Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg heeft recent (namelijk bij beslissing van 29 januari 2021: de uitspraak vindt u hier) aanleiding gezien de vaste lijn in de rechtspraak over de verantwoordelijkheidsverdeling ingeval van betrokkenheid van meerdere zorgverleners bij de behandeling van één patiënt te herformuleren.

Teambehandeling

Dit gebeurde in een tuchtprocedure, die de ouders van een (reeds in) 2014 overleden pasgeboren baby tegen nagenoeg het voltallige verloskundige/ gynaecologische team van destijds hadden aangespannen. Wat was gebeurd?

 

Al vanaf medio november 2013, dat was in de 25e week van de zwangerschap van de moeder, stond de vrouw onder de gynaecologische begeleiding van het ziekenhuis. Verweerder in kwestie was de hoofdbehandelaar van patiënte, en hij was dat geworden omdat hij haar (zoals dat overigens ook gebruikelijk is) de eerste keer op het poliklinisch spreekuur had gezien.

 

Patiënte werd in de periode tot aan de bevalling op 1 maart 2014 regelmatig op de poli gezien, en ook werd zij enkele malen kortdurend opgenomen. Zij werd in die gehele (poli)klinische periode door verschillende verloskundigen en gynaecologen gezien. Gelet op het feit dat de termijnen voor controles tijdens een zwangerschap nauw luisteren, is het ook niet altijd mogelijk om op vaste tijdstippen steeds terug te komen bij (alleen) de hoofdbehandelaar. Er was, met andere woorden, sprake van teambehandeling.

 

Ondanks de vele controles c.q. opnames, verliep de bevalling op 1 maart 2014 (bij welke bevalling de verwerend hoofdbehandelaar overigens niet zelf aanwezig was) gecompliceerd. Er was sprake van ernstig neurologisch letsel bij de pasgeborene, en de baby overleed 10 dagen na de geboorte.

Herformulering verantwoordelijkheidsverdeling, introductie ‘regiebehandelaar’

Het Centraal Tuchtcollege overweegt in deze zaak dat de toegenomen complexiteit van zorg uitgangspunten vereist, die meer flexibel toegepast kunnen worden en dat tegen die achtergrond de “oude” definitie van het hoofdbehandelaarschap (Centraal Tuchtcollege 17 april 2012, ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1953) niet langer voldoende passend geacht kan worden. Zodoende dat het Centraal Tuchtcollege een nieuwe benaming introduceert, namelijk die van ‘regiebehandelaar’.

 

In gevallen waarin twee of meer zorgverleners betrokken zijn bij de behandeling van één patiënt, moet als uitgangspunt worden genomen dat elke bij die behandeling betrokken zorgverlener een eigen professionele verantwoordelijkheid jegens die patiënt heeft, en houdt.

 

In gevallen waarin de aard en/of complexiteit van de behandeling dat nodig maakt, dragen deze (individuele) zorgverleners er steeds zorg voor dat één van hen als ‘regiebehandelaar’ wordt aangewezen. Deze regiebehandelaar dient erop toe te zien dat:

  • de continuïteit en de samenhang van de zorgverlening aan de patiënt wordt bewaakt en dat waar nodig een aanpassing van de gezamenlijke behandeling in gang wordt gezet;
  • er een adequate informatie-uitwisseling en voldoende overleg is tussen de bij de behandeling van de patiënt betrokken zorgverleners;
  • er één aanspreekpunt voor de patiënt en diens naaste betrekking(en) is voor het tijdig beantwoorden van vragen over de behandeling.

Ter nadere toelichting op het derde punt overweegt het Centraal Tuchtcollege nog dat de regiebehandelaar niet zélf het aanspreekpunt hoeft te zijn. Het aanspreekpunt hoeft bovendien niet zelf alle vragen van de patiënt en diens naaste betrekkingen te kunnen beantwoorden, maar moet wel de weg naar de antwoorden weten te vinden.

 

Met andere woorden: er liggen meer verantwoordelijkheden bij de verschillende teamleden, de regie ligt niet langer alleen bij de (vroegere) hoofdbehandelaar. Dit betekent ook dat voor zover onvermijdelijk is dat de zorg op momenten wordt overgenomen door, bijvoorbeeld, de dienstdoende specialist dat de regie op die momenten ook bij de dienstdoende specialist ligt.

Kunnen wij u helpen?

Mocht u vragen over het nieuwe regiebehandelaarschap hebben, dan zijn de specialisten van de marktgroep Zorg u gaarne van dienst.