De Wet Markt en Overheid beoogt om oneerlijke concurrentie door de overheid en overheidsbedrijven te voorkomen.

In die wet zijn daarom verschillende verplichtingen opgenomen waaraan overheden, bijvoorbeeld gemeenten en provincies, zich dienen te houden wanneer zij economische activiteiten verrichten of bij een overheidsbedrijf betrokken zijn. Eén van de verplichtingen die in de praktijk een grote rol speelt is de verplichting om de integrale kosten door te berekenen bij het verrichten van een economische activiteit. Daarbij kan gedacht worden aan de verkoop van grond of de exploitatie van vastgoed. Veel overheden krijgen hier geregeld mee te maken.

 

Een uitzondering op die verplichting is als de economische activiteit die de overheid verricht in het algemeen belang plaatsvindt. Daarvoor is vereist dat de overheid in kwestie een algemeen belang besluit vaststelt. Uit de rechtspraak blijkt dat een dergelijk besluit onder meer een gedegen motivering vergt en dat de nodige zorgvuldigheid betracht moet worden. Een besluit kan dus niet zonder meer worden genomen. Dat leidt tot verschillende uitdagingen en problemen voor overheden.

Looptijd en verlenging

De Wet Markt en Overheid is op 1 juli 2012 in werking getreden en zou met ingang van 1 juli 2017 vervallen. Die looptijd is echter verlengd waardoor de wet nu geldt tot 1 juli 2021. Nu die laatste datum nadert heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat kenbaar gemaakt dat zij voornemens is om een besluit te nemen om de looptijd opnieuw te verlengen met twee jaar waardoor de Wet Markt en Overheid tot 1 juli 2023 van toepassing is. De staatssecretaris heeft daartoe op 19 november 2020 een ontwerpbesluit aan de Tweede Kamer gestuurd.

Wetsvoorstel om de wet aan te scherpen

Uit de evaluatie van de Wet Markt en Overheid, die het ministerie van Economische Zaken een aantal jaar geleden heeft laten uitvoeren, blijkt onder meer dat de wijze waarop overheden de algemeen belanguitzondering toepassen het effect van die wet ondergraaft. Een wetsvoorstel voor de Wet Markt en Overheid waarbij de algemeen belanguitzondering wordt aangescherpt is daarom al een tijd geleden aangekondigd.

 

Tot nu toe is er echter geen wetsvoorstel verschenen. Wel geeft de staatssecretaris in de nota van toelichting op genoemd ontwerpbesluit aan dat het wetsvoorstel in voorbereiding is en dat het voornemen is om dat wetsvoorstel in 2021 aan de Tweede Kamer te sturen.

 

De verlenging van de looptijd tot 1 juli 2023 moet ook in dat licht worden gezien: om te voorkomen dat er tussen het moment dat het toekomstige wetsvoorstel in werking treedt en de huidige looptijd van de wet tot 1 juli 2021 een periode is waarin er geen verplichtingen voor overheden gelden.

 

Voor vragen over de Wet Markt en Overheid kunt u contact opnemen met Ekram Belhadj of Cees Dekker. Zij adviseren regelmatig over deze wet en zijn ook betrokken bij verschillende procedures bij de rechter hierover.