Vanaf (naar verwachting) 1 januari 2022 bepaalt artikel 2.8 van de Omgevingswet dat de gemeenteraad (hierna: de raad) en het algemeen bestuur van een waterschap of provinciale staten de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening kan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college), het dagelijks bestuur van het waterschap respectievelijk gedeputeerde staten.

Deze nieuwe delegatiemogelijkheid komt mede in de plaats van de in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) genoemde specifieke mogelijkheid van de raad om de bevoegdheid om het bestemmingsplan uit te werken of te wijzigen, of om nadere eisen te stellen, over te dragen aan het college.

Reikwijdte van het delegatiebesluit

Het in de Omgevingswet genoemde delegatiebesluit vormt een afzonderlijk besluit, dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan of de verordeningen. Het bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden de bevoegdheid kan of moet worden uitgeoefend en, voor zover nodig, binnen welke termijn. Het is (dus) aan de raad, provinciale staten en het algemeen bestuur van een waterschap om te bepalen of en zo ja, op welke wijze, toepassing aan deze bevoegdheid wordt gegeven. Daarbij beschikt het delegerende orgaan over de bevoegdheid om beleidsregels in de zin van artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vast te stellen over de gedelegeerde bevoegdheid.[1]

 

Artikel 2.8 van de Omgevingswet maakt het niet mogelijk de bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening volledig over te dragen. Hoewel de Omgevingswet niet definieert wat onder ‘delen’ als genoemd in artikel 2.8 van de Omgevingswet moet worden verstaan, maakt dat woord wel duidelijk dat die bevoegdheid slechts gedeeltelijk kan worden overgedragen.

 

Uit de toelichting bij de Omgevingswet lijkt te volgen dat er al gebruik kan worden gemaakt van de delegatiemogelijkheid zodra de Omgevingswet, en daarmee ook (het tijdelijke deel van) het omgevingsplan in werking treedt. De wetgever heeft namelijk als voorbeeld genoemd dat de raad in zijn omgevingsvisie een transformatiegebied kan aanwijzen en het college bij delegatiebesluit kan opdragen om het omgevingsplan al dan niet in fases zodanig te wijzigen dat de transformatie zonder afwijkingsvergunning wordt gerealiseerd. Bovendien kan de raad bij delegatiebesluit bepalen dat het college het omgevingsplan op een bepaalde wijze wijzigt zodra een perceel minnelijk is verworven.[2]

Geen voortzetting van artikel 3.6 Wro

Hoewel artikel 2.8 (mede) de plaats in zal nemen van artikel 3.6 Wro, is het geen voortzetting van dat artikel. Het grote verschil is dat als op grond van een delegatiebesluit een besluit tot aanpassing van het omgevingsplan wordt genomen, dat plan daadwerkelijk wordt gewijzigd. Het betreft dan ook geen zelfstandige planfiguur, zoals dat bij een uitwerkings- of wijzigingsplan op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder a en b van de Wro het geval is.

 

In de memorie van toelichting bij de Omgevingswet is opgemerkt dat de grotere reikwijdte van de delegatiebevoegdheid en het feit dat het delegatiebesluit geen deel uitmaakt van het omgevingsplan of de verordeningen, met zich brengt dat de jurisprudentie over artikel 3.6 Wro niet of niet zonder meer van toepassing is op artikel 2.8 van de Omgevingswet.

 

Verder is van belang dat niet al op het tijdstip van het vaststellen van het delegatiebesluit hoeft te zijn aangetoond dat de gedelegeerde aanpassingen van het omgevingsplan zullen voldoen aan het wettelijke kader. Evenmin hoeft bij de vaststelling van het delegatiebesluit te worden ingegaan op de manier waarop de rechtszekerheid voor belanghebbenden zal zijn geborgd in de aan te passen delen. Tenslotte is van belang dat – zoals uit het hiervoor genoemde voorbeeld over de minnelijke verwerving van een perceel volgt – delegatie afhankelijk kan worden gemaakt van een onzekere toekomstige gebeurtenis.[3]

Rechtsbescherming

Als een deel van het omgevingsplan op grond van het delegatiebesluit wordt gewijzigd, dan kan daartegen op dezelfde manier worden opgekomen als tegen de vaststelling van het omgevingsplan door de raad zelf. Dit betekent dat er beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het is niet mogelijk om tegen het delegatiebesluit zelf bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aan te wenden.

[1] Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3, p. 403.

[2] Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3, p. 404.

[3] Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3, p. 404.