Per 1 juli 2026 is de Wet versterking regie volkshuisvesting (gedeeltelijk) in werking getreden. De ambitie van de wet is helder: meer regie op de volkshuisvesting én versnelling van de woningbouw, onder meer via kortere beroepsprocedures. In ons eerdere blog blikten wij vooruit op de komst van deze wet. In dit blog zetten wij de belangrijkste procedurele wijzigingen die de wet met zich brengt op een rij.

Waar gaat de wet over?

De wet heeft tot doel de regie op de volkshuisvesting en de woningbouwopgave bij Rijk, provincies en gemeenten te versterken. Concreet gaat het om meer sturing op hoeveel, waar en voor wie wordt gebouwd. Dat gebeurt onder andere door een aantal procedurele ingrepen, gericht op het versnellen van de woningbouw.

 

De wet grijpt breed in en wijzigt de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet (Ow), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet. Bij de wet horen daarnaast het Besluit versterking regie volkshuisvesting en een regeling, die voorzien in de technische en juridische uitwerking van verschillende onderdelen van de wet.

 

De wijzigingen zijn niet allemaal per 1 juli 2026 in werking getreden. Een deel van de versnellingsmaatregelen is afhankelijk van het nog vast te stellen Besluit versterking regie volkshuisvesting. Op de betekenis daarvan voor de praktijk gaan wij later in dit blog nader in.

 

Welke procedurele wijzigingen kent de wet?

Artikel 16.87a Ow biedt, kort gezegd, de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) categorieën projecten aan te wijzen waarvoor versnelde beroepsprocedures gelden.

 

Deze aanwijzing is bedoeld voor projecten met een zwaarwegend maatschappelijk belang. Bij de aanwijzing wordt ook bepaald hoe lang deze geldt, met een maximale duur van tien jaar (artikel 16.87a, tweede lid, onder a, Ow).

 

De mogelijkheid om deze versnelde route toe te passen is daarmee vastgelegd in de Ow, maar geldt pas nadat een projectcategorie bij AMvB is aangewezen. Daarbij is van belang dat in ieder geval woningbouwprojecten waarbij ten minste één woning wordt gerealiseerd een project zijn als bedoeld in het eerste lid (artikel 16.87a, vijfde lid, Ow). De procedurele versnellingen zijn dus niet beperkt tot grootschalige woningbouwontwikkelingen.

 

De wet introduceert de volgende procedurele versnellingen:

 

1. Beroep in eerste en enige aanleg bij de Afdeling bestuursrechtspraak

Tegen op grond van artikel 16.87a Ow aangewezen besluiten staat voortaan beroep in eerste en enige aanleg open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). Dit blijkt uit artikel 2, onder n, van bijlage 2 bij de Awb.

 

2. Rechtstreeks beroep

Ook regelt artikel 16.83a Ow dat in gevallen van bezwaar tegen een beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning wegens woningbouwprojecten van ten minste één woning kan worden verzocht om rechtstreekse behandeling bij de bestuursrechter. Het schriftelijk verzoek aan het bestuursorgaan om in te stemmen hoeft dan, in afwijking van artikel 7:1a van de Awb, niet in het bezwaarschrift opgenomen te worden.

 

3. Geen nieuwe beroepsgronden na de beroepstermijn

Na afloop van de beroepstermijn kunnen geen nieuwe gronden worden aangevoerd. Dat blijkt uit artikel 16.87a Ow in samenhang met artikel 16.86 Ow. Artikel 16.86, derde lid, bepaalt bovendien dat een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard wanneer de beroepsgronden te laat worden ingediend. Daarbij bestaat geen mogelijkheid om dit verzuim te herstellen, tenzij het besluit niet op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt en de indiener van het beroepschrift redelijkerwijs niet in verzuim is geweest.

 

4. Uitspraaktermijn van zes maanden

De Afdeling beslist binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift (artikel 16.87a Ow in samenhang met artikel 16.87, derde lid, Ow). In bijzondere gevallen kan deze termijn met ten hoogste drie maanden worden verlengd (artikel 16.87, vierde lid, Ow).

