Recent deed zich bij de Rechtbank Noord-Nederland de vraag voor of een vervoerder op grond van artikel 17 CMR aansprakelijk kan zijn voor de schade als gevolg van het vervoeren en afleveren van de verkeerde lading. De Rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat geen sprake is van ‘verlies van de vervoerde goederen’ in de zin van artikel 17 CMR als een lading is geleverd die niet geleverd had moeten worden. Artikel 17 CMR biedt in deze kwestie dus geen grondslag voor aansprakelijkheid.

Vervoerovereenkomst medische handschoenen

Op grond van een koopovereenkomst was Cosmati gehouden 25.000 medische handschoenen van het merk Glovtec in de maten M, L en XL te leveren aan PhD tegen een koopprijs van € 227.500. PhD heeft een aanbetaling gedaan van 90% van de koopprijs.

 

Cosmati heeft met de Poolse vervoerder DAW-Trans een vervoerovereenkomst gesloten voor het vervoer van de handschoenen vanuit Polen naar PhD in Grijpskerk.

 

DAW-Trans heeft de goederen in een verzegelde vrachtwagen in ontvangst genomen en is vervolgens naar een adres in Polen gereden waar een vertegenwoordiger van Cosmati ongeveer dertien pallets uit de vrachtwagen heeft gelost. Op een volgend adres zijn nieuwe pallets geladen en is de vrachtwagen opnieuw verzegeld. Cosmati heeft PhD een video van de vrachtwagen met het oude zegelnummer toegezonden en een foto van de CMR-vrachtbrief met daarop een vermelding van het oorspronkelijke aantal pallets.

 

Na aankomst van de goederen in Grijpskerk heeft PhD het restant van de koopsom overgemaakt naar Cosmati. Daarna heeft PhD geconstateerd dat het nummer van de verzegeling op de vrachtwagen niet overeenstemde met het nummer dat te zien was op de van Cosmati ontvangen video. Na inspectie blijkt dat de lading bestaat uit 18.600 medische handsschoenen van de verkeerde maten, een verkeerd merk en voor een deel met een beperkte houdbaarheidsdatum.

 

Na onderzoek door PhD blijkt dat Cosmati de boel heeft opgelicht. Cosmati wordt in kort geding door de Nederlandse rechtbank bij verstek veroordeeld tot betaling van de door PhD geleden schade. Vermoedelijk wordt de schade door Cosmati niet vergoed, zodat PhD zich (in deze procedure) tot de vervoerder DAW-Trans wendt.

Verlies van de goederen

In de zaak die bij de Rechtbank Noord-Nederland voorlag, stelt PhD zich op het standpunt dat DAW-Trans als vervoerder op grond van de vervoerovereenkomst aansprakelijk is voor de door PhD geleden schade.

 

PhD voert aan dat sprake is van verlies van lading als bedoeld in artikel 17 CMR, doordat de lading die geleverd had moeten worden niet is geleverd. PhD meent dat DAW-Trans opzettelijk de verkeerde goederen aan haar heeft geleverd waardoor zij de gehele schade dient te vergoeden op grond van artikel 29 lid 2 CMR. Als opzet niet kan worden aangenomen, bestaat naar het oordeel van PhD in ieder geval een aanspraak op de gelimiteerde schadevergoeding die volgt uit artikel 23 lid 3 CMR.

Geen CMR-aansprakelijkheid

De rechtbank stelt voorop dat artikel 17 CMR uitsluitend de aansprakelijkheid van de vervoerder regelt voor verlies van of schade aan de door hem vervoerde zaken. Aansprakelijkheid van de vervoerder voor andere dan de vervoerde zaken wordt niet door CMR maar het toepasselijk nationale recht beheerst. Dat volgt uit de arresten Cargofoor  en Transfennica .

 

De rechtbank oordeelt dat de aansprakelijkstelling van PhD ziet op andere dan de vervoerde goederen, namelijk de goederen die aan PhD zijn verkocht maar niet zijn geleverd. Van verlies van de feitelijk (echter verkeerde) vervoerde goederen zoals bedoeld in artikel 17 CMR is geen sprake. Die goederen zijn immers gewoon en onbeschadigd afgeleverd. De (eventuele) aansprakelijkheid van DAW-Trans dient daarom te worden gebaseerd op nationaal recht (in dit geval Pools recht) en PhD heeft in dat kader niets aangevoerd. Zodoende ontbreekt een grondslag voor aansprakelijkheid van DAW-Trans.

Onderzoeksplicht niet geschonden

PhD doet nog een aanvullend beroep op artikel 8 en 9 CMR. Op grond van deze artikelen is een vervoerder gehouden de juistheid van de vermeldingen in de vrachtbrief met betrekking tot het aantal colli en hun merken en nummers, en de uiterlijke staat van de goederen en hun verpakking te onderzoeken. De rechtbank overweegt dat deze ‘onderzoeksplicht’ geen zelfstandige grondslag voor aansprakelijkheid biedt, nog afgezien van de vraag of de onderzoeksplicht is geschonden, welke vraag de rechtbank negatief beantwoordt. De vorderingen van PhD worden afgewezen.