De looptijd van de Wet Markt en Overheid is met twee jaar verlengd. Dat betekent dat de verplichtingen uit die wet voor overheden van toepassing blijven tot 1 juli 2023.

Key takeaways

  • De looptijd van de Wet Markt en Overheid is met twee jaar verlengd. Dat betekent dat de verplichtingen uit die wet voor overheden van toepassing blijven tot 1 juli 2023.
  • Elke overheid zal bijvoorbeeld bij het verrichten van economische activiteiten in beginsel nog steeds de integrale kosten moeten doorberekenen aan de afnemers. En als een overheid een besluit van algemeen belang neemt om te bewerkstelligen dat die kosten niet doorberekend hoeven te worden, moet zij zorg dragen voor een gedegen motivering en zorgvuldige voorbereiding om onder meer te voorkomen dat het besluit bij de rechter onderuit gaat.
  • Het eerder aangekondigde wetsvoorstel voor een wijziging van de Wet Markt en Overheid, om die wet aan te scherpen, is nog in voorbereiding. De verwachting is dat dat wetsvoorstel nog dit jaar bij de Tweede Kamer wordt ingediend.

Verplichtingen voor de overheid

De Wet Markt en Overheid (hierna: Wet M&O) beoogt om oneerlijke concurrentie door de overheid en overheidsbedrijven te voorkomen. In die wet zijn daarom verschillende verplichtingen opgenomen waaraan overheden, bijvoorbeeld gemeenten en provincies, zich dienen te houden wanneer zij economische activiteiten verrichten of bij een overheidsbedrijf betrokken zijn. Eén van de verplichtingen die in de praktijk een grote rol speelt is de verplichting om de integrale kosten door te berekenen bij het verrichten van een economische activiteit. Daarbij kan gedacht worden aan de verkoop van grond of de exploitatie van vastgoed. Veel overheden krijgen hier geregeld mee te maken. Een ander voorbeeld van een verplichting die geldt voor de overheid, is dat zij overheidsbedrijven in principe niet mag beoordelen.

Een uitzondering op de verplichting om de integrale kosten door te berekenen is als de economische activiteit die de overheid verricht in het algemeen belang plaatsvindt. Daarvoor is vereist dat de overheid in kwestie een algemeen belang besluit vaststelt. Uit de rechtspraak blijkt dat een dergelijk besluit onder meer een gedegen motivering vergt en dat de nodige zorgvuldigheid betracht moet worden. Zo moet goed onderbouwd worden dat er sprake is van een algemeen belang en waarom de dienst of het product in kwestie onder de integrale kosten moet worden aangeboden. Een besluit kan dus niet zonder meer worden genomen. Dat leidt tot verschillende uitdagingen en problemen voor overheden, te meer omdat een besluit ook kan worden aangevochten door bijvoorbeeld een concurrerend bedrijf.

Verder kan een bedrijf ook een klacht indienen bij de Autoriteit Consument & Markt (hierna: ACM) als het bijvoorbeeld meent dat de overheid ten onrechte de integrale kosten niet in rekening brengt. De ACM kan vervolgens een negatief besluit nemen met alle gevolgen van dien voor de betrokken overheid.

Looptijd verlengd met twee jaar

De Wet M&O is op 1 juli 2012 in werking getreden en zou met ingang van 1 juli 2017 vervallen. Die looptijd is echter verlengd waardoor de wet nu geldt tot 1 juli 2021. Nu die laatste datum nadert heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat het ‘Besluit tot wijziging van het Besluit van 31 januari 2017, houdende verlenging van de werkingsduur van de gedragsregels voor de overheid in de Mededingingswet’ vastgesteld waarin de looptijd opnieuw wordt verlengd met twee jaar. De Wet M&O is daarom tot 1 juli 2023 van toepassing is. Dit besluit treedt per 1 juli 2021 in werking.

Wetsvoorstel om de wet aan te scherpen

Uit de evaluatie van de Wet M&O, die het ministerie van Economische Zaken een aantal jaar geleden heeft laten uitvoeren, blijkt onder meer dat de wijze waarop overheden de algemeen belanguitzondering toepassen het effect van die wet ondergraaft. Een wetsvoorstel voor een wijziging van de Wet M&O waarbij de algemeen belanguitzondering wordt aangescherpt is al een tijd geleden aangekondigd.

Tot nu toe is het wetsvoorstel nog niet ingediend. In de nota van toelichting op genoemd besluit van de staatssecretaris, wordt aangegeven dat het wetsvoorstel in voorbereiding is en dat het voornemen is om dat wetsvoorstel in 2021 aan de Tweede Kamer te sturen. De verlenging van de looptijd tot 1 juli 2023 moet ook in dat licht worden gezien: om te voorkomen dat er tussen het moment dat het toekomstige wetsvoorstel in werking treedt en de huidige looptijd van de wet tot 1 juli 2021 een periode is waarin er geen verplichtingen voor overheden gelden.

Vragen

Voor vragen over de Wet Markt & Overheid kunt u contact opnemen met Ekram Belhadj of Cees Dekker. Zij adviseren regelmatig over deze wet en zijn ook betrokken bij verschillende procedures bij de rechter hierover.