In de logistieke praktijk neemt opslag (bewaarneming) in juridische zin een bijzondere plaats in.

Is voor verreweg de meeste vervoerovereenkomsten (voor vrijwel alle modaliteiten) een  (semi-)dwingendrechtelijk regime van toepassing, voor de bewaarnemingsovereenkomst geldt contractsvrijheid als uitgangspunt.

 

Voor de aansprakelijkheid van de bewaarnemer betekent dit dat in geval van het schenden van zijn hoofdverplichting – het teruggeven van de in bewaring gegeven zaken in dezelfde staat als waarin hij deze ontving – hij in beginsel onbeperkt aansprakelijk zal zijn. De bewaarnemer kan dit voorkomen door ofwel contractueel een aansprakelijkheidsbeperking af te spreken, danwel een beroep te doen op overmacht. Of en onder welke omstandigheden een overmachtsberoep slaagt, was aan de orde in een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 10 november 2020 (nog niet gepubliceerd) waarin de Rechtbank Gelderland bij vonnis van 25 april 2018 (ECLI:NL:RBGEL:2018:1806) eerder had geoordeeld.

Bewaarnemer van een opslagloods

Waar ging het in deze (door Nysingh voor de bewaarnemer behandelde) zaak om? Bewaarnemer Wim Bosman huurde op het Chemelot-terrein te Geleen een opslagloods waar zij voor 18 klanten zaken opsloeg. Omdat het dak aan renovatie toe was, gaf de verhuurder van de loods opdracht om het bitumen-dak te vervangen. Het daartoe ingeschakelde dakdekkersbedrijf maakte daarbij gebruik van open vuur (gasbranders), echter zonder dat Wim Bosman daarvan vooraf op de hoogte was gebracht. Ook overigens was Wim Bosman niet betrokken bij het instrueren van het dakdekkersbedrijf, omdat haar verhuurder dat deed.

Brand door dakdekkersbedrijf

Op maandag 9 november 2015 ging het mis: gedurende de ochtend werkten de dakdekkers (wederom) met hun branders en ontstond er vervolgens in de hoek van het dak waar zij werkten brand. Als gevolg daarvan brandde de hele loods af met een schade van tientallen miljoenen als gevolg.

 

Een van de bewaargevers sprak daarop Wim Bosman in rechte aan. Zij stelde zich op het standpunt dat Wim Bosman haar teruggaveverplichting had geschonden en daarom voor de schade aansprakelijk zou zijn. Rechtbank en Hof volgen deze redenering van de bewaargever niet. Zij oordeelden weliswaar beide dat inderdaad Wim Bosman tekort geschoten was in haar verbintenis de zaken ongeschonden terug te geven, maar ook dat haar dit in dit geval niet kan worden toegerekend. Wim Bosman had namelijk voldoende onderbouwd dat de brand niet in de loods, noch door haar schuld of nalatigheid was ontstaan, zodat haar terzake geen verwijt treft. Het overmachtsberoep slaagt.

Bewijslast voor overmachtsberoep

Van belang is dat het Hof expliciet overweegt dat de bewijslast voor dit overmachtsberoep op Wim Bosman rust. In de praktijk kan de bewaarnemer wat dat betreft nog wel voor problemen worden gesteld. Niet zelden zijn er na een brand geen of weinig aanknopingspunten voor de oorzaak en levert onderzoek ook niets (meer) op. Bewijs voor overmacht zal dan vermoedelijk niet te leveren zijn. In het onderhavige geval leverde een onder meer door Wim Bosman gestart voorlopig getuigenverhoor veel nuttige informatie op ten behoeve van haar overmachtsverweer.

 

De betreffende bewaargever had zich verder nog op het standpunt gesteld dat er ook een verplichting op Wim Bosman rustte om de in bewaring gegeven zaken tegen brandschade te verzekeren. Rechtbank en Hof gaan ook daar niet in mee. Beide overwegen dat het onder omstandigheden zo kan zijn dat een bewaarnemer zijn zorgplicht schendt door in bewaring gegeven zaken niet te verzekeren. Of daarvan sprake is hangt af van de concrete feiten en omstandigheden, waaronder de waarde van de zaken en de kenbaarheid daarvan. In dit geval was Wim Bosman door de bewaargever niet gewezen op enige bijzonderheid op dit punt, zodat Wim Bosman ook op dit punt geen blaam trof.