130318

Annotatie bij Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 24 januari 2018

Deze annotatie heeft vooral een signaleringsfunctie. Waar meer geïnvesteerd wordt in windenergie zullen particulieren en bedrijven meer te maken krijgen bestemmingsplannen en/of omgevingsvergunningen die het mogelijk maken dat windparken en windturbines in de nabijheid van hun woningen en bedrijfsgebouwen worden opgericht. Bij de behandeling van verzoeken om vergoeding van planschade die daaruit voortkomt spelen bijzondere vragen, zoals blijkt uit deze uitspraak maar bijvoorbeeld ook uit de uitspraken van de Afdeling van 21 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1637), 26 juli 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2025), 29 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:193, zie ook Gemeentestem 2014/32 met instructieve noot Van Zundert) en de uitspraken van de rechtbank Gelderland van 1 en 2 februari 2018 (ECLI:NL:RBGEL:2018:467 en 471). Die vragen houden steeds verband met hetgeen heeft te gelden bij een maximale benutting van de planologische mogelijkheden van het nieuwe plan. Voor de omvang van de schade zijn immers niet van belang aantal, plaats en aard van de turbines die opgericht worden maar hetgeen waarmee een eigenaar van omliggende gronden en/of gebouwen geconfronteerd wordt bij een maximale benutting van de planologische mogelijkheden van het nieuwe plan. Wat is bij die maximale benutting de geluidbelasting, de schaduwhinder, de zichthinder en aantasting van de omgeving?

Annotatie bij Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:219

Medium

TBR 2018/44

Sluiten
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content