Op 1 november 2021 is de Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen (Wet OHP) in werking getreden. Deze wet voorziet in regels die moeten voorkomen dat ‘grote’ afnemers, zoals levensmiddelenbedrijven, groothandels en supermarkten, in de voedselketen oneerlijke voorwaarden opleggen aan hun leveranciers van landbouw- en voedingsproducten.

Leveranciers die met dergelijke oneerlijke voorwaarden te maken krijgen, kunnen een klacht indienen bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) of een geschil aanhangig maken bij de Geschillencommissie Oneerlijke Handelspraktijken Landbouw- en Voedselvoorzieningsketen die vanaf 1 januari a.s. van start gaat. De ACM kan bedrijven die de Wet OHP overtreden een boete opleggen tot € 900.000,- of 10% van de omzet, indien dat meer is.

 

De wet is een uitvoering van Richtlijn (EU) 2019/633 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen. Andere lidstaten kennen soortgelijke wetgeving, al kan in andere EU-lidstaten strengere wetgeving van toepassing zijn nu de Richtlijn die ruimte biedt.

Bescherming bepaalde leveranciers

De wet heeft betrekking op bedrijven in alle stadia van de voedselketen: de primaire landbouwsector, de verwerkende industrie en de retail. De achtergrond van de wet is gelegen in de onevenwichtige onderhandelingspositie die in verschillende gevallen bestaat tussen bedrijven in de keten. Het doel is met name om de positie van bedrijven in de primaire landbouwsector te verbeteren, omdat zij vaak te maken krijgen met “oneerlijke handelspraktijken” in contracten of in hun dagelijkse werkzaamheden. Wat onder oneerlijke handelspraktijken valt is in de wet gedefinieerd in de zwarte lijst en de grijze lijst (zie hieronder).

 

Ook grotere leveranciers, zoals bedrijven in de verwerkende industrie, kunnen gebruik maken van de wet indien zij te maken krijgen met een sterke afnemer.

De wet is van toepassing indien de leverancier en de afnemer in een bepaalde omzetcategorie vallen. Deze categorieën zijn als volgt ingedeeld.

Zwarte lijst

De wet kent een ‘zwarte lijst’ van voorwaarden die altijd verboden zijn tussen partijen die tot de hierboven vermelde categorieën behoren. Als een afnemer deze voorwaarden hanteert, handelt die afnemer onrechtmatig ten opzichte van zijn leverancier. Het gaat om onder meer de volgende voorwaarden:

  • Betalingen na 30 dagen in het geval van bederfelijke producten of betalingen na 60 dagen als het om andere producten gaat.
  • De annulering van een bestelling van bederfelijke producten op een te korte termijn.
  • De eenzijdige wijziging van de contractuele voorwaarden, die verband houden met bijvoorbeeld de frequentie, de methode, de plaats, de timing of het volume van de levering van de landbouw- en voedingsproducten, de kwaliteitsnormen, de betalingsvoorwaarden of de prijzen.
  • De weigering om leveringsvoorwaarden schriftelijk te bevestigen.
  • De dreiging met vergeldingsmaatregelen als de leverancier van zijn rechten op de Wet OHP gebruikt maakt, bijvoorbeeld na indiening van een klacht bij de ACM.

Grijze lijst

Daarnaast is er een grijze lijst van voorwaarden die verboden zijn, tenzij zij vooraf helder en ondubbelzinnig schriftelijk overeengekomen zijn. Als een afnemer deze voorwaarden hanteert zonder schriftelijke vastlegging, handelt deze ook in dit geval onrechtmatig ten opzichte van zijn leverancier. Het gaat om onder meer de volgende voorwaarden:

  • Het retourneren van onverkochte producten aan de leverancier zonder betaling voor die producten of zonder betaling voor de verwijdering van die producten, of beide.
  • Het vragen van vergoedingen voor (een deel van) de kosten voor onder andere opslag, opname in het assortiment of het op de markt aanbieden van de producten, voor kortingen in het kader van promotieacties, voor reclame en voor de marketing.

Handhaving ACM

De ACM gaat toezicht houden op de naleving van de Wet OHP. Een leverancier, maar ook bijvoorbeeld een brancheorganisatie, kan een klacht indienen bij de ACM. De ACM kan in dat kader allerlei informatie opvragen bij de afnemer en ook vragen stellen aan onder meer bestuurders en medewerkers van de afnemer. De ACM heeft daarvoor verschillende bevoegdheden die zij ook heeft bij de handhaving van de Mededingingswet, denk ook aan onaangekondigde bedrijfsbezoeken (“invallen”).

 

Zoals hiervoor aangegeven kan de ACM een boete opleggen aan het bedrijf, zijnde de afnemer, die de Wet OHP overtreedt. Die boete kan worden verdubbeld als de overtreder de Wet OHP eerder heeft overtreden.In de wet is geregeld dat indien degene die een klacht indient daarom verzoekt, de ACM noodzakelijke maatregelen treft met het oog op de passende bescherming van de identiteit van de klager, en van andere informatie waarvan de openbaarmaking schadelijk zou zijn voor de belangen van de klager. Dit zal in de praktijk niet in alle gevallen een oplossing bieden.

Geschillencommissie

Verder kunnen geschillen tussen een leverancier en afnemer over voorwaarden die mogelijk in strijd zijn met de Wet OHP, worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Oneerlijke Handelspraktijken Landbouw- en Voedselvoorzieningsketendie die is ingesteld. De geschillencommissie is aangewezen door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en gaat vanaf 1 januari 2022 van start.

 

Uitspraken van de geschillencommissie zijn voor de partijen bindend, tenzij een van beide partijen binnen drie maanden na de uitspraak het geschil aan de civiele rechter voorlegt.

Belang voor bedrijven

De Wet OHP betekent voor afnemers, zoals levensmiddelenbedrijven en supermarkten, dat zij in zowel hun contracten met afnemers als in hun feitelijk handelen, rekening moeten houden met verschillende regels. Of die regels in elk geval moeten worden toegepast hangt uiteraard af van de categorieën die hiervoor zijn genoemd en de wijze waarop de regels moeten worden toegepast hangt weer af van verschillende factoren. De gevolgen bij overtreding kunnen aanzienlijk zijn, en daarom is een regelmatige toets op bijvoorbeeld de contractsvoorwaarden en het feitelijk handelen van belang.

 

De Europese richtlijn en de Wet OHP kenden een voorloper in het tussen verschillende organisaties overeengekomen Supply Chain Initiative (SCI). Wij adviseerden reeds ondernemingen over dit SCI en stonden ondernemingen bij in een klacht over schending van de bepalingen van de SCI. Ook adviseerden wij partijen gedurende het wetgevingstraject van de Wet OHP.

 

Als u vragen heeft over de Wet OHP zoals over de toepassing daarvan binnen uw bedrijf, de ACM of de geschillencommissie, kunt u contact opnemen met Cees Dekker of Ekram Belhadj.