Dit blog behandelt de normuitleg van de Autoriteit Persoonsgegevens (“AP”) inzake de grondslag “gerechtvaardigd belang” en de waarschuwing van de Europese Commissie (“EC”) aan de AP daaromtrent.

De EC is van mening dat de AP de Algemene verordening gegevensbescherming (“AVG”) op dit punt te strikt interpreteert. Tot slot gaat dit blog in op de lopende rechtszaak bij de Raad van State over dit onderwerp tussen de AP en VoetbalTV.

Normuitleg grondslag gerechtvaardigd belang

De AP heeft op 1 januari haar normuitleg gepubliceerd inzake de grondslag “gerechtvaardigd belang” zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 sub f AVG. De “Normuitleg grondslag ‘gerechtvaardigd belang’” kunt u hier vinden.

 

Op basis van deze grondslag is een verwerking van persoonsgegevens rechtmatig indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

“de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokkene een kind is”.

 

Het gaat hierbij dus om de volgende drie (cumulatieve) voorwaarden waaraan voldaan moet worden. Ten eerste moet er sprake zijn van de behartiging van een gerechtvaardigd belang van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde. Ten tweede moet de verwerking van de persoonsgegevens noodzakelijk zijn voor de behartiging van het betreffende gerechtvaardigde belang. Ten derde mogen de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene niet zwaarder wegen dan het betreffende gerechtvaardigd belang.

 

In haar normuitleg gaat de AP nader in op deze drie voorwaarden en hoe deze in de praktijk moeten worden uitgelegd.

 

Voor dit blog is het volgende standpunt van de AP inzake de eerste voorwaarde van belang. De AP stelt in haar normuitleg dat het enkel dienen van commerciële belangen niet kan kwalificeren als gerechtvaardigd belang.

Waarschuwing EC en reactie AP

De NRC is recent in het bezit gekomen van een briefwisseling tussen de EC en de AP, waarover de krant op 3 juli 2022 een artikel publiceerde. Dat artikel kunt u hier vinden. De brief van de EC aan de AP kunt u hier vinden. De brief van de AP aan de EC kunt u hier vinden.

 

Uit de brief van de EC aan de AP (van maart 2020) volgt een waarschuwing van de EC aan de AP inzake de normuitleg van de AP.

 

De EC is van mening dat de AP de AVG op dit punt – en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (“HvJ-EU”) hieromtrent – verkeerd leest. In haar brief aan de AP merkt de EC hierover op dat de strikte interpretatie door de AP een ernstige belemmering vormt voor ondernemingen om vanuit een commercieel belang persoonsgegevens te verwerken, omdat ze van iedere betrokkene toestemming zouden moeten krijgen. Volgens de EC maakt de AP geen juiste afweging tussen het recht op bescherming van persoonsgegevens aan de ene kant en de vrijheid van onderneming aan de andere kant. Gelet op het voorgaande nodigt de EC de AP uit om haar standpunt hieromtrent te herzien.

 

De AP heeft in augustus 2020 per brief gereageerd op de waarschuwing van de EC. In haar reactie beroept de AP zich op haar onafhankelijke positie. Daarnaast ontkent de AP dat haar uitleg inzake de grondslag gerechtvaardigd belang niet in overeenstemming is met de rechtspraak van het HvJ-EU. Verder geeft de AP aan dat zij ervoor vreest dat het tot een situatie kan leiden waarin extra gevoelige persoonsgegevens juist sneller worden verzameld dan minder gevoelige persoonsgegevens wanneer puur commerciële belangen reden kunnen zijn om ongevraagd persoonsgegevens te verwerken. Dat kan volgens de AP niet het geval zijn.

 

Tot slot laat de AP in haar brief weten dat de AVG in alle EU-landen hetzelfde zou moeten worden uitgelegd, maar dat dit een zaak is van overleg met de andere nationale privacytoezichthouders. De Europese privacytoezichthouders, verenigd in de European Data Protection Board (EDPB), zouden hieraan werken, maar tot op heden zijn er geen nieuwe richtlijnen hieromtrent gepubliceerd.

VoetbalTV

De manier waarop de AP de (voorwaarden van) de grondslag “gerechtvaardigd belang” uitlegt en de waarschuwing daaromtrent van de EC zijn onder meer relevant in de op dit moment lopende rechtszaak bij de Raad van State tussen de AP en VoetbalTV.

 

Het platform VoetbalTV zond live amateurwedstrijden uit. In november 2019 – dus na publicatie van de normuitleg inzake de grondslag gerechtvaardigd belang – legde de AP het platform een boete op van €575.000,- wegens een gebrek aan een grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens die bij het uitzenden van de beelden plaatsvond.

 

Volgens de AP kon het winstoogmerk van VoetbalTV nooit een gerechtvaardigd belang vormen voor het uitzenden van de beelden zonder dat spelers en publiek daar individueel toestemming voor gaven.

VoetbalTV is in beroep gegaan tegen de boete. De rechtbank Midden-Nederland heeft op 23 november 2020 de boete van de AP ongeldig verklaard.

 

Volgens de rechtbank betekent het feit dat VoetbalTV een commercieel belang heeft niet zonder meer dat zij geen gerechtvaardigd belang kan hebben. Of VoetbalTV daadwerkelijk geen gerechtvaardigd belang had, heeft de AP niet goed uitgezocht. De AP heeft simpelweg gesteld dat het te gelde maken van persoonsgegevens nooit een gerechtvaardigd belang kan opleveren. Volgens de rechtbank is het op voorhand uitsluiten van een bepaald belang als gerechtvaardigd belang in strijd met de rechtspraak van het HvJ-EU hieromtrent.

 

De conclusie van de rechtbank luidde als volgt:

“Omdat verweerder dus de verwerking van persoonsgegevens niet volledig heeft onderzocht en gestopt is bij de vaststelling dat eiseres geen gerechtvaardigd belang heeft, is het besluit voor het overige niet voldoende zorgvuldig genomen en is daarmee in strijd met artikel 3:2 van de Awb. De boeteoplegging kan daarom niet in stand blijven.”

 

De uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland kunt hier vinden.

 

De AP is bij de Raad van State in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De Raad van State doet binnenkort uitspraak. Mogelijk zal daaruit blijken hoe de Raad van State denkt over de vraag of een commercieel belang een gerechtvaardigd belang kan zijn.