 

5. Geen tweede zitting

Op grond van artikel 16.86a Ow kan de Afdeling tegen een beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor woningbouwprojecten van ten minste één woning een nader onderzoek ter zitting achterwege laten als de zaak al ter zitting is behandeld.

 

6. Verkorte uitspraak

Uitsluitend in hoger beroep tegen een omgevingsvergunning voor woningbouwprojecten van ten minste één woning kan de Afdeling zich, als een grond van het beroep niet tot vernietiging van het bestreden besluit of een gedeelte van dat besluit kan leiden, bij de motivering tot dat oordeel beperken (artikel 16.87b Ow).

 

Wat treedt er wanneer in werking?

Bovenstaande bepalingen zijn per 1 juli 2026 opgenomen in de Omgevingswet. Zoals hiervoor opgemerkt, heeft de wetgever gekozen voor een gefaseerde invoering, waardoor niet alle procedurele versnellingen per 1 juli 2026 daadwerkelijk al van toepassing zijn. Dat komt door de koppeling van bepaalde procedurele versnellingen aan het (nog niet in werking getreden) Besluit versterking regie volkshuisvesting.

 

Welke wijzigingen zijn gekoppeld aan het Besluit Versterking regie volkshuisvesting?

Het Besluit versterking regie volkshuisvesting treedt naar verwachting op 1 januari 2027 in werking. Dat moment is bepalend voor een aantal van de hiervoor besproken procedurele versnellingen.

 

Artikel 16.87a Ow koppelt namelijk de in dat artikel opgenomen versnellingen aan besluiten voor projectcategorieën die bij AMvB worden aangewezen. Die aanwijzing zal plaatsvinden via het Besluit versterking regie volkshuisvesting.

 

De wettelijke grondslag voor deze versnelde procedure bestaat dus al, maar kan pas worden toegepast nadat de betreffende projectcategorieën zijn aangewezen. Dit betekent onder meer dat beroep in eerste en enige aanleg bij de Afdeling bestuursrechtspraak niet al vanaf 1 juli 2026 geldt, maar pas nadat het Besluit versterking regie volkshuisvesting in werking is getreden.

 

Welke toekomstige wijzigingen volgen er verder nog?

Naast de hiervoor besproken procedurele versnellingen bevat de wet nog enkele wijzigingen die nog niet in werking zijn getreden. Naar verwachting treden per 1 januari 2028 nog de volgende wijzigingen in werking:

  • Verhoging van de griffierechten in woningbouwzaken naar € 500,- voor natuurlijke personen en € 1.000,- voor rechtspersonen (artikel 8:41, tweede lid, Awb).
  • Een verbod voor gemeenten om beroep in te stellen tegen bepaalde woningbouwbesluiten van andere gemeenten (toekomstig artikel 16.83b Ow).

 

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor de procespraktijk betekent dit dat geanticipeerd moet worden op een toekomstig regime van beroep in één instantie bij de Afdeling en op strakkere termijnen; wie bijvoorbeeld te laat is met het indienen van gronden, verspeelt die kans zonder herstelmogelijkheid. Het verdient daarom aanbeveling dossiers vroegtijdig procesklaar te maken en de beroepsgronden volledig binnen de termijn te onderbouwen.

 

Kritische noot: kan het wél sneller, gelet op de huidige doorlooptijden bij de Afdeling?

De ambitie is helder: sneller duidelijkheid, sneller bouwen. De vraag is echter of kortere procedures op papier zich ook vertalen in kortere doorlooptijden in de praktijk. Snelheid wordt uiteindelijk immers niet alleen bepaald door de wettelijke regels, maar vooral door wat de rechtspraktijk aankan. Of de beoogde tijdwinst daadwerkelijk wordt gehaald, zal de komende jaren moeten blijken.

 

Meer weten?

Heeft u naar aanleiding van dit blog vragen over de (gevolgen van de) Wet versterking regie volkshuisvesting? Neem dan gerust contact met ons op.