Om fraude in de zorg tegen te gaan, heeft het kabinet op 19 april 2018 het programma Rechtmatige Zorg geïntroduceerd. Als onderdeel van dit programma heeft het ministerie van VWS op 7 juni 2018 het wetsvoorstel ‘Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg’ ter consultatie voorgelegd.

Na het sluiten van de internetconsultatie hebben er in 2019 gesprekken met diverse betrokken partijen plaatsgevonden. Op 3 juli 2020 heeft de minister van VWS een aangepast wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer.

 

Het wetsvoorstel regelt door middel van gegevensuitwisseling de mogelijkheid voor verschillende instanties in het zorgdomein om met elkaar samen te werken met als doel bestrijding van zorgfraude mogelijk te maken. Het zorgdomein omvat de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Jeugdwet. Onder zorgfraude wordt verstaan het opzettelijk misleidend handelen binnen het zorgdomein, met het oog op eigen of andermans gewin, voor zover het in de wet strafbaar gestelde feiten betreft.

Aanleiding wetsvoorstel

In huidige sectorale wetgeving ontbreken wettelijke grondslagen voor het uitwisselen van persoonsgegevens in het kader van een samenwerking om fraude in de zorg te bestrijden. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is een wettelijke grondslag voor het uitwisselen van persoonsgegevens echter vereist. Dit resulteert erin dat informatie over een frauderende partij vandaag de dag verdeeld is over verschillende instanties, zonder dat zij hiervan door elkaar op de hoogte kunnen worden gesteld. Het wetsvoorstel lost dit probleem op, door een wettelijke grondslag te creëren voor het Waarschuwingsregister Zorg en het Informatieknooppunt Zorgfraude.

Waarschuwingsregister Zorg

Het Waarschuwingsregister Zorg is een systeem voor onderlinge uitwisseling van gegevens. Het Waarschuwingssysteem is voor colleges en zorgverzekeraars bedoeld om persoonsgegevens van personen en rechtspersonen te registeren, waarvan de gerechtvaardigde overtuiging bestaat dat zij fraude hebben gepleegd, zodat zij elkaar kunnen waarschuwen. Van een gerechtvaardigde overtuiging is sprake wanneer er voldoende bewijs van betrokkenheid bij fraude voorhanden is en sprake is van een vastgestelde gedraging die een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van fraude oplevert. Een registratie in het Waarschuwingsregister Zorg betekent dan ook nog niet dat de fraude vaststaat. De gemeenten en zorgverzekeraars dienen zelf op basis van de bevoegdheden die zij hebben nader onderzoek te doen naar de vermeende fraude, bijvoorbeeld door het instellen van een materiële controle of fraudeonderzoek. Pas wanneer de fraude is vastgesteld, kunnen de instanties maatregelen treffen.

 

De gemeenten en zorgverzekeraars zijn verplicht om in een protocol heldere, uniforme en objectieve criteria op te stellen om te beoordelen of er sprake is van een gerechtvaardigde overtuiging van zorgfraude. Pas wanneer aan die criteria is voldaan, mogen gegevens van personen of rechtspersonen in het Waarschuwingsregister Zorg worden geregistreerd waarvan de gerechtvaardigde overtuiging bestaat dat zij hebben gefraudeerd. Het protocol dient door de gemeenten en zorgverzekeraars te worden voorgelegd aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en te worden goedgekeurd door de minister van VWS.

Informatieknooppunt Zorgfraude

Het CIZ, gemeenten, zorgverzekeraars, de FIOD, de IGJ, de Inspectie SZW, de Belastingdienst, de NZa en het OM zijn sinds 2016 aangesloten bij het samenwerkingsverband Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ). Deze instanties kunnen signalen van fraude in de zorg die aanleiding zijn tot het vermoeden van fraude aan het IKZ verstrekken. Het IKZ ontvangt en onderzoekt vervolgens de signalen. Deze gegevensuitwisseling is momenteel gebaseerd op een convenant.

 

In het wetsvoorstel is opgenomen dat het IKZ wordt omgevormd tot een stichting, waarmee de stichting een wettelijke taak en daarmee grondslag krijgt om persoonsgegevens met de betrokken instanties uit te wisselen. Daarnaast is in het wetsvoorstel opgenomen dat het OM niet langer een betrokken instantie van het IKZ is. De SVB komt daarvoor in de plaats.

 

De betrokken instanties dienen al dan niet op verzoek van het IKZ (persoons)gegevens aan het IKZ te verstrekken, wanneer zij menen dat deze gegevens noodzakelijk zijn voor één of meerdere andere instanties om fraude in de zorg te bestrijden. Het IKZ heeft vervolgens als taak om deze signalen te verrijken, door deze gegevens aan te vullen met andere noodzakelijke gegevens van betrokken instanties en gegevens uit daartoe aangewezen bronnen. Het resultaat daarvan verstrekt het IKZ aan de daartoe geëigende instanties, zodat zij maatregelen kunnen treffen om de fraude te bestrijden. Een andere taak van het IKZ is het signaleren van trends en het ontwikkelen van beleidsinformatie en statistische informatie met betrekking tot fraude in de zorg.

Welke gegevens?

De (persoons)gegevens die gemeenten en zorgverzekeraars kunnen registreren in het Waarschuwingsregister Zorg en die door instanties al dan niet op verzoek aan het IKZ kunnen worden verstrekt zijn opgenomen in het concept Besluit bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg. Daarnaast zijn in het concept Besluit regels opgenomen over onder andere de bewaartermijn en de beveiliging van persoonsgegevens. Het concept Besluit is op 4 september 2020 gepubliceerd en daarop kan tot 16 oktober 2020 worden gereageerd.

 

Bij de internetconsultatie in 2018 stond in het wetsvoorstel nog de mogelijkheid opgenomen dat gezondheidsgegevens mogen worden verstrekt die onder het medisch beroepsgeheim vallen. Daarmee werd in het wetsvoorstel een mogelijkheid geboden om het medisch beroepsgeheim  wettelijk te doorbreken. Veel brancheorganisaties, waaronder de KNMG, hebben gezien de gevoeligheid van een verdere doorbreking van het medisch beroepsgeheim en het ontbreken van een dwingende noodzaak daartoe kritiek op deze bepaling geuit. De regering heeft zich deze kritiek aangetrokken en heeft deze bepaling uit het wetsvoorstel geschrapt. Dit betekent dat het op grond van dit wetsvoorstel niet mogelijk is om gegevens waarop het medisch beroepsgeheim berust uit te wisselen met andere instanties. Deze gegevens zouden enkel kunnen worden verstrekt met toestemming van de betrokkene. Dat kan in geval van verstrekking van (persoons)gegevens door een zorgbehoevende in het kader van een melding bij een betrokken instantie. Het kan bijvoorbeeld gaan om declaratiegegevens die bij een melding worden meegestuurd en waaruit blijkt om welke specifieke behandeling het gaat. Naar verwachting zal deze situatie zich echter niet vaak voor doen.

 

Het is wel mogelijk om gezondheidsgegevens waarop het medisch beroepsgeheim niet rust te verstrekken. Dit kan zich voordoen indien ten aanzien van een specifieke zorgbehoevende aanleiding bestaat tot een vermoeden van fraude in de zorg. De gezondheidsgegevens die in een dergelijke situatie verwerkt kunnen worden, betreffen dan gegevens die duidelijk maken in welk domein de zorg aan de zorgbehoevende wordt geleverd en welk soort zorg dit betreft. Bijvoorbeeld een voorziening in beschermd wonen op grond van de Wmo 2015.