De uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden‑Nederland van 30 juni 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:3293) bevestigt het belang van een goed koppelbeding in gecombineerde woon-zorgovereenkomst. In deze uitspraak werd de gevorderde ontruiming toegewezen, waardoor de woning snel weer ter beschikking kon worden gesteld aan een nieuwe cliënt.
De gecombineerde zorg en huurovereenkomst eindigde op 26 april 2025. Omdat sprake was van een gemengde overeenkomst waarbij het zorgelement overheerste, eindigde de huurovereenkomst met het beëindigen van de zorg. In de jurisprudentie zien we dat dit regelmatig misgaat, waardoor zorgaanbieders alsnog met huurbescherming worden geconfronteerd. In deze zaak was het koppelbeding duidelijk en juridisch correct geformuleerd. Hierdoor kwam de rechter tot het oordeel dat de bewoner door het eindigen van de zorgovereenkomst zonder recht of titel in de woning verbleef en kwam de woning op korte termijn weer beschikbaar voor een nieuwe cliënt. De bewoner diende de woning immers binnen vier weken te verlaten.
In een kort geding kan een ontruiming relatief snel en eenvoudig worden gevorderd. Wel is het van belang om (zeer) kort na beëindiging van de zorgovereenkomst een kort geding te starten op het moment dat de bewoner niet vrijwillig vertrekt. Je wil namelijk voorkomen dat de conclusie wordt getrokken dat de huurder met goedvinden in het gehuurde verblijft. In dat geval kan de bewoner mogelijk wel aanspraak maken op huurbescherming. In de onderhavige procedure was al binnen één maand na het eindigen van de zorgovereenkomst de procedure ingesteld. Neem dus direct contact met ons op als jullie geconfronteerd worden met een bewoner die de woning niet verlaat.


