Begin 2023 heeft de Hoge Raad al bepaald dat de riders van Deliveroo werknemers zijn en dus werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst. Wij schreven eerder al een blog over deze langverwachte uitspraak. Onlangs kwamen daar nog twee belangrijke uitspraken bij. De Hoge Raad bepaalde dat Deliveroo onder de werking van de algemeen verbindend verklaarde cao Beroepsgoederenvervoer valt en niet geheel onverwacht volgde daarop de uitspraak dat Deliveroo moet worden aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de weg.
U begrijpt dat dit de nodige financiële consequenties heeft voor Deliveroo. Want dit betekent dat Deliveroo onder meer met terugwerkende kracht vanaf 2015 de bepalingen van de cao Beroepsgoederenvervoer moet toepassen op haar werknemers. Ook moet Deliveroo voor haar werknemers alsnog pensioenpremies afdragen. En dat brengt ons bij de vraag, waar moet u allemaal aan denken als uw zzp’er toch een werknemer blijkt te zijn?
Allereerst heeft de werknemer natuurlijk recht op loon. Daarbij is het uitgangspunt, het afgesproken honorarium is het kale bruto uurloon, tenzij partijen anders zijn overeengekomen. Dit betekent dat er aanspraak bestaat op vakantiedagen, vakantietoeslag en mogelijk ook een dertiende maand als dat in de cao geregeld is. Ook derden zoals de Belastingdienst, cao-fondsen en het (bedrijfstak)pensioenfonds kunnen bij u aankloppen voor achterstallige premies en loonbelasting. Voor loonvorderingen en -belasting geldt een verjaringstermijn van 5 jaar, voor pensioenpremies geldt een (veel) ruimere verjaringstermijn van wel 20 jaar. Als een zzp’er al geruime tijd voor uw organisatie werkt, maar in feite met terugwerkende kracht kwalificeert als werknemer, kan het in de papieren lopen.
Daarnaast zijn er ook arbeidsrechtelijke consequenties zoals het van toepassing zijn van de ketenregeling en het beroep op rechtsvermoeden. De zzp’er die dus eigenlijk een werknemer is, kan mogelijk een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd claimen met een vaste omvang. En, om het nog mooier te maken, ontstaat ontslagbescherming en een aanspraak op de wettelijke transitievergoeding mocht de werkgever het initiatief tot beëindiging nemen.
Of de soep zo heet gegeten wordt, hangt allereerst af van de ontwikkelingen op dit onderwerp. Wat we nu zeker denken te weten is dat het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst per 1 januari 2025 wordt opgeheven. Vanaf dat moment zal de Belastingdienst weer kunnen gaan handhaven. Kwalificeert de Belastingdienst een zzp-relatie als dienstbetrekking, dan zijn in ieder geval vanaf dat moment premies en loonbelasting verschuldigd en mogelijk met terugwerkende kracht. Wanneer pensioenfondsen zich melden, is nu onvoldoende duidelijk. Wij denken dat dit af zal hangen van hoe de politiek met dit onderwerp omgaat. Grote vraag is daarbij ook of het wetsvoorstel Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden wordt aangenomen en of daarin wordt voorzien in een oplossing voor het verleden.
Wat kunt u doen?
Al met al is het een spannende tijd voor werkgevers die werken met zzp’ers en adviseren wij u de mogelijke risico’s in kaart te brengen. Dat kunt u doen door te inventariseren welke zzp’er wellicht toch als werknemer kwalificeert en te checken welke verhaalsmogelijkheden zijn afgesproken. Ook kunt u overwegen alsnog een arbeidsovereenkomst aan te bieden. Voor toekomstig overeen te komen opdrachtovereenkomsten is het advies om concreet af te spreken wat er gebeurt als het toch een arbeidsovereenkomst blijkt te zijn. Tot slot is het wellicht raadzaam om – in overleg met uw accountant – een voorziening te treffen.


