Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2018

(ECLI:NL:GHDHA:2018:2042)

De aanleiding voor de gerechtelijke procedure

Door een stijging van het grondwaterpeil zijn het woonhuis van de verzekerde van Aegon en de inboedel ernstig beschadigd geraakt. De schade was zodanig groot dat de woning onbewoonbaar was en herbouwd moest worden. Aegon heeft voor deze schade dekking geboden onder de afgesloten opstalverzekering. In verband met de schade heeft de verzekerde gedurende ongeveer 3,5 maand met zijn vrouw in een hotel verbleven, en daarna gedurende 3,5 jaar in een gehuurd chalet dat naast zijn woning is geplaatst. Aegon heeft een deel van de hiermee gemoeide kosten van vervangende woonruimte vergoed. Vast staat dat het bedrag dat Aegon op dit punt heeft vergoed hoger is dan het bedrag waarop de verzekerde volgens de polisvoorwaarden strikt genomen recht heeft. De verzekerde stelt zich echter op het standpunt dat Aegon, gelet op de tussen partijen gemaakte afspraken en de volgens verzekerde aan Aegon toe te rekenen vertraging in de schadeafwikkeling, gehouden is ook de overige kosten van de vervangende huisvesting nog te vergoeden.

De rechtbank

De rechtbank heeft overwogen dat de relatie tussen de verzekerde en Aegon wordt beheerst door de verzekeringsovereenkomst en de daarop van toepassing zijnde polisvoorwaarden. Ook de bindende schadevaststelling door experts vindt, aldus de rechtbank, slechts toepassing indien en voor zover de polisvoorwaarden de schade dekken, behoudens hetgeen tussen partijen in afwijking/aanvulling op de polisdekking is overeengekomen. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de verzekerde niet voldoende heeft gesteld en bewezen dat er in afwijking van de polisvoorwaarden of in aanvulling daarop andere afspraken zijn gemaakt en wijst de vordering van verzekerde af.

Het gerechtshof

Het arrest laat zien dat Aegon niet kon volstaan met enkel te verwijzen naar haar polisvoorwaarden, ter verduidelijking van haar e-mails die nadere uitleg behoefden. Alhoewel Aegon nergens expliciet had bevestigd dat zij akkoord ging met vergoeding van de huurtermijn van 18 maanden voor het chalet, had zij dat in antwoord op de e-mails van verzekerde ook niet ontkend. Nu de e-mails van Aegon volgende op de e-mails van verzekerde gelezen konden worden als een antwoord daarop en het antwoord van Aegon geen ontkenning vormde van hetgeen verzekerde schreef, kon Aegon niet terugvallen op het maximum gedekte bedrag in haar polisvoorwaarden. Uit het weinig expliciete antwoord van Aegon dat ‘het chalet akkoord was’, mocht verzekerde opmaken dat de door hem genoemde termijn van 18 maanden dus ook akkoord was. Het antwoord van Aegon kwalificeerde derhalve als een aanvulling/afwijking op de polisvoorwaarden.

Wat prevaleert?

Alhoewel het enerzijds logisch is dat een verzekerde mag vertrouwen op hetgeen de verzekeraar zegt (ook als dit afwijkt van de polisvoorwaarden), is het goed om te bedenken dat wanneer een verzekeraar een enigszins onduidelijk antwoord geeft, zij in een later stadium voor de uitleg van haar antwoord niet zonder meer naar haar polisvoorwaarden mag verwijzen. Daarbij zij opgemerkt dat Aegon in het onderhavige geval hoe dan ook al was afgeweken van haar polisvoorwaarden (door meer te betalen). Voor de uitleg van schriftelijk gedane toezeggingen door de verzekeraar, kan niet enkel naar de polisvoorwaarden worden verwezen, nu het een verzekeraar vrijstaat daarvan af te wijken.

Meer informatie

Voor meer informatie over dit of andere aansprakelijkheidsrechtelijke onderwerpen kunt u contact opnemen met onze aansprakelijkheidsrechtspecialist Lianne van den Ham, E: lianne.vandenham@nysingh.nl | T: 055 527 14 90 | M: 06 – 20 84 63 85.