Tijdens een gymnastiekles op school in de eerste klas van het VMBO heeft de 12-jarige A letsel opgelopen. De gymzaal was voor de les verdeeld in drie delen, voor basketbal, voetbal en handstand. De leerlingen waren verdeeld over de drie velden. A deed mee aan het zaalvoetbal, waarbij hij met zijn hoofd tegen een muur is gebotst.

De docent lichamelijke opvoeding (B) stond ten tijde van het ongeval bij het handstand-gedeelte. Basketbal en voetbal werden zelfstandig door de leerlingen gespeeld. B heeft voorafgaand aan de gymles de leerlingen geïnstrueerd om voorzichtig te spelen, rustig aan te doen, lichamelijk contact te vermijden, geen schouderduwen te geven of slidings te maken en niet op de grond te gaan liggen.

 

Na een duel om de bal is A, vermoedelijk door een duw, met zijn hoofd tegen de muur gekomen. Na het ongeval heeft A zijn huisarts bezocht. Nadien houdt A klachten.

 

Is de school aansprakelijk?

De kwestie die voorligt is of de school aansprakelijk is voor de gevolgen van het gym-ongeval. De vraag is dan of is gehandeld zoals van een redelijk en bekwaam handelend docent lichamelijke opvoeding in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. De rechtbank overweegt het volgende. B stond niet bij het veld waar de leerlingen voetbalden. B had vanuit die positie echter wel voldoende zicht op de andere velden. Bovendien had hij de leerlingen die aan het voetballen waren de instructie gegeven om rustig te spelen, zonder te duwen en zonder ‘slidings’ te maken.

 

De vraag is of in dit concrete geval van een redelijke en bekwaam handelend docent meer kon worden verwacht. Had hij moeten zorgen voor aanvullende veiligheidsmaatregelen, zoals een ‘zachte’ muur creëren?

 

School als veilige omgeving

De rechtbank stelt voorop dat de school een veilige omgeving moet zijn waar het risico op letsel zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, moet worden voorkomen. Ook gymles moet plaatsvinden in een veilige omgeving. Aan gym-oefeningen is echter ook een bepaalde mate van gevaar verbonden. Het past bij gym-oefeningen dat leerlingen hun mogelijkheden verkennen en grenzen opzoeken. De enkele mogelijkheid dat tijdens een gymles een ongeval plaatsvindt, als verwezenlijking van een aan een oefening inherent gevaar, leidt er daarom niet zonder meer toe dat sprake is van onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig handelen.

 

Van een docent lichamelijke opvoeding kan worden verwacht dat hij tijdens de gymles veiligheidsmaatregelen treft om het risico van een ongeval en de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken, maar met de te nemen veiligheidsmaatregelen mag de ontwikkeling van de leerlingen niet teveel worden beknot. Er is dus een spanningsveld tussen enerzijds de gewenste ontwikkeling van leerlingen op lichamelijk, cognitief en sociaal vlak door middel van sporten en anderzijds de beoogde veiligheid. Of maatregelen aan de orde zijn, hangt af van de aard van de oefening, de ernst van de mogelijke gevolgen, de bezwaarlijkheid en gebruikelijkheid van veiligheidsmaatregelen en de kans op schade.

 

Aard en inrichting van het spel

Naar het oordeel van de rechtbank kan de mogelijkheid van gevaar er niet toe leiden dat wordt aangenomen dat het onzorgvuldig is om het voetballen te laten plaatsvinden op de manier zoals B dat heeft gedaan. Het aantal spelers was beperkt en er was voldoende ruimte. Bovendien is niet gebleken dat het onder deze omstandigheden veel voorkomt dat leerlingen tegen de muur oplopen. De leerlingen hadden daarnaast de instructie ontvangen om rustig te spelen en B hield toezicht. Naar het oordeel van de rechtbank is het niet reëel om te verwachten dat B meer maatregelen had getroffen. Gelet op de aard en de inrichting van het spel in samenhang met de gegeven instructies was de kans op ongevallen daarvoor niet groot genoeg. Relevant is voorts dat het in Nederland gebruikelijk is dat bij gymlessen op middelbare scholen de zaal wordt verdeeld in drie veldjes die begrensd worden door muren.

 

Schending zorgplicht?

Dit betekent dat geen sprake is van zorgplichtschending. B en de school hebben niet onrechtmatig gehandeld. De ernst van de gevolgen schept geen aansprakelijkheid. Er is sprake geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

 

Hoewel dit niet uit de uitspraak blijkt, lijkt deze aan te sluiten bij de rechtspraak m.b.t. sport- en spelsituaties, waarbij een verhoogde drempel voor aansprakelijkheid geldt voor spelers onderling. Dat laatste speelde hier weliswaar niet, maar de gedachtegang van de rechtbank past daarbij; aan gym/sport zijn nu eenmaal risico’s verbonden, en het enkele feit dat zich een ongeval voordoet brengt dan minder snel aansprakelijkheid met zich mee.