Wie een onderwijsinstelling bestuurt, bestuurt een wereld op zich. Een flinke uitdaging voor het college van bestuur, maar zeker ook voor de raad van toezicht. Want hoe geef je als raad van toezicht een goede invulling aan je interne toezichtstaak, zodat goed bestuur ook daadwerkelijk leidt tot goed onderwijs?

Bevoegdheden interne toezichthouder

Een goede raad van toezicht informeert zich, analyseert, stelt de juiste vragen en houdt de bestuurder een spiegel voor. Daarmee is de toezichthouder adviseur, klankbord, werkgever van de bestuurder en toezichthouder in één. Om al die rollen goed te kunnen vervullen, heeft de raad uiteenlopende bevoegdheden. Denk aan het goedkeuren van de begroting, het jaarverslag en het strategisch meerjarenplan. Daarnaast is de raad van toezicht belast met het benoemen, schorsen en ontslaan van het bestuur alsmede met de vaststelling van de beloning van het bestuur.

Wat beter kan

De interne toezichthouder mag niet op de stoel van de bestuurder gaan zitten. Het bestuur bestuurt, maar de toezichthouder moet tijdig ingrijpen als zaken niet juist gaan. De monitoringscommissie Goed onderwijsbestuur VO concludeert dat de bepalingen ten aanzien van het intern toezicht over het algemeen steeds beter worden nageleefd. Wel kan het interne toezicht nog verder worden versterkt. Zo is de rolverdeling tussen bestuur en interne toezichthouder nog niet overal voldoende ontwikkeld en bestaat daardoor soms onduidelijkheid over de vraag wie nou precies waarover gaat. Ook is de interne toezichthouder nu vaak nog (te) reactief, terwijl volgens de commissie vaker pro-actiever gehandeld zou moeten worden.

 

Stap voor stap naar goed toezicht

De monitoringscommissie roept bestuurders en toezichthouders op om in gesprek te gaan over het beter inrichten van het intern toezicht binnen de eigen organisatie. De volgende tips nemen bestuurders en toezichthouders in po, vo, mbo, hbo en wo, stap voor stap mee op weg naar goed toezicht.

 

1. Strategisch beleidsplan

In het strategisch beleidsplan staan de doelstellingen van (directeur)bestuurder ten aanzien van bijvoorbeeld de kwaliteit van onderwijs, personeelsbeleid, financieel beleid, huisvesting, leerlingenaantallen, onderwijsvisie, etc. Aan de hand van het strategisch beleidsplan kan de interne toezichthouder het bestuur bevragen over het realiseren van de doelstellingen. Op zijn beurt kan de (directeur)bestuurder aan de hand van de doelstellingen (mits SMART geformuleerd) gevraagd en ongevraagd verantwoording afleggen over het gevoerde beleid, de ontwikkeling die de organisatie heeft doorgemaakt en zijn functioneren daarbij. De doelstellingen vormen, voorzien van tijdspad, naast de (financiële) kerngetallen de basis van de raad van toezicht rapportage.

 

2. Informatiepositie

Het is uitermate belangrijk dat interne toezichthouders voor hun informatie niet alleen afhankelijk zijn van de (directeur)bestuurder zelf. Maar ook spreken met andere belangrijke stakeholders zoals de medezeggenschapsorganen, directies en de accountant. Door rechtstreeks met deze belanghebbenden te spreken, krijgen de interne toezichthouders informatie vanuit de organisatie over het functioneren van de (directeur)bestuurder. Bijkomend voordeel is dat signalen en zorgen uit de organisatie eerder worden opgevangen, zodat ook eerder vragen gesteld kunnen worden en zo nodig eerder kan worden ingegrepen om erger te voorkomen.

 

3. De juiste mensen

Een professionele raad van toezicht begint met het samenstellen van een goed team. Een algemeen profiel voor de hele raad vormt de basis voor het vaststellen van de benodigde competenties voor elke individuele toezichthouder. Vorm een raad met leden die elk hun eigen kennis, ervaring en expertise hebben, bijvoorbeeld op juridisch, onderwijskundig, financieel en HR-gebied.

 

4. Een actueel toezichtkader

Het toezichtkader is een beschrijving van de overeenkomst tussen raad van bestuur, bestuurder en onderwijsinstelling over de manier waarop de instelling bestuurd wordt. In het toezichtkader staat onder meer beschreven op welke manier invulling wordt gegeven aan de wettelijke voorschriften en de Code Goed Bestuur. Ook staat beschreven welke bestuurlijke taken en bevoegdheden de (uitvoerend) bestuurder zijn overgedragen en welke bevoegdheden de raad van toezicht heeft. Ook het opnemen van een lijst, met alle binnen de organisatie van kracht zijnde reglementen en regelingen voorzien van de data waarop deze zijn vastgesteld, is aan te bevelen. Niets is immers zo veranderlijk als de onderwijswetgeving.

 

5. Evalueer regelmatig

Tot slot is nadenken over het eigen functioneren natuurlijk altijd goed. Wanneer dat ook nog eens op een gestructureerde manier gebeurt en met een duidelijk doel voor ogen, dan is dat een aanpak die ongetwijfeld werkt.

 

Bovenstaand artikel is gepubliceerd in Schoolmanagement Totaal.