Netcongestie en lange doorlooptijden bij netbeheerders zetten (nieuw)bouwplanningen steeds vaker onder druk. In de praktijk komt het geregeld voor dat het werk bouwkundig vrijwel gereed is, maar de nutsaansluiting achterblijft. De netbeheerder heeft meer tijd nodig, moet aanvullende infrastructuur aanleggen of vergunningen laten op zich wachten. Voor de planning kan dat ingrijpende gevolgen hebben.
Betekent een vertraagde nutsaansluiting ook dat een aannemer geen korting (boete) wegens te late oplevering verschuldigd is? Kan hij zich in zo’n geval met succes beroepen op overmacht?
Niet zonder meer, zo volgt uit een uitspraak in hoger beroep van de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen van 23 september 2026. In die zaak werd een bedrijfsunit maanden later opgeleverd dan contractueel was afgesproken, omdat de elektriciteitsaansluiting niet tijdig gereed was. De aannemer wees op zijn afhankelijkheid van de netbeheerder en stelde dat de vertraging buiten zijn invloedssfeer lag. De arbiters gingen daarin niet mee. Omdat de aannemer zich zonder voldoende voorbehoud aan de overeengekomen bouwtijd had verbonden, bleef die bouwtijd leidend.
De casus in het kort
De aannemer had zich verbonden tot oplevering van een bedrijfsunit binnen 200 werkbare werkdagen na aanvang van de bouw. Het werk moest gereed voor gebruik worden opgeleverd, inclusief elektra-aansluiting. Die aansluiting kwam echter niet op tijd tot stand. De netbeheerder had meer tijd nodig, onder meer doordat de hoofdinfrastructuur moest worden uitgebreid, een trafostation later beschikbaar kwam en vergunningen niet tijdig rond waren.
De opdrachtgever stelde dat de bouwtijd met 141 werkdagen was overschreden en maakte aanspraak op de uit de UAV 2012 volgende contractuele korting van € 60 per werkdag. De aannemer verweerde zich met een beroep op overmacht. Zij had de aansluiting tijdig aangevraagd en stelde geen invloed te hebben gehad op de planning en uitvoering door de netbeheerder. Ook wees zij op de bredere problematiek van netcongestie.
Vertraagde netaansluiting: overmacht of toch niet?
De Raad van Arbitrage volgde dat verweer niet. Voor een geslaagd beroep op overmacht is vereist dat de oorzaak van de vertraging niet voor rekening van de aannemer komt. Daarvan was volgens de arbiters geen sprake. Daarbij woog zwaar dat de aannemer al vóór het sluiten van de aannemingsovereenkomst wist dat de tijdige aansluiting onzeker was. Uit de nutsintake bleek dat de voorbereiding langer zou duren en dat de netbeheerder, mede door de energietransitie en de hoeveelheid aanvragen, met langere doorlooptijden werkte. Ook was duidelijk dat eerst aanvullende infrastructuur nodig was.
Toch had de aannemer zich zonder voldoende voorbehoud verbonden aan een vaste bouwtijd, waarbinnen ook de elektra-aansluiting gereed moest zijn. Daarmee nam zij het risico dat de aansluiting niet tijdig beschikbaar zou zijn. Dat de vertraging feitelijk werd veroorzaakt door de netbeheerder, maakte dit niet anders. Wie zijn opleververplichting afhankelijk maakt van tijdige prestaties van een derde, draagt in beginsel het risico dat die derde niet op tijd presteert, aldus de appelarbiters.
De uitspraak laat bovendien zien dat van een aannemer méér kan worden verwacht dan het tijdig aanvragen van de aansluiting. Omdat de aannemer zich tegenover de opdrachtgever had vastgelegd op oplevering inclusief elektra, moest zij alle redelijkerwijs te verlangen maatregelen treffen om die aansluiting tijdig gerealiseerd te krijgen. Dat zij in dit verband contact had gezocht met de netbeheerder en later aansprakelijkstellingen had verstuurd, vonden de arbiters onvoldoende. Toen duidelijk werd dat de vertraging bleef voortduren, had de aannemer verdere — zo nodig juridische — stappen kunnen zetten om een spoediger aansluiting te bewerkstelligen.
Geen matiging van de korting
Ook het subsidiaire beroep op matiging van de korting slaagde niet. De maatstaf daarvoor is streng: matiging is alleen aan de orde als toepassing van het beding leidt tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat. Daarvan was volgens de arbiters geen sprake.
Relevant was dat de aannemer een eigen verantwoordelijkheid droeg voor tijdige oplevering en het risico van een vertraagde nutsaansluiting contractueel had aanvaard. Ook had de opdrachtgever voldoende toegelicht dat hij door de vertraagde oplevering daadwerkelijk schade had geleden. De korting was bovendien vooraf overeengekomen, naar omvang beperkt en gebaseerd op een standaardregeling in de door de aannemer gehanteerde voorwaarden. Dat kennelijk ook andere opdrachtgevers vergelijkbare aanspraken op de aannemer hadden, maakte dit niet anders. Bij de beoordeling van matiging gaat het om de rechtsverhouding tussen de partijen in de procedure. Mogelijke cumulatie met andere claims maakt de aanspraak van deze opdrachtgever nog niet buitensporig of onaanvaardbaar.
Wat betekent deze uitspraak voor aannemers en opdrachtgevers?
De uitspraak is vooral relevant voor projecten waarin de oplevering afhankelijk is van tijdige nutsvoorzieningen. Netcongestie, langere doorlooptijden bij netbeheerders en vertraagde vergunningen zijn reële en actuele problemen, maar leveren niet automatisch een geslaagd beroep op overmacht op. Voor aannemers ligt de les voor de hand: als de oplevering afhankelijk is van tijdige nutsvoorzieningen, leg dan contractueel vast wat de gevolgen zijn van onverhoopte vertraging buiten de eigen directe invloedssfeer. Voor opdrachtgevers bevestigt de uitspraak dat een contractuele oplevertermijn en kortingsregeling betekenis houden, ook als de vertraging mede wordt veroorzaakt door problemen bij een netbeheerder. Wel blijft steeds van belang hoe de overeenkomst is geformuleerd, wat partijen bij het sluiten daarvan wisten en welke acties tijdens de uitvoering zijn ondernomen om vertraging te voorkomen of te beperken.
Contact
Vragen over het bovenstaande of andere bouw- en vastgoedrechtelijke onderwerpen? Neem gerust contact op met één van onze vastgoedspecialisten.


