Toenemende druk op bestaande vastgoedportefeuilles
Veel zorgorganisaties beschikken over vastgoed dat niet langer aansluit bij de huidige behoeften en wensen. Gebouwen zijn technisch verouderd, sluiten onvoldoende aan bij moderne zorgconcepten of voldoen niet meer aan hedendaagse eisen op het gebied van duurzaamheid, toegankelijkheid en veiligheid. Tegelijkertijd nemen onderhouds‑ en exploitatiekosten toe, terwijl de mogelijkheden om deze kosten door te berekenen steeds verder onder druk staan.
Deze ontwikkeling dwingt zorginstellingen tot lastige strategische keuzes. Renovatie, transformatie, vervangende nieuwbouw of het (gedeeltelijk) afstoten van vastgoed zijn reële opties, maar geen daarvan is vanzelfsprekend. Daarbij gaat het niet alleen om de technische staat van gebouwen, maar ook om de vraag of de vastgoedportefeuille nog past bij de langetermijnvisie van de organisatie, de regionale zorgopgave en de beschikbare financiële ruimte.
In dat licht is de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden dat het realiseren en exploiteren van woon‑zorgcomplexen complexer is geworden. Het blijkt vaak lastig om een sluitende businesscase te realiseren. Zo lopen zorginstellingen die woonruimte verhuren in het kader van (extramurale) zorg of begeleiding tegen het dwingendrechtelijke huurprijzenregime aan. Anders dan woningcorporaties beschikken zij doorgaans niet over schaalvoordelen, terwijl investerings‑ en vastgoedkosten blijven stijgen. Dit vergroot het risico op verlieslatende exploitatie of het uitstellen of afblazen van noodzakelijke vernieuwbouw.