Macy Groenendaal
Juridisch medewerker
Bas ten Kate
AdvocaatDe rechtbank Overijssel heeft haar eerste bekrachtigingsuitspraak gepubliceerd (ECLI:NL:RBOVE:2026:206). Met toepassing van de ambtshalve basistoets komt de rechtbank tot het oordeel dat aan alle wettelijke vereisten is voldaan. Twee onvolkomenheden in de voorbereiding worden door de rechtbank gepasseerd. De rechtbank bekrachtigt de onteigeningsbeschikking. In veel gemeenten is de vraag naar nieuwe woningen groot, zo ook in de gemeente Rijssen-Holten. Om de bouw van een nieuwe woonwijk in Rijssen mogelijk te maken, heeft de gemeente Rijssen-Holten in 2023 het bestemmingsplan “Chw bestemmingsplan Wonen Rijssen, Opbroek Oost” vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van circa 550 woningen met bijbehorende voorzieningen.
Onjuiste publicatie
Voor de onteigening van 6 onroerende zaken (alle in eigendom van Nebo Vastgoed B.V.) heeft de gemeente een ontwerp onteigeningsbeschikking ter inzage gelegd. Daartegen zijn geen zienswijzen ingediend. Daarop heeft de gemeente de onteigeningbeschikking gegeven. Deze is bekend gemaakt door toezending aan de eigenaar en vervolgens ter inzage gelegd. Daarvan is kennisgegeven door publicatie in de Staatscourant. Dat is onder het nieuwe recht echter niet de juiste route: artikel 12 Bekendmakingswet schrijft voor dat de kennisgeving in het Gemeenteblad wordt gepubliceerd. De gemeente heeft de onteigeningsbeschikking daarom opnieuw 6 weken ter inzage gelegd en daarvan via het juiste kanaal kennisgegeven. Het verzoek tot bekrachtiging was op dat moment al ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het bekrachtigingsverzoek prematuur is gedaan omdat de termijn voor de indiening niet is aangevangen door de onjuiste publicatie. De rechtbank verbindt hieraan echter geen gevolgen. Daarbij verwijst de rechtbank naar artikel 6:10 Awb. Op grond van dit artikel blijft een niet-ontvankelijkverklaring van een prematuur ingediend bezwaar- of beroepschrift achterwege indien het besluit ten tijde van de indiening wel reeds tot stand was gekomen.
De rechtbank toetst de onteigeningbeschikking ambtshalve. Die ambtshalve basistoets houdt ingevolge art. 16.107 van de Ow in dat de rechtbank het verzoek in ieder geval afwijst als:
- De onteigeningsbeschikking niet volgens de wettelijke vormvoorschriften is voorbereid;
- Het onteigeningsbelang ontbreekt;
- De noodzaak ontbreekt; of
- De urgentie ontbreekt.
Wettelijke vormvoorschriften
De gemeente had een aantal bijlagen met de onteigeningsbeschikking ter inzage gelegd, waaronder een zakelijke beschrijving. In die zakelijke beschrijving wordt verwezen naar een kaart met daarop de faseringen. Ter zitting heeft de gemeente verklaard dat niet meer na te gaan is of de kaart wel ter inzage heeft gelegen. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat dit niet is gebeurd. De rechtbank is van oordeel dat dit wel had gemoeten aangezien sprake is van een bijlage waarnaar in de zakelijke beschrijving wordt verwezen. In zoverre is sprake van schending van een wettelijk vormvoorschrift (art. 3:44 lid 1 sub a jo. 16.98 Ow), aldus de rechtbank. Het geconstateerde gebrek wordt echter door de rechtbank gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 Awb jo. 16.113 Ow. De rechtbank legt daaraan ten grondslag dat de gemeente ter zitting heeft verklaard dat de inhoud van de kaart uitgebreid is besproken in het minnelijk overleg met de eigenaar. In die zin is de eigenaar dus niet in haar belangen geschaad.
Het verzoek van de gemeente wordt toegewezen en de rechtbank bekrachtigt de onteigeningsbeschikking.
Al eerder had de rechtbank beschikt op het verzoek van de gemeente om de schadeloosstelling vast te stellen (ECLI:NL:RBOVE:2026:282).
Tegen de beschikking staat hoger beroep open, maar dat hoger beroep kan niet worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen bedenkingen tegen de onteigeningsbeschikking heeft ingebracht (art. 16.118 Ow).
De gemeente is door Nysingh bijgestaan.


