Scholen zijn verplicht om vermoedens of signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling te melden bij het meldpunt ‘Veilig Thuis’. Scholen hebben een meldcode waarin beschreven is welke stappen daarvoor gezet moeten worden.

Soms blijkt het lastig de meldcode te volgen of leidt het volgen tot weerstand bij ouders of leerlingen en komt de school en de medewerker van de school in een ingewikkelde situatie terecht. Scholen willen het beste voor hun leerling of student en indien nodig melden bij het meldpunt. Aan de andere kant is de meldcode niet voor alle situaties passend. Daarbij kan het (te snel) doen of juist niet doen van een melding tot allerhande juridische procedures leiden. In het artikel ‘Veilig melden bij Veilig Thuis’ in School en Wet 2021/4 geven onze advocaten Johanneke Bos en Henry van Essen u concrete handvatten hoe hiermee om te gaan.

Veilig Thuis

Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. De definities van beide begrippen zijn in artikel 1.1.1. lid 1 WMO 2015 opgenomen.
Niet alle situaties vallen onder deze definities. Zo vallen pestgedrag tussen leerlingen of studenten en conflicten tussen ouders en school over bijvoorbeeld het aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring passend onderwijs in beginsel buiten dit kader. Daar zijn andere protocollen, zorgplichten en eventueel te bewandelen procedures voor.

De meldcode met stappenplan

Door de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld hebben alle onderwijsinstellingen in Nederland een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. De meldcode wordt geschreven op de specifieke omgeving van de school. Zo zal een meldcode in het primair onderwijs er anders uitzien dan een meldcode in het hoger onderwijs. Bovendien moet in de meldcode rekening worden gehouden met de verschillende professionals die binnen de school werkzaam zijn, zoals leraren of docenten, interne begeleiders en conciërges.

 

De meldcode bevat een stappenplan en geeft daarmee de professional in het onderwijs houvast en handvatten hoe te handelen bij signalen of vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Althans, dat is de bedoeling. Doel van de meldcode is om signalen vroegtijdig op te pikken en sneller adequate hulp te kunnen bieden aan de slachtoffers zodat het geweld stopt.

 

Het opmerken van signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling en het na een zorgvuldige afweging handelen is onderdeel van het beroepsmatig handelen van de professional. Het stappenplan draagt bij aan het maken van een zorgvuldige afweging. De praktijk is evenwel een stuk weerbarstiger. De vijf stappen zijn:
• stap 1 – signalen en vermoedens in kaart brengen;
• stap 2 – overleggen met collega’s en eventueel anoniem raadplegen Veilig Thuis;
• stap 3 – gesprek met de leerling en/of de ouders (afhankelijk van leeftijd en situatie);
• stap 4 – wegen aard en ernst van de signalen;
• stap 5 – inzetten van noodzakelijke hulp en/of het doen van een melding bij Veilig Thuis.

 

Een uitgebreide toelichting op deze stappen vindt u terug in het volledige artikel.

 

Het is goed om te weten dat de stappen wel allemaal gezet moeten worden, maar de volgorde niet (helemaal) leidend is. Daarbij kan het voorkomen dat bepaalde stappen meerdere keren worden gezet.

In de praktijk

In de praktijk blijken professionals van onderwijsinstelling het lastig te vinden om een melding te doen. Het is lastig om signalen te herkennen en te bepalen wanneer nu wel of niet een melding bij Veilig Thuis gedaan moet worden. Daar zal binnen de school dan ook geregeld over gesproken moeten worden met elkaar.

 

Als de afweging tot het doen van een melding leidt, dan is het aan Veilig Thuis om vervolgens een onafhankelijk onderzoek naar de situatie te doen en vast te stellen of en wat er aan de hand is. Het doen van onderzoek is niet de taak van de school en haar medewerkers.

 

Zolang de meldprocedure zorgvuldig is doorlopen en de afweging om te melden deugdelijk is onderbouwd zal de melding niet onzorgvuldig, onrechtmatig of klachtwaardig zijn. Ook niet als achteraf blijkt dat er geen sprake is van kindermishandeling of huiselijk geweld. Het is zaak dat het toepassen van de meldcode schriftelijk goed wordt vastgelegd.

 

De beslissing om niet te melden kan mogelijk verstrekkendere gevolgen hebben dan wel melden voor het kind als er wel wat aan de hand is. Om die reden adviseren we dan ook de beslissing om niet te melden altijd pas na collegiale consultatie –en waar nodig ook na raadpleging van Veilig Thuis– te nemen, deze zorgvuldig te motiveren en de motivering goed vast te leggen. Het is niet verplicht om te motiveren waarom besloten is niet te melden bij Veilig Thuis. Het verdient aanbeveling dat juist wel te doen. Daarmee rond je het proces van de mogelijke melding af. Bovendien kun je altijd uitleggen (op basis van de toen beschikbare informatie) waarom er geen melding is gedaan. Achteraf is het vaak makkelijk praten.

 

We adviseren u steeds zo gedetailleerd en concreet mogelijk (met data en namen) vast te leggen wat u op dat moment aan vermoedens en signalen hebt, per stap een verslag te maken, goed vast te leggen wat u in de afwegingen betrokken hebt (pro’s en contra’s), wie u heeft geraadpleegd (met de pro’s en contra’s van die persoon/personen) en wat de doorslag gaf om wel of niet te melden.

 

De melding kan bij degene tegen wie deze zich richt tot (gevoelens van) ten onrechte in een kwaad daglicht zijn gesteld leiden als achteraf blijkt dat er niets aan de hand is. Al is de procedure volledig doorlopen en zijn alle stappen zorgvuldig gezet, dan nog kan je dat nooit helemaal voorkomen. Door als school met de melder het gesprek aan te gaan kun je verdere procedures en claims wellicht voorkomen. Je kunt op deze wijze betrokkenen meenemen in afwegingen die zijn gemaakt (op basis van de feiten die de school had) en ook verantwoording afleggen. Dat kan de kou in een aantal zaken al voldoende uit de lucht halen. Het complete dossier van het doorlopen proces draagt bij aan het kunnen geven van inzage aan de betrokkenen.

 

Vragen of sparren?
Voor vragen of om een casus voor te leggen kunt u contact opnemen met Henry van Essen of Johanneke Bos, specialisten in Onderwijsrecht.