoedig mogelijk bijdragen aan het waarborgen van een adequate stroomvoorziening voor de Randstad, wegen de belangen van VarioHippique minder zwaar. De voorzieningenrechter ziet bij afweging van de betrokken belangen derhalve geen aanleiding om het verzoek om het treffen va een voorlopige voorziening toe te wijzen.
Het voorgaande betekent dat TenneT de werkzaamheden ter plaatse mag vervolgen. Voor antwoord op de vraag of de gedoogbeschikking standhoudt, moet de bodemprocedure worden afgewacht.


