Minister De Jonge blijft inzetten op uitzondering op aanbestedingsplicht voor sociaal domein.

Dit blijkt uit zijn antwoorden op de vragen en opmerkingen van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het onderzoek over de werking van de Europese aanbestedingsrichtlijnen op het sociaal domein en de Monitor gemeentelijke zorginkoop 2020.

Bij brief van 21 oktober jl. zond de minister dat onderzoek van Deloitte aan de Tweede Kamer, evenals de Monitor gemeentelijke zorginkoop 2020 van het PPRC.

 

Deloitte concludeert – kort samengevat – dat de Europese aanbestedingsregels die van toepassing zijn op overheidsopdrachten in het sociaal domein, efficiënt noch effectief zijn. Dit biedt steun voor het zogenaamde Europese spoor van de aanpak Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein van de minister. Die is erop gericht om een uitzondering te verkrijgen van de gehele inkoop van zorg voor jeugdigen en maatschappelijke ondersteuning in het sociaal domein. De VVD, CDA-, D66- en SP-fracties hadden onder andere daarover vragen gesteld en die heeft de minister nu op 8 december jl. beantwoord.

Voorkomen vriendjespolitiek en stijging aantal selectieve procedures

Opvallend is ook vraag 7 van de VVD-fractie: hoe kan vriendjespolitiek worden voorkomen als het sociaal domein wordt uitgezonderd van de Europese aanbestedingsrichtlijnen? De minister antwoordt dat dan weer kan worden ingekocht op dezelfde wijze als onder het regime van de vorige aanbestedingsrichtlijnen. Volgens hem bleken gemeenten toen steeds beter in staat om zaken als belangenverstrengeling en vriendjespolitiek te voorkomen. De minister ziet niet in waarom dat nu anders zou zijn. Een andere interessante vraag aan de minister: wat leidt hij af uit de trend die in de monitor wordt geschetst, namelijk dat een duidelijke stijging zichtbaar is van het aantal selectieve procedures. Volgens de minister betekent dit dat gemeenten steeds vaker bewust kiezen voor een klein aantal aanbieders dat een contract krijgt. Daarbij laat hij echter onvermeld, dat de keuze voor een klassieke (Europese) aanbestedingsprocedure in de praktijk mede wordt ingegeven door beperkte budgetten en vanuit de gedachte dat concurrentiestelling juist tot meer efficiëntie en betere kwaliteit kan leiden.

Voortgangsrapportage vóór kerstreces

Uit de antwoorden van de minister blijkt tot slot dat vóór het kerstreces de voortgangsrapportage over inkoop en aanbesteden in het sociaal domein met de Tweede Kamer zal worden gedeeld. Daarin zal nader worden ingegaan op de conclusies uit de verschillende monitors, in samenhang met de voortgang van de aanpak Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein, het onderzoek over de werking van Europese aanbestedingsrichtlijnen op het sociaal domein en de inzet van de minister in Europa om de aanbestedingsregelgeving te wijzigen. Naar ik aanneem zal dan ook aan bod komen de voortgang van het concept-wetsvoorstel Wet maatschappelijk verantwoord inkopen jeugdwet en Wmo 2015. Wordt vervolgd dus.

Meer weten over inkoop en aanbesteding in het sociaal domein?

Neem contact op met Matthijs Mutsaers, advocaat aanbestedingsrecht.