In eerdere publicaties op de website schreven wij reeds over het wetsvoorstel Wet homologatie onderhands akkoord (hierna: ‘WHOA’) en het belang hiervan voor de praktijk. Op 26 mei 2020 is het wetsvoorstel door de Tweede Kamer aangenomen, waarna het wetsvoorstel is ingediend bij de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel dient nog inhoudelijk behandeld te worden door de Eerste Kamer.

In de praktijk bestond al een sterke behoefte aan een werkbare akkoordregeling buiten faillissement. In verband met het coronavirus is die behoefte alleen maar gestegen. De WHOA biedt namelijk de mogelijkheid aan bedrijven die in financieel zwaar weer verkeren om op effectieve wijze te herstructureren. Als gevolg van het coronavirus zijn levensvatbare en kerngezonde bedrijven in de problemen geraakt. Juist voor deze bedrijven kan het aanbieden van een dwangakkoord effectief zijn. Maar wat houdt de WHOA nu precies in en hoe werkt het? In een aantal te publiceren artikelen zullen wij inhoudelijk ingaan op de WHOA.

 

Met het wetsvoorstel wordt beoogd een regeling in te voeren op basis waarvan de rechtbank een onderhands akkoord tussen een onderneming enerzijds en zijn schuldeisers en/of aandeelhouders anderzijds over de herstructurering van schulden kan homologeren (goedkeuren). Deze goedkeuring leidt ertoe dat een akkoord verbindend is voor alle betrokken schuldeisers en aandeelhouders. Dat betekent dat de schuldeisers of aandeelhouders, die niet met het akkoord hebben ingestemd, toch aan de inhoud van het akkoord gebonden kunnen worden als de besluitvorming en de inhoud van het akkoord aan de wettelijke eisen voldoet. Het Nederlands recht kent een dergelijke regeling op dit moment nog niet. Om voorafgaand aan een faillissement tot een akkoord te komen met crediteuren is (in beginsel) de toestemming van iedere afzonderlijke crediteur vereist. In de praktijk is het dan ook uitermate lastig om tot overeenstemming te komen en kan het gedrag van enkele dwarsliggende crediteuren al leiden tot het faillissement van de onderneming. De WHOA – hetgeen een uitvloeisel is van Europese Richtlijn 2019/1023 – voorziet daarmee in een duidelijke behoefte. Het is de bedoeling dat de regeling onderdeel wordt van de Faillissementswet.

 

Gelet op het belang en de verwachte impact op de praktijk van deze regeling zullen wij de WHOA de komende periode uitgebreid bespreken. Daarbij zullen onder meer de volgende onderwerpen aan bod komen:

 

  • wie kunnen er een beroep doen op de WHOA;
  • wanneer kan er een beroep worden gedaan op de WHOA;
  • op welke wijze dient een beroep op de WHOA gedaan te worden;
  • op welke wijze dient een akkoord aangeboden te worden;
  • op welke wijze dient er gestemd te worden over een akkoord;
  • wat zijn de voorwaarden op basis waarvan een akkoord gehomologeerd wordt;
  • wat zijn de gevolgen van de homologatie van het akkoord;
  • van welke middelen kan de schuldenaar gebruik maken om de kansen op een akkoord te vergroten;
  • samenloop met andere insolventieprocedures.

 

De WHOA is er op gericht om een effectieve en breed toegankelijke akkoordregeling tot stand te brengen die niet alleen bruikbaar is voor grote bedrijven maar ook voor het mkb.

 

Op basis van onderzoek naar de toepassing van een soortgelijke Amerikaanse procedure (Chapter 11-procedure) is gebleken dat concurrente schuldeisers bij een dwangakkoord gemiddeld 52 procent van hun vordering ontvangen. Bij een faillissement ontvangen concurrente schuldeisers slechts zelden een uitkering op diens vorderingen. De verwachting is dan ook dat de WHOA de positie van concurrente crediteuren zal versterken. De WHOA is ook toepasselijk op verenigingen en coöperaties. Gelet op het feit dat deze rechtsvormen geen aandeelhouders maar leden hebben, is bepaald dat de bepalingen voor aandeelhouders van overeenkomstige toepassing zijn op de leden van een vereniging of een coöperatie.

 

Bij het aanbieden van een akkoord gaat het initiatief uit van de schuldenaar. Onder de WHOA zal dat veranderen. Ook schuldeisers, aandeelhouders, de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging kunnen het initiatief daartoe nemen. Zij kunnen de rechter vragen om de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige, die vervolgens een akkoord kan voorbereiden en aan de betrokken schuldeisers en aandeelhouders kan voorleggen.

 

Het is uitdrukkelijk niet zo dat iedere schuldenaar met een schuldenlast een beroep kan doen op de WHOA. Een beroep op de WHOA dient namelijk gerechtvaardigd te zijn. Daarvoor is vereist dat de schuldenaar in een toestand verkeert, waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat hij insolvent zal raken. Doel van het akkoord kan zijn (i) het afwenden van een dreigend faillissement van een onderneming of (ii) de afwikkeling van een onderneming zonder overlevingskansen, waarbij naar verwachting een beter resultaat kan worden behaald dan wanneer er sprake zou zijn van een insolventiesituatie.

 

In het volgende artikel zullen wij nader ingaan op de stappen die een onderneming (of derde) dient te nemen om een akkoord aan te bieden (of een onderneming aan te laten bieden).

 

Verwante artikelen

WHOA aangenomen door Tweede Kamer

De surseance van betaling, een miskend instrument?

Wetsvoorstel tot sanering buiten faillissement (WHOA)