Wanneer een zorginstelling gebruik maakt van de zgn. Vpb-zorgvrijstelling is het van belang, na te gaan of haar statuten en governance aangepast dienen te worden; het betreffende Besluit van Financiën op dit terrein wordt effectief per 1 januari 2021.

Zorginstellingen (ziekenhuizen en andersoortige zorginstellingen) hoeven onder bepaalde voorwaarden geen vennootschapsbelasting te betalen. Zij kunnen een beroep doen op de zogenaamde ‘zorgvrijstelling’. De voorwaarden voor deze vrijstelling luiden als volgt:

 

  • De zorginstelling verricht uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (ten minste 90%) kwalificerende zorgwerkzaamheden (werkzaamhedeneis).
  • Eventueel behaalde winsten, reserves en een batig liquidatiesaldo worden uitsluitend aangewend ten bate van een zorginstelling die ook een beroep doet op de Vpb-zorgvrijstelling of een algemeen maatschappelijk belang (winstbestemmingseis).

Wat wijzigt er?

In een beleidsbesluit van 25 november 2019 heeft de Staatssecretaris van Financiën de voorwaarden voor de toepassing van de Vpb-zorgvrijstelling aangescherpt en aangevuld. Als gevolg hiervan worden er onder meer striktere en aanvullende eisen gesteld aan de statuten en governance van zorginstellingen die de Vpb-zorgvrijstelling (willen blijven) toepassen.

 

Zo moet in de doelomschrijving van de statuten onder meer worden opgenomen dat de zorginstelling werkzaamheden verricht als bedoeld in de werkzaamhedeneis. Naast dit statutaire vereiste moet hier uiteraard ook feitelijk aan worden voldaan. Dit betekent dat ten minste 90% van de werkzaamheden uit kwalificerende zorgwerkzaamheden moet bestaan.

 

Daarnaast moet in de statuten van de zorginstelling worden gewaarborgd dat bij eventuele winsten, reserves en een batig liquidatiesaldo wordt voldaan aan de winstbestemmingseis. Onderdeel van de winstbestemmingseis is dat ook aan het verwerven of houden van een deelneming en het verstrekken van financieringen (statutaire) beperkingen worden gesteld. Een Vpb-vrijgestelde zorginstelling mag alleen een deelneming verwerven of houden in, of een lening verstrekken aan een rechtspersoon die werkzaamheden verricht op het terrein van de zorg of het algemeen maatschappelijk belang of een rechtspersoon die daaraan ondersteunend is. Naast de statutaire borging is ook dit een feitelijke toets.

 

Verder stelt het hiervoor genoemde besluit nieuwe eisen aan de statuten van een ‘holding-stichting’ binnen de structuur van een zorginstelling en worden in het besluit (statutaire) eisen gesteld aan de governance, zoals de samenstelling van het bestuur en de instelling en de bevoegdheden van een toezichthoudend orgaan.

Actie vereist!

Met name voor BV’s die deel uitmaken van de structuur van zorginstellingen en gebruik maken van de zorgvrijstelling is van belang, vóór 1 januari 2021 hun statuten en governance in overeenstemming te brengen met de nieuwe voorwaarden. Maar ook overigens is het voor zorginstellingen (stichtingen) raadzaam om na te gaan of hun statuten en governance voldoen aan het hiervoor genoemde Besluit!