Op 30 mei 2024 is nieuwe Europese anti-witwasregelgeving vastgesteld. Als gevolg hiervan geldt vanaf medio juli 2027 uniforme wetgeving voor de voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering. In Nederland zal de huidige Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) worden vervangen door nieuwe nationale wetgeving. In deze bijdrage worden enkele belangrijke aspecten van de kwalificatie van UBO’s onder de vernieuwde regelgeving besproken. Daarbij wordt in het bijzonder ingegaan op de vraag wie in het UBO-register moet worden ingeschreven wanneer geen natuurlijke persoon kan worden aangewezen als UBO op basis van eigendom of zeggenschap.

Terminologie én inhoudelijke wijziging

Met de nieuwe regelgeving wijzigt de in Nederland gehanteerde terminologie. De term uiteindelijk belanghebbende zal worden vervangen door de term uiteindelijk begunstigde.  De vernieuwde regelgeving blijft voor het vaststellen van een uiteindelijke begunstigde van een entiteit uitgaan van eigendom en zeggenschap als belangrijkste criteria. Bij vennootschappen ziet eigendom onder meer op het houden van aandelen, stemrechten of een ander eigendomsbelang. Van zeggenschap is sprake wanneer een persoon via een eigendomsbelang of andere middelen invloed kan uitoefenen op de besluitvorming binnen de organisatie.

 

Een belangrijke wijziging is dat onder de nieuwe regelgeving een persoon als uiteindelijk begunstigde wordt aangemerkt zodra hij of zij 25% of meer van het eigendom of de zeggenschap houdt. Onder de huidige regelgeving geldt nog de eis van meer dan 25%. Dit betekent dat personen met een 25% belang straks niet langer buiten beeld blijven. Voor veel organisaties zal dit aanleiding zijn om hun bestaande UBO registratie opnieuw te beoordelen en zo nodig aan te passen.

Uitbreiding UBO-registratie onder het nieuwe Europese AML-pakket: ook het managementteam in beeld

De verplichting om uiteindelijk begunstigden te registreren in het UBO-register bestaat al geruime tijd. Onder de nieuwe regelgeving wordt de groep personen die moet worden geregistreerd uitgebreid. Wanneer geen natuurlijke persoon kan worden aangewezen op basis van eigendom of zeggenschap, moet het hoger leidinggevend personeel worden ingeschreven in het UBO-register. Momenteel betreft dit uitsluitend de statutaire bestuurders (of bij personenvennootschappen: de beherend vennoot).

 

Onder het nieuwe begrip “hoger leidinggevend personeel” vallen (i) de personen die uitvoerende leden zijn van het leidinggevend orgaan én (ii) de personen die binnen de organisatie een uitvoerende functie vervullen en verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse leiding van de organisatie, mits zij over de door hen gevoerde dagelijkse leiding verantwoording afleggen aan het leidinggevend orgaan van de organisatie. Daarmee geldt dat onder hoger leidinggevend personeel niet langer uitsluitend de statutaire bestuurders bestaan, maar bijvoorbeeld ook leden van een managementteam.

 

De inschrijving van hoger leidinggevend personeel in het UBO-register moet worden onderbouwd met een verklaring waarin wordt toegelicht dat geen UBO kan worden vastgesteld op basis van eigendom of zeggenschap en waarom dat het geval is. Voor organisaties zonder UBO op basis van eigendom of zeggenschap betekent dit dat zij tijdig moeten nagaan welke personen binnen hun organisatie onder deze ruimere definitie vallen en of aanvullende registratie noodzakelijk is.

Managementteam of uitvoerende bestuurders aangesteld? Toets of een (aanvullende) UBO-opgave nodig is

De verruiming van het begrip hoger leidinggevend personeel kan ertoe leiden dat organisaties een aanvullende UBO-opgave moeten doen. Dit speelt onder meer bij organisaties met een managementteam waarin ook niet-statutaire leidinggevenden deelnemen, zoals een CEO, CFO, COO of algemeen directeur. Ook personen die zelfstandig verantwoordelijk zijn voor een onderdeel van de organisatie en hierover rapporteren aan het statutaire bestuur, kunnen onder omstandigheden registratieplichtig zijn.

 

Dit is in het bijzonder relevant voor organisaties met een gelaagde managementstructuur, zoals zorginstellingen. Naast de statutaire raad van bestuur kunnen daar ook andere functionarissen een uitvoerende rol hebben in de dagelijkse leiding, bijvoorbeeld binnen ziekenhuizen, GGZ-instellingen of organisaties in de ouderenzorg. Indien zij feitelijk verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse aansturing en daarover verantwoording afleggen, kan ook voor hen een registratieplicht gelden.

 

In deze bijdrage is een deel van de aankomende vernieuwde wetgeving ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme aangestipt. Wilt u graag meer informatie of heeft u vragen over andere wijzigingen die eraan komen? Neem dan gerust contact op met een van onze specialisten.