De druk op de woningbouw is hoog. Gemeenten zoeken steeds vaker de randen op van wat ruimtelijk mogelijk is, ook in de nabijheid van bestaande agrarische bedrijven. In een eerder blog stonden wij al stil bij spuitzonering en gevoelige functies nabij agrarische bedrijvigheid. In dit blog gaan wij in op een ander spanningsveld: woningbouw in de nabijheid van een bestaand agrarisch bedrijf, met bijzondere aandacht voor geurhinder. In dat kader heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) op 18 februari 2026 een interessante uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2026:923). Geen baanbrekende uitspraak, maar wel een nuttige bevestiging van bestaande lijnen — en daarmee relevant voor de praktijk.
Wat was er aan de hand?
In de gemeente Gouda wordt voorzien in de ontwikkeling van een omvangrijke nieuwbouwwijk met in totaal circa 4.400 woningen. Het hier aan de orde zijnde bestemmingsplan maakt daarvan een deelontwikkeling mogelijk en voorziet in 485 woningen. Het plangebied grenst direct aan een bestaand agrarisch bedrijf, bestaande uit een melkveehouderij en een zorgboerderij.
Voor melkvee geldt op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer een afstand van 100 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en een geurgevoelig object, zoals een woning. De gemeenteraad heeft — mede naar aanleiding van een eerdere tussenuitspraak — met inachtneming van die norm een geurcontour van 100 meter in het bestemmingsplan opgenomen. Binnen deze geurcontour zijn geen gebouwen toegestaan.
De te realiseren woningen liggen buiten de geurcontour. Een aantal tuinen van deze woningen ligt echter wél binnen de geurcontour, op circa 70 meter afstand van het agrarisch bedrijf.
De exploitant van het agrarische bedrijf verzette zich tegen het plan. Volgens hem:
- Wordt zijn bedrijfsvoering en uitbreidingsruimte beperkt; en
- Is geen sprake van een goed woon- en leefklimaat, met name in de tuinen.
Hij betoogde dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom voor tuinen geen afstand van 100 meter was aangehouden.
Oordeel van de Afdeling
De Afdeling stelt allereerst vast — in lijn met vaste rechtspraak — dat een tuin, anders dan een woning, geen geurgevoelig object is in de zin van artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij. De afstandsnorm van 100 meter geldt dan ook niet voor tuinen.
Dat neemt echter niet weg dat de raad, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet beoordelen of in de tuin sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. De raad heeft daarbij doorslaggevend gewicht toegekend aan het belang van woningbouw en in aanmerking genomen dat ook in de tuinen die het dichtst bij de veehouderij liggen, de geurbelasting niet zodanig is dat geen aanvaardbaar verblijfsklimaat kan worden gerealiseerd. Naar het oordeel van de Afdeling biedt hetgeen de exploitant heeft aangevoerd geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de raad zich niet op dit standpunt heeft kunnen stellen.
Daarnaast heeft de raad voldoende rekening gehouden met de uitbreidingsmogelijkheden van het agrarisch bedrijf door de geurcontour te bepalen vanaf de grens van het bouwvlak, en niet — zoals bij vergunningverlening — vanaf het emissiepunt van de inrichting. Daarmee is uitgegaan van een ruimere afstand dan op grond van het Activiteitenbesluit is vereist. Kortom, de Afdeling laat het bestemmingsplan in stand.
Nieuw recht: de Omgevingswet
Deze uitspraak biedt ook handvatten voor de vaststelling van het omgevingsplan. De relevante regels uit het Activiteitenbesluit, zoals de afstandsnorm van 100 meter, zijn overgenomen in de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Nieuw is dat niet langer wordt gesproken over ‘geurgevoelige objecten’, maar over ‘geurgevoelige gebouwen’. De kern blijft echter dezelfde: ook buiten die gebouwen (zoals in tuinen of andere verblijfsruimten) moet de raad, in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, beoordelen of sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat.
Voor de praktijk
Deze uitspraak bevestigt de bestaande lijnen en geeft daarbij een aantal nuttige handvatten:
- Hanteer bij woningbouw naast een agrarisch bedrijf de afstandsnormen zoals opgenomen in het Bkl.
- Het is ruimtelijk aanvaardbaar dat een tuin — die geen geurgevoelig gebouw is — binnen de geurcontour is gelegen, mits wordt gemotiveerd dat in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties de geurbelasting in de tuin aanvaardbaar is en sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat.
- Bepaal de geurcontour vanaf de grens van het bouwvlak in plaats van vanaf het emissiepunt.
Heeft u vragen over woningbouw in de nabijheid van bestaande agrarische bedrijven? Neem dan gerust contact met ons op!


