Binnen de zorg wordt veel gewerkt met flexibele schillen, samenwerkingsverbanden en “onderaannemers” die in de praktijk meedraaien in het primaire zorgproces. Tot nu toe lag de nadruk van de Waadi-verplichtingen vooral op registratie van uitleners (zowel bedrijfsmatig als niet-bedrijfsmatig) in het Handelsregister, gelijke arbeidsvoorwaarden en een set informatieplichten. Met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) wordt vanaf 1 januari 2027 de registratieplicht gewijzigd: het regime verschuift naar een vergunningenstelsel. Wie arbeidskrachten ter beschikking stelt, moet straks toegelaten zijn. Maar ook de partijen die arbeidskrachten inlenen moeten straks goed controleren of uitleners beschikken over een geldige vergunning. Wat betekent dit voor zorgorganisaties én andere sectoren?
De WTTA raakt niet alleen uitzendbureaus en detacheerders. Juist ook organisaties die niet-bedrijfsmatig personeel uitlenen (bijvoorbeeld binnen zorgketens of samenwerkingsverbanden) krijgen met het toelatingsstelsel te maken zodra hun werkwijze kwalificeert als terbeschikkingstelling. Vanaf 1 juli 2027 start de beoordeling door de toelatende instantie (NAU) en vanaf 1 januari 2028 zal de Nederlandse Arbeidsinspectie de toelatingsplicht gaan handhaven. Dat betekent voor het vergunningenstelsel dat 2027 het voorbereidings- en overgangsjaar is. Uitleners die reeds over een SNA-keurmerk beschikken kunnen gebruikmaken van het overgangsrecht. Zij zullen in november of december 2026 via het aanmeldloket van de NAU moeten aangeven dat zij van plan zijn een aanvraag voor toelating in te dienen.
Belangrijkste aandachtspunten voor in- uitleners
Voor uitleners is de belangrijkste boodschap helder: zonder vergunning geen markttoegang. Om een vergunning te kunnen krijgen zal de inlener zich moeten inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, een VOG voor rechtspersonen moeten overleggen en financiële zekerheid moeten stellen via een waarborgsom van € 100.000 (€ 50.000 voor startende ondernemingen). Voor inleners verschuift de verantwoordelijkheid nadrukkelijk mee. Inlenen kan straks alleen nog via toegelaten uitleners. Dat vraagt om een vaste inkoop- en controleprocedure, waarbij vooraf het openbare register geraadpleegd zal moeten worden inclusief het uitvoeren van periodieke controles of een uitlener nog steeds toegelaten is.
Door zowel de in- als uitlener zal een deugdelijke administratie moeten worden bijgehouden over de terbeschikkingstellingen. De bewaartermijnen hiervan zijn 7 jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de terbeschikkingstelling is geëindigd. De prikkel om dit goed te regelen en/of controleren is groot: voor zowel de in- als uitlener kunnen de boetes oplopen tot € 90.000, – per overtreding. Voor uitleners geldt dat de Nederlandse Arbeidsinspectie zelfs kan besluiten tot preventieve en vervolgens definitieve stillegging van de onderneming.
Wanneer is de Waadi (en straks de WTTA) van toepassing?
De Waadi is van toepassing als sprake is van ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Kort gezegd gaat het om drie elementen:
- Een arbeidskracht wordt door een uitlener aan een ander (de inlener) ter beschikking gesteld;
- Tegen vergoeding;
- De arbeid wordt verricht onder leiding en toezicht van de inlener, terwijl er géén arbeidsovereenkomst bestaat tussen de arbeidskracht en de inlener.
Terbeschikkingstelling waarbij leiding en toezicht overgaat, zorgt ervoor dat de inlener voortaan aansturing geeft aan het personeel (instructiebevoegdheid). Juist in de zorg is die lijn dun aangezien kwaliteitseisen, protocollen en roostering kunnen duiden op leiding en toezicht.
Wanneer is er sprake van leiding en toezicht?
Het begrip leiding en toezicht is vaak de sleutel. Daarbij gaat het niet alleen om wat er op papier staat, maar vooral om hoe partijen feitelijk werken. Om vast te stellen of leiding en toezicht bij de in- of uitlener ligt, geldt in het algemeen dat gekeken moet worden welke partij bepaalt hoe, wanneer en waar de werkzaamheden worden uitgevoerd. Indicaties voor “leiding en toezicht” door de inlener zijn onder andere:
- de inlener geeft (bindende) instructies over de uitvoering van het werk;
- werktijden, werklocatie, inzet op afdelingen/teams en prioriteiten worden door (of met) de inlener bepaald;
- verlof/vakantie of ruildiensten worden in de praktijk afgestemd met de inlener;
- de arbeidskracht rapporteert aan een leidinggevende van de inlener;
- de inlener beoordeelt, corrigeert of stuurt bij op de dagelijkse uitvoering;
- de arbeidskracht werkt op locatie van de inlener, met diens faciliteiten en bedrijfsmiddelen;
- er is weinig tot geen onderscheid in aansturing tussen eigen personeel en ingeleende krachten;
- hoe langer de inleen duurt, hoe aannemelijker het wordt dat de inlener feitelijk leiding en toezicht uitoefent.
Welke uitzonderingen bestaan er in de Waadi?
De Waadi kent belangrijke uitzonderingen. Als sprake is van een van onderstaande uitzonderingen, zijn de verplichtingen uit de Waadi (en straks de Wtta) niet van toepassing op de terbeschikkingstelling. De drie uitzonderingen zijn:
- Terbeschikkingstelling ten behoeve van een geleverde zaak of tot stand gebracht werk: houdt in dat een uitlener werknemers uitleent om werkzaamheden te verrichten aan een product of project bij een inlener, zoals het installeren van een gekochte machine of het aanleggen van een tuin.
- Collegiale uitleen: collegiale uitleen is bij uitstek bedoeld om incidenteel arbeidskrachten ter beschikking te stellen aan collega-ondernemers om een piek in de werkzaamheden op te vangen. Collegiale uitleen mag enkel bij wijze van hulpbetoon en zonder winstoogmerk plaatsvinden. Het begrip collegiale uitleen wordt in de WTTA verduidelijkt, specifiek als het gaat om ‘zonder winstoogmerk’. De kern is dat enkel sprake kan zijn van collegiale uitleen als tegen loonkosten wort uitgeleend met een beperkte opslag van 5%.
- Intraconcerndetachering (binnen eigen onderneming of groep): hieronder valt het ter beschikking stellen van arbeidskrachten binnen de eigen onderneming of waarbij de in- en uitlener met elkaar in een groep zijn verbonden dan wel waarbij de in- of uitlener een dochtermaatschappij is van de ander.
Meer informatie?
Heeft u vragen over de wijzigingen die naar aanleiding van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten gaan plaatsvinden en de gevolgen voor uw situatie en/of samenwerkingen? Neem dan vooral contact op; wij denken graag met u mee.


