Minister Van Gennip en staatssecretaris Van Rij hebben op 16 februari 2024 aan de Eerste Kamer laten weten dat de voor het eerste kwartaal 2025 beoogde publicatie van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoedens (Wet VBAR) niet gehaald gaat worden. De internetconsultatie van eind vorig jaar heeft tot een groot aantal reacties geleid en er is tijd nodig die te bestuderen om te bezien of en hoe het wetsvoorstel verbeterd kan worden, aldus de minister en staatssecretaris.

Uitstel van de wet VBAR betekent echter niet dat het handhavingsmoratorium wordt verlengd. De Belastingdienst gaat per 1 januari 2025 handhaven. Niet op basis van de wet VBAR, maar wel op basis van de bestaande wet- en regelgeving en niet onbelangrijk, de bestaande rechtspraak.

 

Het Deliveroo-effect

Er is inmiddels van een Deliveroo-effect zichtbaar in die rechtspraak. Zo oordeelde de rechter onlangs dat een corrector bij de Volkskrant geen freelancer was, maar een werknemer en niet geldig was ontslagen. De kwalificatie arbeidsovereenkomst geeft de corrector in ieder geval recht op (achterstallig) salaris, vakantiedagen en vakantietoeslag. Voor de praktijk is van belang dat de rechter de Deliveroo-criteria nauwgezet langs liep en tot de conclusie kwam dat bij de corrector geen sprake is van ‘commerciële gedrevenheid’, omdat hij zich niet had opgesteld als ondernemer. Hij draaide al jaren mee op de redactie van de Volkskrant, was daar volledig ingebed in de organisatie en had de facto de verplichting om de arbeid persoonlijk te verrichten. Omstandigheden die je vaker ziet bij zzp’ers.

 

Eerder dit jaar had het hof in Amsterdam geoordeeld over een depothouder van het Mediahuis. Zij was verantwoordelijk voor het bezorgen van kranten via het inzetten van bezorgers en het afhandelen van bezorgklachten, Het hof oordeelde aan de hand van de Deliveroo gezichtspunten dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.

 

Zo was er geen sprake van ondernemerschap en had de depothouder ook geen andere opdrachten verricht naast het werk voor Mediahuis. Zij liep geen tot weinig financieel risico. De Depothouder had niet kunnen onderhandelen over haar contract, had langdurig tegen een relatief laag uurtarief eenvoudige werkzaamheden voor Mediahuis verricht, met weinig vrijheid qua werktijden en werkwijze. Mediahuis oefende daar in vergaande mate invloed op uit. De werkzaamheden van de depothouder waren ingebed in de organisatie van Mediahuis, die is gericht op distributie. Door de manier waarop de processen van Mediahuis waren ingericht, was het voor de depothouder bovendien bijna niet mogelijk zich structureel te laten vervangen. De vervangingsclausule in het contract had daarom geen waarde. Mediahuis werd veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding.

 

En nu?

Naast dat de Fiscus weer gaat handhaven vanaf 1 januari 2025 en het risico op een dienstbetrekking (dus weer meer) op de loer ligt, worden de arbeidsrechtelijke risico’s door de recente ontwikkelingen in de rechtspraak ook alsmaar groter. Dit kan de nodige financiële consequenties voor werkgevers met zich brengen. Zo ziet de Volkskrant naar het laat aanzien zich gesteld voor hoge bedragen aan achterstallig salaris en pensioenopbouw en werd het Mediahuis met allerlei ontslagvergoedingen geconfronteerd.

 

Heeft u zzp’ers in uw organisatie waarvan u niet zeker bent of het een ‘echte’ zzp’er is? Dan is het nu de tijd om de financiële risico’s in kaart te brengen en daar waar mogelijk, bij te sturen. Wilt u hierover van gedachten wisselen, belt u ons gerust.

 

Op de hoogte blijven?

Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en zullen u op de hoogte houden. In ons online webinar op dinsdag 5 maart a.s. om 11 uur praat Allard Bekius u (ook) over dit onderwerp bij. U kunt zich hier aanmelden voor dit evenement.