Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Loonsanctie: voorkomen

dinsdag 28 mei 2019

In dit artikel komen enkele handige tips en kosten besparende maatregelen aan de orde als het gaat om het voorkomen van een loonsanctie. Goed om te weten is dat UWV de Werkwijzer Poortwachter hanteert. Aan de hand van deze werkwijzer wordt beoordeeld of u als werkgever voldaan heeft aan uw re-integratieverplichtingen met betrekking tot uw zieke werknemer en of er al dan niet een loonsanctie wordt opgelegd. De Werkwijzer Poortwachter is daarmee een handig middel voor de praktijk om een loonsanctie te voorkomen.

Het eerste spoor

Wat moet u zoal doen in het eerste spoor? Binnen de eigen organisatie moet opzoek worden gegaan naar voorkomende functies op en onder het niveau van de werknemer. Per functie zal vervolgens moeten worden beoordeeld of dit een passende functie is voor de werknemer. UWV kijkt vooral naar het dossier. Als er te weinig wordt opgeschreven zal het UWV zeggen dat er onvoldoende is gedaan, een loonsanctie dreigt. Het is dan ook van groot belang dat opgeschreven wordt, in bijvoorbeeld een matrix, hoe de beoordeling van de verschillende functies heeft plaatsgevonden. Enkele belangrijke aandachtspunten in het eerste spoor om een loonsanctie te voorkomen zijn:

  • het actief aanbieden van passende functies;

Leg dit ook vast in verband met de papieren werkelijkheid van UWV!

  • eventueel oplossen van arbeidsconflict;
  • eventuele flexkrachten moeten plaatsmaken ten gunste van de zieke werknemer.

Het tweede spoor

Het tweede spoor traject is ingewikkelder omdat er dan ook buiten de eigen organisatie moet worden gekeken naar passende arbeid. Als de re-integratie in eigen werk stagneert, moet er op zoek worden gegaan naar werk buiten de eigen organisatie. Het eerste moment waarop het tweede spoor dient te worden ingezet is als er geen zicht (meer) bestaat op structurele hervatting in het eerste spoor, ook al is het eerste ziektejaar nog niet voorbij. In ieder geval moet het tweede spoor worden ingezet uiterlijk binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie. Het eerste moment wordt door UWV streng getoetst. Als er binnen drie maanden concreet perspectief bestaat op structurele hervatting in het eerste spoor in werk dat zo dicht mogelijk aansluit bij de functionele mogelijkheden van de arbeidsongeschikte werknemer hoeft het tweede spoor niet te worden ingezet.

Vervolgens zal UWV kijken of het tweede spoor traject adequaat is geweest. Kort samengevat ziet een adequaat traject er als volgt uit:

  • activiteiten zijn gericht op (verruiming van) mogelijkheden om een passende functie buiten de eigen organisatie te vinden/verkrijgen/behouden;
  • dat moet op basis van een vooraf schriftelijk vastgelegd re-integratieplan;
  • het traject moet bestaan uit logisch samenhangende reeks van elkaar opvolgende, flankerende en/of overlappende activiteiten, die de afstand tussen het persoonsprofiel en het zoekprofiel zoveel mogelijk opheft of verkleint.

Ook hier geldt weer dat alles goed moet worden vastgelegd. Het tweede spoor kan eventueel naast het eerste spoor lopen. Het is van groot belang dat de werknemer instemt met het plan voor het tweede spoor.

Adviezen bedrijfsarts

Wees alert en kritisch op adviezen van de bedrijfsarts. U als werkgever bent en blijft verantwoordelijk voor het re-integratietraject. Wees kritisch op de volgende adviezen van de bedrijfsarts:

  • marginale mogelijkheden of geen benutbare mogelijkheden (“re-integratieblokkerend advies”);
  • urenbeperking;
  • afwachten behandeling;
  • lange tijd geen verandering in medische situatie;
  • naast behandeling/revalidatie geen andere activiteiten; en
  • klachtcontingent in plaats van tijdcontingent opbouwschema.

Bevraag bij bovenstaande adviezen de bedrijfsarts en/of overweeg een deskundigenoordeel bij UWV om te controleren of een werknemer inderdaad niet kan re-integreren. Het onterecht re-integratieblokkerend advies van de bedrijfsarts is geen deugdelijke grond voor onvoldoende re-integratie inspanningen en kan leiden tot een loonsanctie. Pas dus op.

Geen loonsanctie

Een bevredigend resultaat is er volgens UWV indien er sprake is van structurele werkhervatting (langer dan zes maanden) in passend werk, die min of meer aansluit bij resterende functionele mogelijkheden, of indien er sprake is van structurele werkhervatting in passend werk met loonwaarde van meer dan 65% (na intensieve re-integratie).

Slechts in enkele gevallen legt UWV geen loonsanctie op als er sprake is van onvoldoende inspanningen. Deze gronden zijn het opvolgen van een verkeerd deskundigenoordeel van UWV en/of onevenredige belasting van de collega’s bij re-integratie van de zieke werknemer. Een arbeidsconflict of onwil van de werknemer zijn geen deugdelijke gronden voor onvoldoende re-integratie inspanningen en kunnen ook leiden tot een loonsanctie.

Meer informatie

Meer informatie kunt u contact opnemen met Yaïr van Veelen | T: 088 – 752 00 19 | E: yair.vanveelen@nysingh.nl.

Actueel