Vera Textor

Vera Textor

Advocaat

De verdeling van schaarse subsidies is niet langer alleen aan de orde bij subsidieverstrekking onder een wettelijk subsidieplafond, maar ook daarbuiten. Dat volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘Afdeling’) van 23 juli 2025. In deze uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat een begrotingssubsidie ook een schaars recht kan zijn. Subsidieverstrekkers, zoals gemeenten en provincies, moeten daarom voortaan ook mededingingsruimte bieden bij de verdeling van begrotingssubsidies. In deze bijdrage bespreek ik op welke wijze zij daarbij op zeer korte termijn te werk moeten gaan, nu de meeste begrotingssubsidies het volgend kwartaal al worden verleend.

Rechtspraak schaarse subsidies tot 23 juli 2025

Hoofdregel is dat subsidies op grond van een wettelijk voorschrift worden verstrekt (zie artikel 4:23, eerste lid van de Awb). In de Geobox-uitspraak van 11 juli 2018 heeft de Afdeling overwogen dat subsidies die worden verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift met een subsidieplafond worden aangemerkt als schaarse rechten. Voor wat betreft het verdelingskader van deze schaarse subsidies is in de Geobox-uitspraak aangesloten bij de Vlaardingen-uitspraak van 2 november 2016.

 

Dat betekende dat bij subsidies die worden verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift met een subsidieplafond door het subsidieverlenende bestuursorgaan aan (potentiële) gegadigden ruimte moest worden geboden om in aanmerking te kunnen komen voor de subsidie (mededingingsruimte).

 

Om op een deugdelijke wijze mededingingsruimte te bieden moet bij deze schaarse (wettelijke) subsidies bij of krachtens een wettelijk voorschrift, zoals een subsidieregeling, worden geregeld aan welke criteria moet worden voldaan om voor subsidie in aanmerking te komen, welk verdelingsmechanisme wordt gehanteerd (loting/vergelijkende toets/wie het eerst komt, die het eerst maalt) en wanneer de aanvraag om subsidie kan worden ingediend.

 

Begrotingssubsidies nu ook schaars recht

Zogeheten ‘begrotingssubsidies’ kunnen zonder wettelijke grondslag worden verstrekt indien de begroting melding maakt van de subsidieontvanger én van het maximale bedrag waarop de subsidie kan worden vastgesteld (artikel 4:23, derde lid sub c Awb). Uit de memorie van toelichting blijkt dat die vermelding ook in de toelichting op de begroting kan plaatsvinden (Kamerstukken II, 23700, nr. 3, p. 42).

 

Dat voor een begrotingssubsidie geen wettelijk voorschrift nodig is waarin is geregeld voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt en dat een vertegenwoordigend lichaam, zoals de gemeenteraad, de begroting vaststelt, betekent volgens de Afdeling in de uitspraak van 23 juli 2025 niet dat het bestuursorgaan bij de verstrekking van begrotingssubsidies geen gelijke kansen hoeft te bieden.

 

Hoe schaarse begrotingssubsidies verdelen?

Omdat begrotingssubsidies niet worden verdeeld op grond van een wettelijk voorschrift met een subsidieplafond waarin de mededingingsruimte mag worden begrensd, oordeelt de Afdeling in de uitspraak van 23 juli 2025 dat subsidieverlenende bestuursorganen bij begrotingssubsidies de mededingingsruimte kunnen begrenzen aan de hand van de criteria uit de Didam I– en Didam II-arresten van de Hoge Raad.

Dat betekent dat als bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de subsidie, een begrotingssubsidie aan deze serieuze gegadigde kan worden verstrekt.

 

Ten behoeve van het bieden van mededingingsruimte moet de subsidieverlener zijn voornemen daartoe dan wel minimaal acht weken van tevoren bekendmaken, zodat eenieder daarvan kennis kan nemen.

 

Daarbij moet de subsidieverlener deugdelijk motiveren waarom er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de subsidie op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria. Deze regel strekt ertoe om belanghebbenden bij de subsidieverstrekking, die menen dat zij volgens de gestelde criteria in aanmerking kunnen komen voor de subsidie, de mogelijkheid te bieden om te betwisten dat er één serieuze gegadigde is of om te betwisten dat de gestelde criteria aan de daaraan te stellen eisen voldoen.

 

Als dat wordt betwist door een belanghebbende en de subsidieverlener houdt vast aan zijn voornemen, dan moet de subsidieverlener in zijn besluit tot subsidieverlening deugdelijk motiveren waarom er niettemin maar één serieuze gegadigde is op grond van de gestelde criteria en waarom de ander geen serieuze gegadigde is of waarom de criteria wel aan de daaraan te stellen eisen voldoen.

 

Tips voor de praktijk

De uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025 dwingt subsidieverstrekkers, zoals gemeenten en provincies, om op zeer korte termijn de in de conceptbegrotingen voorziene begrotingssubsidies tegen het licht te houden. De meeste begrotingssubsidies zullen immers dit najaar al worden verleend.

 

Daarvoor kunnen de volgende stappen worden gevolgd:

 

Stap I

Voor iedere beoogde begrotingssubsidie zal moeten worden nagegaan of:

  • Het voornemen tot verstrekking van de begrotingssubsidie behoorlijk bekend is gemaakt en
  • Zo ja, of op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria is gemotiveerd dat de beoogde subsidieontvanger de enige serieuze gegadigde is voor de subsidie

 

Stap II

Indien niet is voldaan aan Stap I dan zal minimaal acht weken voor het besluit tot subsidieverlening het voornemen tot subsidieverstrekking bekend moeten worden gemaakt. Daarbij moet de subsidieverlener deugdelijk motiveren waarom er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de subsidie op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria.

 

Stap III

Als door een belanghebbende wordt betwist dat er slechts één serieuze gegadigde is op basis van gestelde criteria en de subsidieverlener houdt vast aan zijn voornemen, dan moet de subsidieverlener in zijn besluit tot subsidieverlening deugdelijk motiveren waarom er niettemin maar één serieuze gegadigde is op grond van de gestelde criteria en waarom de ander geen serieuze gegadigde is of waarom de criteria wel aan de daaraan te stellen eisen voldoen.

 

Let op: indien niet deugdelijk kan worden gemotiveerd waarom er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de subsidie op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria, dan ligt het voor de hand om een tenderprocedure op te zetten.