Het verschil tussen zaakschade en de aansprakelijkheid voor zaakschade

Op 21 april 2021 oordeelde de Rechtbank Overijssel over de vraag of een schadevergoeding betaald door verkoper aan koper in verband met ladingschade onder de goederentransport­verzekering was gedekt. De Rechtbank Overijssel oordeelt – in lijn met wat door ons in deze zaak betoogd werd – dat dit niet het geval is.

De feiten zijn als volgt

Princes Foods verkoopt in 2015 een lading van 10 containers perzikhelften in blik aan Lidl op basis van de Incoterm FCA. Onder de koopovereenkomsten zijn de zee­containers verscheept van Cartagena (Spanje) naar Rotterdam. Tijdens het vervoer gaat het mis en een deel van de lading komt beschadigd aan in Rotterdam. Lidl besluit vervolgens de beschadigde lading als onverkoopbaar te vernietigen en krijgt de schade vergoed van haar transportverzekeraar Allianz.

 

De containers waren gestuwd door Cofrusa als hulppersoon van Princes Foods. Lidl stelt dat de schade is ontstaan door gebrekkige stuwage van Cofrusa en houdt Princes aansprakelijk. Princes Foods betaalt vervolgens een aanzienlijk bedrag aan schadevergoeding aan de regres nemend verzekeraar van Lidl (Allianz).

 

Vervolgens vordert Princes Foods dekking van dit schadebedrag onder haar eigen goederentransport­verzekering bij Delta Lloyd. Delta Lloyd weigert dekking. Reden voor de dekkingsweigering is dat Princes Foods naar mening van Delta Lloyd geen verzekerd belang heeft. Naar mening van Delta Lloyd betreft het belang van Princes Foods, haar aansprakelijkheidsbelang en dat is niet het belang dat wordt gedekt op grond van een goederentransportverzekering.

 

Princes tracht de dekkingsweigering ten eerste te pareren met een beroep op de tekst van de polisvoorwaarden. In artikel 4.1 van de polisvoorwaarden staat: “Deze verzekering dekt elk financieel belang van verzekerde bij behoud van de verzekerde interesten ongeacht of de verzekerde interesten voor zijn risico zijn. Bovendien meent Princes dat nu de polis een all-risk polis was, de belangen onder de verzekering zijn uitgebreid.

 

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat artikel 4.1 van de polisvoorwaarden met de woorden “elk financieel belang” en “ongeacht of de verzekerde interesten voor zijn risico zijn” ruim is geformuleerd. Echter, de bepaling als geheel duidt er door de combinatie met de woorden “bij het behoud van de verzekerde interesten” op dat het bij het verzekerde belang steeds moet gaan om behoud van de verzekerde interesten. Uitgaande van deze uitleg heeft Princes Foods ten aanzien van de goederen geen verzekerd belang, omdat Lidl voor de goederen aan Princes Foods heeft betaald en Lidl (als risicodrager) de waarde van de goederen vergoed heeft gekregen van haar transportverzekeraar Allianz.

 

In het bijzonder oordeelt de rechtbank dat Princes Foods in het licht van deze bewoordingen en toelichting van Delta Lloyd onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd waaruit volgt dat het verzekerd belang ondanks de koppeling met “behoud van verzekerde interesten” in artikel 4.1 is uitgebreid tot het aansprakelijkheidsbelang in die zin dat ook de schade veroorzaakt door foutief handelen bij de stuwage daaronder zou moeten vallen.

 

Ook de vermelding dat het gaat om een allrisk polis brengt niet mee dat de kring van verzekerden en/of verzekerde belangen wordt uitgebreid, aldus de rechtbank. Deze bepaling brengt zonder nadere toelichting niet mee dat de goederenverzekering tevens een aansprakelijkheidsverzekering wordt.

 

Tot slot wordt ook niet aangenomen dat Delta Lloyd het aansprakelijkheidsbelang specifiek had moeten uitsluiten.

 

In het kader van deze uitspraak is van belang dat de zaak een makelaarspolis betreft waarover niet was onderhandeld en waarover dat ook niet gebruikelijk is. Bij een dergelijke polis past een objectieve polis uitleg op basis van objectieve factoren. Voorts dient tot uitgangspunt dat het een verzekeraar vrijstaat in de polisvoorwaarden de grenzen te omschrijven waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen (vgl. HR 9 juni 2006, S&S 2007/48 (Valschermzweeftoestel)). De uitspraak laat zien dat een beroep op het ontbreken van een uitsluiting niet makkelijk kan worden aangenomen.

 

De polis wordt objectief uitgelegd waarbij de Rechtbank Overijssel oordeelt dat een objectieve uitleg van de polis meebrengt dat onderscheid gemaakt wordt tussen het belang van de goederen te verzekeren onder een goederentransportverzekering en het aansprakelijkheidsbelang, te verzekeren onder een aansprakelijkheidsverzekering.

 

Tegen het vonnis is geen hoger beroep ingesteld.

Dit vonnis is gepubliceerd in S&S 2021/76 en op rechtspraak.nl